
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
SUPPLEMENT (trefwoord)
desu・です
(koppelwerkwoord, beleefde vorm) [tegenwoordige tijd] です desu ben; is; zijn. [verleden tijd] でした deshita was; waren; geweest. [dubitatief] でしょう deshō dat zal wel; zal wel zo zijn. [voortzettende vorm] でして deshite en; doordat. ¶ 私は日本人です。 Ik ben een Japanner. ¶ 以前はタバコを吸い、かなりのヘビースモーカーでした。 Izen wa tabako wo sui, kanari no hebīsumōkā deshita. Voorheen rookte ik en was ik een nogal zware roker. ¶ ねえ、そうでしょう。 Nee, sō deshō. Zo is het toch? (TTC) ¶ 申し訳ありません、明日朝、お取引が難しそうでして…。 Mōshiwake arimasen, ashita asa, o-torihiki ga muzukashisō deshite…. Het spijt mij zeer, maar aangezien morgenochtend zakendoen moeilijk zal zijn... (Twitter)
NB です desu kan ook een zin afsluiten, puur en alleen om het beleefde aspect van dit woord. Werkwoordelijk voegt het dan niets toe aan de zin. Bijvoorbeeld: 悔しいです kuyashii desu en 悔しい kuyashii betekenen beide ‘het is betreurenswaardig’, alleen is de versie met desu beleefd in de zin dat Nederlands u beleefder is dan jij.
NB です desu kan ook een zin afsluiten, puur en alleen om het beleefde aspect van dit woord. Werkwoordelijk voegt het dan niets toe aan de zin. Bijvoorbeeld: 悔しいです kuyashii desu en 悔しい kuyashii betekenen beide ‘het is betreurenswaardig’, alleen is de versie met desu beleefd in de zin dat Nederlands u beleefder is dan jij.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <nogal>
っぽい ppoi (1) -esk; -achtig; -(er)ig; nogal ~; enigszins ~; -(e)lijk; -haftig; (2) gauw (~ wordend) [aangesloten op de ren'yōkei]
どうも dōmo (1) hoe dan ook; echt; heus; werkelijk; ergens; op de een of andere manier; op de een of andere wijze; toch; nogal; voorzeker; (2) echt niet; heus niet; werkelijk niet; er is geen ~ aan; dat is geen manier van ~ [i.c.m. negatie]; (3) bedankt; dank; dank je (wel); (4) excuus; sorry; pardon; het spijt me; neem me niet kwalijk
一寸;鳥渡 chotto (1) (een) beetje; wat; een tikkeltje; ietsje(s); een tikje; iets; een weinig; ietwat; lichtjes; lichtelijk; enigszins; even; eventjes; (een) ogenblikje; (een) momentje; (2) nogal; best (wel); vrij; tamelijk; behoorlijk; (3) (niet enz.) zomaar; (niet enz.) meteen [i.c.m. negatie]; (4) hé; hei; hallo (daar); excuseer; hoor eens; [i.h.b.] kom eens
一角 hitokado (1) een zaak; een domein; (2) [~の] uitzonderlijk; buitengewoon; bijzonder; uitstekend; (3) [~の] behoorlijk; aanzienlijk; degelijk; fatsoenlijk; adequaat; echt; (4) betamelijk; behoorlijk; nogal; flink
中々 nakanaka (1) nogal; best wel; eerder; knap; vrij; (2) [i.c.m. een negatie] niet zomaar; niet zo makkelijk; niet direct; (3) redelijk; behoorlijk; aanzienlijk; aardig; flink; -er dan verwacht; (4) bravo!; hulde! [bijvalsbetuiging;vaak geuit door toeschouwers van kyōgen-drama]
余程 yohodo behoorlijk; heel wat; zeer; erg; nogal; best wel; danig; vrij; voor een groot deel; ver; aanzienlijk; aanmerkelijk; flink; veel; [Belg.N.;niet alg.] een pak
先ず先ず mazumazu behoorlijk; redelijk; tamelijk; verdienstelijk; nogal
可成;可也 kanari nogal; tamelijk; aanzienlijk; redelijk; aardig ~; vrij ~; behoorlijk ~; geducht
多少 tashō (1) aantal; hoeveelheid; talrijkheid; grootte; omvang; getal(sterkte); (2) wat; enigszins; ietwat; enig; een beetje; enigermate; nogal; min of meer; best wel; in zekere mate; tot op zekere hoogte; vrij; tamelijk; in zekere zin
好い加減 īkagen (1) gematigd; matig; (2) juist; gepast; geschikt; passend; adequaat; aangewezen; geëigend; (3) lukraak; willekeurig; ongegrond; ongefundeerd; gratuit; boud; (4) niet erg overtuigend; twijfelachtig; onvolkomen; halfslachtig; half; halfbakken; met de Franse slag gedaan; lauw; mat; lauwhartig; niet erg enthousiast; halfhartig; vrijblijvend; vaag; onbestemd; een slag om de arm houdend; onzorgvuldig; zozo; maar net aan; (5) enigszins; tamelijk; redelijk; nogal; vrij
結構 kekkō (1) structuur; constructie; bouwsel; bouw; geraamte; kader; (2) steun; stut; spant; (3) opbouw (van een verhaal); plot; verwikkeling (van een verhaal); (4) goed; fijn; mooi; (5) prachtig; magnifiek; schitterend; (6) lekker; heerlijk; (7) ten zeerste; zeer; erg; geweldig; in hoge mate; ruimschoots; rijkelijk; overvloedig; buitengewoon; buitengemeen; enorm; geweldig; (8) aardig; nogal; tamelijk; vrij; vrij wat; redelijk; in redelijk hoge mate; behoorlijk; best
遅め osome (1) een beetje; nogal; tamelijk laat; aan de late kant; (2) een beetje; nogal; tamelijk traag; aan de trage kant
随分 zuibun (1) kras; sterk; wat (een ~); [iron.] fraai; (2) zeer; erg; heel; uiterst; uitermate; buitengewoon; hoogst; verschrikkelijk; vreselijk; (3) behoorlijk; aanzienlijk; aanmerkelijk; beduidend; fors; flink; knap; merkelijk; een stuk; heel; nogal; aardig wat; considerabel
Tijd: 1.3 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'nogal').
2005-2026
