
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
shutai・主體
(主体) zn. onderwerp o.; hoofdlichaam o.
tane・種
zn. (1) [種子] zaad o.; (核) pit v.; kern v.; steen m. (2) [牛馬] geslacht o.; ras o. (3) [祕密] geheim o. (4) [原因] oorzaak v.; bron. (5) [種類] variëteit v. (6) [主題] onderwerp (話の) v. ¶ 梅の種 pruimepit. ¶ 話の種 onderwerp van gesprek. ¶ 喧嘩の種 geschilpunt. ¶ 喜びの種 heugelijk feit. ¶ 金の種にする met vrucht gebruiken; profijt trekken van. ¶ 種を明かす een kunstje uitleggen.
zokujūsuru・屬從する
(属従する) i.w. zich onderwerpen.
zatsudai・雜題
(雑題) zn. allerlei onderwerpen o.mv.
waki・脇
zn. (1) [胸] zijde van de borst. (2) [側] kant m. bw. (3) [他所] elders. ¶ 脇に行く op zijde gaan. ¶ 脇の zijdelingsch; ander; van ter zijde; van den anderen kant. ¶ 脇に(そばに) naast; ter zijde van; op zijde; (腋下に) onder den arm; in de zijde. ¶ 脇に寄る op zij gaan. ¶ 脇へ座る naast iemand gaan zitten. ¶ 脇に抱へる onder den arm dragen. ¶ 人を脇へ連れて行く iemand ter zijde nemen. ¶ 話を脇へそらす het gesprek op een ander onderwerp brengen. ¶ 流を脇へ向ける stroom afleiden. ¶ 脇の目で見る als omstander aanzien; van ter zijde zien.
tsuitō・追討
zn. bestraffing v.; onderwerping v. ¶ 追討する onderwerpen; bedwingen; bestraffen; tuchtigen. ¶ 追討の軍を差向ける expeditie ter tuchtiging zenden.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <onderwerp>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
テーマ teema (1) onderwerp; (2) [muz.] thema; (3) [maatwoord voor onderwerpen;thema's]
トピック topikku (1) gespreksonderwerp; onderwerp van gesprek; gespreksthema; (2) topic; onderwerp; thema
主語 shugo (1) [taalk.] onderwerp; subject; (2) [log.] subject
主題 shudai thema; onderwerp; gegeven; motief; [muz.] leidmotief; leitmotiv
件名 kenmei (1) onderwerp; trefwoord; (2) [comp.] onderwerpregel
問題 mondai (1) vraag; vraagstuk; probleem; opgave; kwestie; zaak; aangelegenheid; perikelen; (2) onderwerp; (discussie)punt; geschilpunt; (3) controverse; moeilijkheden; problemen; kritiek
時事問題 jijimondai actueel probleem; onderwerp; huidige problemen; actuele; hedendaagse vraagstukken; onderwerp van het ogenblik; vraagstukken van het moment; actualiteit; lopende zaken; dingen van de dag; waan van de dag
演題 endai onderwerp; thema; titel van een lezing of rede
物 mono (1) ding; voorwerp; zaak; goed; stuk; artikel; waar; iets; object; brok; spul; materiaal; (2) aangelegenheid; kwestie; historie; affaire; materie; onderwerp; punt; (3) eigendom; bezit; have; goed; (4) kwaliteit; (5) rede; wat redelijk is; (6) -werk; -stuk; (7) -wekkend; -aanjagend; -barend; -gevend; wat ~ veroorzaakt
画材 gazai (1) materie; stof; onderwerp; thema; thematiek voor een schilderij of prent; (2) schildermateriaal; tekenmateriaal; schildermaterieel; schildersbenodigdheden; tekenbenodigdheden; schildersgerei; tekengerei; schildersgereedschap; tekengereedschap; tekengerief
目的 mokuteki doel; oogmerk; [veroud.] oogwit; bedoeling; doelstelling; intentie; voornemen; streefdoel; doeleinde; plan; opzet; objectief; onderwerp; streven; mikpunt; bestemming; einddoel
種 tane (1) [plantk.] zaad; kern; [林檎;おれんじの] pit; [核果の] steen; [gew.] baak; (2) [dierk.] zaad; semen; sperma; (3) zaad; geslacht; stam; [i.h.b.] nakomeling; kroost; [veroud.;lit.t.] teelt; (4) [fig.] zaad; [fig.] kiem; [fig.] bron; [i.h.b.] reden (tot); (5) materiaal; ingrediënt; stof [tot praatjes enz.]; onderwerp; [手品の] truc; clou
話題 wadai gespreksonderwerp; onderwerp; gespreksthema; gespreksstof; chapiter; [veroud.] artikel
課題 kadai (1) onderwerp; thema; (2) oefening; opgave; taak; opdracht; [i.h.b.] huiswerk; (3) probleem; vraagstuk; kwestie; (4) [maatwoord voor onderwerpen;thema's;opgaven]
議題 gidai (1) onderwerp; punt van discussie; discussiepunt; agendapunt; gespreksstof; gespreksonderwerp; gespreksthema; kwestie; [verzameln.] agenda; (2) [maatwoord voor discussiepunten;kwesties]
道;路;途;径 michi (1) weg; baan; route; straat; (2) reis; reisroute; koers; tocht; (3) zeden; juist gedrag; ware pad; pad der deugd; plicht; gerechtigheid; (4) leer; juiste weg [van het boeddhistische geloof enz.]; (5) methode; middel; stap; uitweg; manier; kunst; (6) onderwerp; materie; terrein; branche; vakgebied; (7) loop; gang; proces
題 dai (1) titel; opschrift; kop; hoofdje; (2) onderwerp; opgave; thema; topic (voor een verhandeling); (3) vraagstuk; opgave; probleem; vraag; (4) [maatwoord voor titels;onderwerpen;vraagstukken]; (a) kop; begin; (b) titel; opschrift; (c) onderwerp; thema; vraagstuk; (d) opschrijven; noteren; (e) evaluatie; taxatie
題材 daizai materie; materiaal; onderwerp; stof; thema; thematiek
題目 daimoku (1) onderwerp; thema; topic; (2) titel; (3)[Nichiren-boeddh.] Nichiren-gebed
Tijd: 1.63 sec. jiten.nl: 13 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'onderwerp').
2005-2026
