
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
tane・種
zn. (1) [種子] zaad o.; (核) pit v.; kern v.; steen m. (2) [牛馬] geslacht o.; ras o. (3) [祕密] geheim o. (4) [原因] oorzaak v.; bron. (5) [種類] variëteit v. (6) [主題] onderwerp (話の) v. ¶ 梅の種 pruimepit. ¶ 話の種 onderwerp van gesprek. ¶ 喧嘩の種 geschilpunt. ¶ 喜びの種 heugelijk feit. ¶ 金の種にする met vrucht gebruiken; profijt trekken van. ¶ 種を明かす een kunstje uitleggen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kern>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
エッセンス essensu (1) essentie; wezen; kern; (2) essence; aftreksel; extract
カーン kaan (1) Caan; Khan; Kahn; Kern; Cahn; Kahane; (2) Caen; (3) [~と] metalig klinkend; met een metalige klank
コア koa (1) kern; binnenste; (2) [mijnb.] boorkern; boormonster; bodemmonster; (3) [plantk.] Acacia koa; (4) [comp.] magneetkern; kerngeheugen; (5) CORE [= Congress of Racial Equality]; (6) hardcore
ポイント pointo (1) punt; cijfer; score; (2) [rekenk.] decimaalpunt; decimaalteken; komma; (3) punt; clou; pointe; essentie; kern; (4) [spoorw.] puntwissel; wissel; (5) [drukw.] punt; (6) [maatwoord voor punten]
中心 chuushin (1) midden; hart; binnenste; kern; [fig.] middelpunt; [fig.] spil; [fig.] navel; [綱の] ziel; (2) centrum; [fig.] haard
中核 chuukaku kern; hart; middelpunt
主眼 shugan hoofdzaak; hoofdpunt; allerbelangrijkste; kerndoel; kern; [fig.] zwaartepunt
仁 jin (1) welwillendheid; liefdadigheid; menslievendheid; naastenliefde; (2) persoon; mens; (3) pit; kern; steen
仁 nin pit; kern; steen
原子の;元子の genshino atoom-; kern-; atomisch; atomair; atomistisch; A-
因 moto reden; oorzaak; grond; kern; wezen
基幹 kikan (1) pijler; kern; hart; basis; (2) hoofd-; basis-; kern-; sleutel-
大体 daitai (1) grote lijnen; trekken; hoofdzaken; kern; essentie; hoofdgedachte; teneur; strekking; draad; hoofdlijnen; hoofdtrekken; hoofdpunten; grondtrekken; globaliteit; algemeenheid; algemeniteit; (2) gros; hoofdmoot; meerderheid; het meeste; grootste deel; grootste gedeelte; merendeel; leeuwendeel; (3) zogoed als; vrijwel; nagenoeg; praktisch; zogezegd; (4) over 't algemeen; globaal genomen; ruwweg; grofweg; over het geheel genomen; alles bij elkaar; globaliter; in grote lijnen; trekken; grotendeels; min of meer; (5) in se; als zodanig; in feite; eigenlijk; au fond; in de grond; (6) volslagen; volkomen; op-en-top
大抵 taitei (1) grote lijnen; trekken; hoofdzaken; kern; essentie; hoofdgedachte; teneur; strekking; draad; hoofdlijnen; hoofdtrekken; hoofdpunten; grondtrekken; globaliteit; algemeenheid; algemeniteit; (2) doorgaans; gewoonlijk; normaal (gesproken); meestal; over het algemeen; in de regel; in usu; onder normale omstandigheden; door de band; normaliter; meest(en)tijds; veelal; in de meeste gevallen; (3) waarschijnlijk; vermoedelijk; (4) iets gewoons; iets banaals; iets eenvoudigs [gevolgd door no koto のこと + negatie]; (5) nagenoeg; vrijwel; zogoed als; praktisch; zogezegd
心臓 shinzou (1) hart; [attr.] cardiaal; [attr.] cardio-; [inform.] rikketik; [inform.] tikker; (2) [fig.] hart; kern; (3) lef; moed; brutaliteit; durf; hart
心 shin (1) hart; geest; instelling; mentaliteit; [Belg.N.] ingesteldheid; (2) wezen; essentie; (3) innerlijke kracht; fut; pit; (4) [鉛筆の] stift; (5) [cul.] ongare rijstkorrel; (6) kern; diepste; (7) versteviging in kraag; obi; (8) [boeddh.] citta [= geest]; (9) [boeddh.] citta-rājan [= overkoepelende geest]; (10) [anat.] hart; hartorgaan; (11) [Chin.astron.] Hart; Xīn [= één van de achtentwintig maanhuizen]; (12) geloof; (13) [Edo-kindert.] kameraadje; vriendje; (a) hartorgaan; (b) hart; geest; (c) kern; centrum
最中 monaka (1) midden; hart; binnenste; kern; (2) hoogtepunt; toppunt; climax; bloeitijd; bloeiperiode; beste tijd; (3) [cul.] twee ronde dunne knapperig gebakken rijstkoekjes met zoete bonenpasta ertussen
本題 hondai (1) hoofdonderwerp; hoofdprobleem; hoofdthema; grondthema; kern; essentie; (2) onderhavig onderwerp; vraagstuk; onderhavige kwestie
核心 kakushin kern; wezen; essentie; hart; essentiële; wezenlijke; kardinale; cruciale punt; kernpunt; hoofdzaak; hoofdpunt
核 sane (1) kern; pit; steen; (2) [anat.] clitoris; kittelaar; kietelaar; knopje; [veroud.] venusprikkel; [volkst.] genotsknobbel
根幹 konkan (1) wortels en stam; (2) basis; kern; grondslag; fundament; wezen; essentiële
根 ne (1) wortel; (2) grondslag; oorsprong; roots; wortel; basis; oorzaak; (3) wezen; kern; (van) nature; grond; wezenlijke; (4) grond; reden
眼 gan (1) oog; (2) kritisch oog; oordeelsvermogen; (3) kern; hoofdpunt; essentie; (4) gat; (5) inktsteenpatroon; (6) [go;shogi] hokje; vak op het speelbord; (a) oog; (b) inzicht; (c) pointe; kern; (d) gat; ruitje
種 tane (1) [plantk.] zaad; kern; [林檎;おれんじの] pit; [核果の] steen; [gew.] baak; (2) [dierk.] zaad; semen; sperma; (3) zaad; geslacht; stam; [i.h.b.] nakomeling; kroost; [veroud.;lit.t.] teelt; (4) [fig.] zaad; [fig.] kiem; [fig.] bron; [i.h.b.] reden (tot); (5) materiaal; ingrediënt; stof [tot praatjes enz.]; onderwerp; [手品の] truc; clou
細胞 saibou (1) [biol.] cel; (2) [pol.] cel; kern; groep(je)
芯 shin (1) ziel; [fig.] hart; (2) kern; hart; binnenste; [fig.] merg; [蝋燭の] wiek; lemmet; kous; kousje; katoen; katoentje; [林檎;梨の] klokhuis; pit; [鉛筆の] stift; [豆の] top; [衿;帯;屏風;襖の] vulling; opvulling; vulsel; opvulsel; voering; stoffering; capitonnage; [といれっと・ぺーぱーのろーるの] binnenhuls
要旨 youshi hoofdgedachte; grondgedachte; kern; essentie; hoofdzaak; pointe; clou; strekking; hoofdinhoud; teneur; gedachte; tendens; portee; tendentie
要点 youten hoofdpunt; kern; kernpunt; kardinaal punt; levenspunt; punctum saliens; hoofdzaak; hoofdgedachte; punt; hoofdinhoud; allerbelangrijkste; essentie; pointe; waar het om gaat; punt waarop alles aankomt
要領 youryou (1) hoofdpunt; kern; kernpunt; hoofdzaak; hoofdgedachte; punt; hoofdinhoud; allerbelangrijkste; essentie; pointe; waar het om gaat; (2) kneepje; het fijne; truc; handigheidje; slag
要 you (1) hoofdzaak; essentie; kern; kernpunt; hoofdpunt; spil (waar alles om draait); hoofddoel; hoofdbedoeling; (2) nood; noodzaak; vereiste; must; (3) noodzakelijk; vereist; nodig; (a) eisen; vorderen; vergen; (b) onontbeerlijk; nodig; noodzakelijk zijn; (c) besluiten; samenvatten; (d) kern; hoofdzaak; spil; (e) wachten; opwachten
骨 hone (1) bot; been; [i.h.b.] schonk; balein; graat; [i.h.b.] knekel; doodsbeen; (2) gebeente; geraamte; skelet; beenderen; karkas; (3) raamwerk; kader; opzet; hoofdlijn; kern; essentie; (4) ruggengraat; karakter; wilskracht; pit; moed; (5) moeite; inspanning; zwaar werk
Tijd: 1.39 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 31 treffers (zoekopdracht: 'kern').
2005-2026
