日蘭辭典+

24 resultaten voor ‘kamp’
日蘭辭典 (trefwoord)
kumiawaseru組合せる

t.w. (1) [綜合する] dooreenvlechten. (2) [組合す] samenvoegen. (3) [取組ます] tegen elkaar laten kampen. ¶ 組合せ文字 monogram. ¶ 商品を組合せて送る een assortiment van artikelen zenden.

yaei野營

(野営) zn. kampement o.; kamp o.; bivak o.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kamp>
キャンプ kyanpu kamp; camping
コンクール konkūru wedstrijd; concours; wedkamp; kamp
ファイト faito (1) gevecht; strijd; [veroud.] kamp; [i.h.b.] boksgevecht; bokswedstrijd; (2) strijdlust; vechtlust; weerbaarheid; moreel; (3) [bokssp.] doorvechten!; (4) [als aanmoedigingskreet] hup!; zet 'm op!; aanvalluh!
ラーゲル rāgeru kamp; [i.h.b.] krijgsgevangenkamp; concentratiekamp
一戦 issen (1) [mil.] een slag; veldslag; strijd; gevecht; treffen; krachtmeting; (2) [sportt.] een wedstrijd; match; game; partij; ontmoeting; kamp
勝負 shōbu (1) overwinning of nederlaag; zege of nederlaag; winst of verlies; (2) wedstrijd; partij; spel; kamp; match; strijd; wedkamp
収容所 shūyōjo inrichting; kamp; asiel; tehuis; home; opvangcentrum
取り組み torikumi (1) [sportt.] wedstrijd; match; kamp; partij; strijd; gevecht; inspanning; (2) aanpak; benadering; insteek; (3) [hand.] koop en verkoop op markt; beurs; omzet; (4) [hand.] wisseltrekking
合宿所 gasshukujo (1) logement; kamp; kampement; (2) [スポーツの] oefenkamp; opleidingskamp; trainingskamp
喧嘩 kenka (1) ruzie; twist; onenigheid; gehakketak; gekibbel; gekrakeel; geharrewar; gebekvecht; (2) redetwist; dispuut; kwestie; onenigheid; woordenstrijd; woordentwist; woordenwisseling; (3) handgemeen; gevecht; strijd; worsteling; kamp
ei (1) werking; het werken; (2) kamp; kampement; kwartier; legerplaats; kazerne
tamuro (1) kliek; coterie; clique; (2) [mil.] schaar; troep soldaten; (3) verblijfplaats; verzamelplaats; ontmoetingsplaats; trefpunt; stek; hang-out; [pej.] hol; (4) [mil.] bivak; kamp; kampement; kwartier; kazerne; legerplaats; barakken; (5) [veroud.] politiepost; politiebureau; wachthuisje
戦い;闘い;戦;闘 tatakai (1) strijd; gevecht; vechtpartij; kamp; oorlog; treffen; worsteling; bestrijding; (2) slag; veldslag; (3) competitie; wedstrijd; match; partij; [i.h.b.] duel
戦闘 sentō slag; veldslag; strijd; gevecht; vijandelijkheden; actie; [veroud.] kamp
ha (1) groep; kamp; groepering; club; (2) partij; fractie; (3) school; volgelingen; stroming; beweging; (4) gezindte; denominatie; (5) factie; coterie; [pej.] kliek; [pej.] clique
相子;相こ aiko (1) gelijkspel; gelijke stand; onbesliste wedstrijd; gelijk resultaat; remise; draw; tie; (2) quitte; effen; vereffend; voldaan; [veroud.] kamp; [veroud.;gew.] kwijt; [gew.] lijk
競技 kyōgi (1) [sportt.] wedstrijd; competitie; kamp; (2) spel; sport; (3) sportevenement
野営 yaei (1) het kamperen; (2) kamp; kampement; legerplaats; kampeerplaats
闘争 tōsō strijd; gevecht; worsteling; kamp
(a) vechten; slag leveren; (b) wedstrijd; kamp
陣営 jin'ei kamp; kampement; legerplaats
jin (1) [mil.] gelid; gelederen; rijen; formatie; legerformatie; gevechtsformatie; slagorde; opstelling; gevechtsopstelling; (2) [mil.] stelling; positie; terrein; kamp; kampement; (3) [mil.] slag; veldslag; oorlog; [arch.] krijg; (4) keizerlijk wachthuis; (5) tribune voor hofedelen; (6) toegang voor de clerus; (7) -korps; -groep; (a) [mil.] opstelling; formatie; (b) [mil.] legerplaats; legerkamp; kamp; (c) [mil.] slag; veldslag; veldtocht; campagne; (d) vlaag; aanval; (e) groep; korps; staf; equipe; ploeg; team; leden
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.37 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'kamp'). 
2005-2026