
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
tane・種
zn. (1) [種子] zaad o.; (核) pit v.; kern v.; steen m. (2) [牛馬] geslacht o.; ras o. (3) [祕密] geheim o. (4) [原因] oorzaak v.; bron. (5) [種類] variëteit v. (6) [主題] onderwerp (話の) v. ¶ 梅の種 pruimepit. ¶ 話の種 onderwerp van gesprek. ¶ 喧嘩の種 geschilpunt. ¶ 喜びの種 heugelijk feit. ¶ 金の種にする met vrucht gebruiken; profijt trekken van. ¶ 種を明かす een kunstje uitleggen.
sansei・鑽井
zn. artesische put m.
shutten・出典
zn. bron v.
hōfutsusen・泡沸泉
zn. sprankelende bron v.
kōsen・鑛泉
(鉱泉) zn. minerale bron v.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bron>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ウェル weru put; bron
ソース soosu (1) [cul.] saus; sausje; (2) bron; [comp.] source
出所;出どころ;出処 dedokoro (1) bron; oorsprong; origine; begin(punt); herkomst; (2) uitgang; uitweg; (3) moment om in actie te komen; om op te treden
原因 genin (1) oorzaak; grondoorzaak; reden; aanleiding; predispositie; (2) factor; medebepalend element; omstandigheid; (3) bron; wortel; origine; oorsprong
原本 genpon (1) oorspronkelijk document; stuk; oorspronkelijke; originele tekst; oertekst; grondtekst; basistekst; brontekst; origineel; archetype; (2) bron; oorsprong; basis; grond; fundament; grondslag; principe
原点 genten (1) beginpunt; begin; bron; oorsprong; uitgangspunt; aanvangspunt; startpunt; vertrekpunt; (2) [meetk.] oorsprong; (3) puntenaantal aan het begin van een spel; puntental waarmee een speler begint
原 gen (1) origineel; oorspronkelijk; oer-; basis-; grond-; (a) vlakte; veld; grasland; braakland; woestenij; (b) bron; begin; oorsprong; (c) basis; (d) [afk.] atoom; kernenergie
大本 oomoto essentie; wezen; grond; bron; oorsprong; basis
感染源 kansengen besmettingsbron; besmettingshaard; bron; haard van besmetting; ziektehaard
根元 kongen oorsprong; ontstaan; bron; wortel; oorzaak; [fig.] grond
根 kon (1) wortel; oorsprong; grondslag; begin; origine; bron; (2) [boeddh.] indriya; ± vermogens; (3) uithouding; volharding; vitaliteit; (4) geslachtsorgaan; [i.h.b.] mannelijk lid; (5) [wisk.] wortel van een vergelijking; (6) [wisk.] wortel; (7) [chem.] radicaal; groep; (a) [biol.] wortel; (b) basis; oorsprong; origine; (c) energie; vermogen; (d) [boeddh.] indriya; (e) [wisk.] wortel
水源 suigen waterbron; bron; bronnen; [i.h.b.] rivierbron
泉 izumi bron
泉 sen (a) bron; welwater; (b) onsen; warmwaterbadplaats; (c) hiernamaals; (d) geperforeerde munt; (e) [Jap.gesch.] provincie Izumi 和泉
源 minamoto (1) bron; rivierbron; (2) oorsprong; origine; ontstaan; (3) Minamoto
源泉 gensen bron; wel; oerbron; [fig.] oorsprong; [fig.] bronader; [fig.] bronwel; [fig.] ader
源流 genryuu (1) bron; oorsprong; rivierbron; bovenloop; (2) [fig.] oorsprong; bron; begin; origine
源 gen (a) waterbron; wel; (b) oorsprong; bron; (c) [Jap.gesch.] Minamoto
由来 yurai (1) oorsprong; origine; ontstaan; bron; herkomst; geschiedenis; genese; (2) oorspronkelijk; aanvankelijk; van in; bij het begin; vanaf het begin; van nature; uit de aard der zaak
筋;条 suji (1) vezel; draad; [oneig.] zeen; [oneig.] pees; [oneig.] spier; (2) ader; (3) aanleg; talent; gave; (4) lijn; streep; voor; vore; (5) [geneal.] lijn; linie; afstamming; afkomst; komaf; descendentie; bloed; (6) draad; plot; intrige; verwikkeling; rode draad; verhaallijn; (7) rede; logica; ratio; zinnigheid; (8) [確かな;信頼すべき~] zijde; bron; kringen; (9) traject; tracé; (10) [囲碁;将棋の] cruciale zet; (11) [maatwoord voor langgerekte objecten zoals rivieren;obi's;lijnen;rookkolommen;wegen enz.]
起こり okori (1) oorsprong; herkomst; origine; bron; (2) begin; aanvang; start; (3) oorzaak
起源;起原 kigen oorsprong; origine; begin; bron; afkomst
Tijd: 1.43 sec. jiten.nl: 10 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'bron').
2005-2026
