日蘭辭典+

26 resultaten voor ‘samenvoegen’
日蘭辭典 (trefwoord)
kuiawaseru食合せる

i.w. (1) [食物を] dingen eten, waar man niet tegen kan; voedsel eten dat iemand niet goed bekomt. (2) [楔形接目で] samenvoegen met zwaluwstaarten.

kumiawaseru組合せる

t.w. (1) [綜合する] dooreenvlechten. (2) [組合す] samenvoegen. (3) [取組ます] tegen elkaar laten kampen. ¶ 組合せ文字 monogram. ¶ 商品を組合せて送る een assortiment van artikelen zenden.

yoseatsumeru寄集める

t.w. vergaren; verzamelen; bijeenvoegen; samenvoegen. ¶ 寄集め物 bij elkaar geraapt zoodje; rommelzoo.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <samenvoegen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
一本化する ipponkasuru op één lijn brengen; samenbundelen; bundelen; tot eenheid brengen; concentreren; samenvoegen; één maken; unificeren; unifiëren; centraliseren; integreren; tot een gemeenschappelijke beleidslijn samenbrengen; (doen) convergeren; aligneren
一緒にする isshonisuru (1) samenvoegen; bij elkaar doen; bijeenvoegen; paren; combineren; (2) samenbrengen; koppelen; aaneenkoppelen; [i.h.b.] in de echt verbinden; trouwen; (3) verwarren; door elkaar halen; in dezelfde categorie plaatsen; op een lijn stellen; gelijkstellen; in een adem noemen; [i.h.b.] over één kam scheren; op één hoop gooien; onder één noemer brengen
併合する;并合する heigousuru samenvoegen; vermengen; [会社を] fusioneren; doen fuseren; samensmelten; affiliëren; amalgameren; [領土を] annexeren; aanhechten
取り混ぜる;取り交ぜる torimazeru mengen; dooreenmengen; dooreengooien; bij elkaar gooien; samenvoegen
取り纏める torimatomeru (1) bundelen; verzamelen; bijeenbrengen; samenvoegen; [荷物を] pakken; (2) beslechten; bijleggen; schikken; vereffenen; z'n beslag geven; [gew.] slechten; slichten
合す gassu (1) bijeenkomen; samenkomen; samengaan; zich verenigen; zich bij elkaar aansluiten; een geheel vormen; fuseren; één worden; (2) bijeenbrengen; samenbrengen; samenvoegen; verenigen; verenen; tot een geheel maken; één maken
合併する gappeisuru combineren; verenigen; tot een geheel maken; samenbrengen; (doen) versmelten; doen samensmelten; doen opgaan (in); unificeren; samenvoegen; doen fuseren; integreren; [Belg.N.] fusioneren; [fig.] huwen
合成する gouseisuru samenstellen; combineren; bijeenvoegen; samenvoegen; ineenvoegen; componeren; synthetiseren
接ぐ tsugu (1) verbinden; samenvoegen; bijeenvoegen; aaneenvoegen; bij elkaar voegen; zetten; aaneenzetten; [骨を] zetten; (2) [plantk.] enten
接ぐ hagu samenvoegen; aan elkaar voegen; lappen
接合する setsugousuru aan elkaar zetten; aan elkaar voegen; aaneenvoegen; aaneenzetten; samenvoegen; aaneensluiten; verbinden; voegen
接続する setsuzokusuru verbinden; aansluiten; voegen (aan); aaneenvoegen; aaneensluiten; aaneenschakelen; aaneenkoppelen; (samen)koppelen; samenvoegen; verenigen; aankoppelen; aansluiten; aaneensluiten; samenkoppelen; [spoorw.] aansluiting hebben
組み合わす kumiawasu (1) verenigen; verbinden; combineren; samenvoegen; aaneenvoegen; samenstellen; bij elkaar doen passen; met elkaar matchen; (2) als tegenstander opstellen tegen; het doen opnemen tegen; tegenover elkaar stellen; tegen elkaar uitspelen
組み合わせる kumiawaseru (1) verenigen; verbinden; combineren; samenvoegen; aaneenvoegen; samenstellen; bij elkaar doen passen; met elkaar matchen; (2) als tegenstander opstellen tegen; het doen opnemen tegen; tegenover elkaar stellen; tegen elkaar uitspelen
組み立てる;組立てる kumitateru (1) bouwen; opbouwen; assembleren; monteren; construeren; ineenzetten; in elkaar zetten; samenstellen; samenvoegen; (2) [文章を〜] een tekst opstellen 
結ぶ;掬ぶ musubu (1) binden; verbinden; vastbinden; dichtbinden; [紐を〜]knopen; dichtknopen; vastknopen; vastleggen; vastmaken; samenbrengen; voegen; samenvoegen; verenigen; aanbinden; aaneenvoegen; aaneensluiten; aansluiten; aaneenschakelen; koppelen; samenkoppelen; in verband brengen; relateren; (2) vormen; maken; [vrucht] dragen; [vriendschap enz.] sluiten; [betrekkingen enz.] aanknopen; [een coalitie enz.] aangaan; [de handen enz.] ineenslaan; [een contract enz.] afsluiten; (3) beëindigen; besluiten; afsluiten; (4) (掬ぶ) met de handen [water enz.] scheppen; met de handen opscheppen; (5) [実を〜] vruchten dragen
結合する ketsugousuru (1) zich verenigen; samengaan; zich bij elkaar aansluiten; zich aaneensluiten; (2) combineren; verenigen; verbinden; koppelen; aaneenkoppelen; samenvoegen; aaneenvoegen; aaneenknopen; [fig.] verknopen
結集する kesshuusuru (1) verzamelen; bundelen; concentreren; vergaren; bijeenbrengen; samenbrengen; samenvoegen; samenstellen; (2) zich samenvoegen; zich verzamelen; zich groeperen; samenkomen; bijeenkomen
統合する tougousuru integreren; in een geheel opnemen; combineren; verenigen; bijeenvoegen; samenvoegen
統括する toukatsusuru samenvoegen; samenvatten; recapituleren; resumeren; samenbundelen; tot één maken
繋ぎ合わせる tsunagiawaseru verbinden; samenbinden; aan elkaar binden; aaneenvoegen; samenvoegen; koppelen; samenkoppelen; aaneenkoppelen; aaneensluiten; aaneenschakelen; aansluiten; linken
纏める matomeru (1) samenvatten; bundelen; samenbrengen; vergaren; verzamelen; samenbundelen; bijeenzamelen; verenen; tot één maken; bijeenbrengen; samenvoegen; [i.h.b.] compileren; (2) rangschikken; ordenen; vormgeven; (3) afdoen; afhandelen; settelen; regelen; beslechten; bewerken; afconcluderen; voleindigen; ten einde brengen; uitmaken; [i.h.b.] bijleggen; bemiddelen; tot een vergelijk brengen; tot stand brengen; beklinken; afsluiten; afronden; afwerken
配す haisu (1) opstellen; plaatsen; uitzetten; doen postvatten; posteren; stationeren; toewijzen; alloceren; (2) combineren; arrangeren; schikken; doen passen bij; samenvoegen; matchen; (3) koppelen; uithuwen; uithuwelijken; (4) verbannen; exileren; deporteren; (5) onderbrengen; onderschikken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.54 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'samenvoegen'). 
2005-2026