
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
arawani・あらはに
(露わに、露に、あらわに) bw. (1) [明らさまに] ronduit; openhartig; zonder omwegen; zonder er doekjes om te winden. ¶ 明らさまに總てを云ひなさい je moet alles ronduit zeggen. (2) [公然と] openlijk; in het openbaar.
kōso・公訴
zn. openbare aanklacht v.; openlijke beschuldiging v.
yō-ni・陽に
bw. openlijk.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <openlijk>
あからさま akarasama (1) plots; plotseling; onverwacht; onverwachts; opeens; ineens; (2) voorlopig; tijdelijk; even; vluchtig; kortstondig; (3) openlijk; openbaar; onverholen; onomwonden; duidelijk; eerlijk; onverbloemd; direct; expliciet; ongegeneerd
あからさまな akarasamana (1) plots; plotseling; onverwacht; abrupt; (2) voorlopig; tijdelijk; vluchtig; kortstondig; (3) openlijk; openbaar; onverholen; onomwonden; duidelijk; eerlijk; onverbloemd; direct; expliciet; ongegeneerd
あからさまに akarasamani (1) plots; plotseling; onverwacht; onverwachts; opeens; ineens; (2) voorlopig; tijdelijk; even; vluchtig; kortstondig; (3) openlijk; openbaar; onverholen; onomwonden; duidelijk; eerlijk; onverbloemd; direct; expliciet; ongegeneerd
ご遠慮なく;御遠慮なく goenryonaku (1) zonder formaliteiten; informeel; gemoedelijk; zonder terughoudendheid; zonder reserve; op zijn gemak; (2) vrij; vrijelijk; op vrije wijze; zonder beperkingen; ongehinderd; (3) onomwonden; ongezouten; onbeschaamd; openlijk; (4) zonder aarzeling; zonder aarzelen
ずけずけ zukezuke onverbloemd; cru; onbewimpeld; onverholen; onomwonden; eerlijk; frank; rechtuit; openlijk; openhartig; oprecht; ronduit; zonder er doekjes om te winden; botweg; onbehouwen
公に ōyakeni in het openbaar; publiek; publiekelijk; officieel; openlijk; en plein public
公共 kōkyō (1) gemeenschap; samenleving; grote publiek; publieke leven; publieke sfeer; (2) openbaarheid; het toegankelijk zijn voor het publiek; (3) publiek; openbaar; openlijk; algemeen; voor iedereen toegankelijk; (4) officieel; van de overheid uitgaand; publiek; van het bevoegd gezag uitgaand
公然 kōzen (1) openbaar; publiek; openlijk; onverholen; onverbloemd; apert; (2) algemeen bekend; notoir; erkend
公然と kōzento openbaar; publiek; openlijk; in het openbaar
公衆 kōshū (1) grote menigte; grote massa; publiek; (2) publiek; openbaar; openlijk; algemeen
剥き出しに mukidashini openhartig; eerlijk; openlijk; zonder er doekjes om te winden; oprecht; rondborstig; ongezouten; onomwonden; onverbloemd; onverholen; onverheeld; onbedekt; onbewimpeld; ronduit; rechtuit; rechtdoorzee; recht voor z'n raap
剥き出しの mukidashino (1) bloot; naakt; onbedekt; (2) openhartig; eerlijk; openlijk; oprecht; rondborstig; ongezouten; onomwonden; onverbloemd; onverholen; onverheeld; onbedekt; onbewimpeld
堂々と;堂堂と dōdōto (1) statig; in grote stijl; weids; groots; waardig; met allure; in al zijn waardigheid; met staatsie; majesteitelijk; plechtig; plechtstatig; plechtiglijk; gedragen; [muz.] grandioso; (2) met aplomb; geposeerd; zelfverzekerd; [Belg.N.] zelfzeker; onbedeesd; vol vertrouwen; (3) fair; billijk; eerlijk; rechtuit; openhartig; ronduit; openlijk; onverholen; onbewimpeld; ongegeneerd; simpelweg; eenvoudigweg; slechtweg; boudweg; zonder blikken of blozen; zonder poespas; rechttoe rechtaan
大っぴら ōppira (1) openlijk; onverholen; openbaar; (2) ongeremd; ongegeneerd; vrijelijk
無遠慮に buenryoni onbescheiden; ongegeneerd; ongereserveerd; zonder enige reserve; zonder plichtpleging(en); zonder scrupules; onbeschroomd; onbevangen; rechtuit; openlijk; frank; brutaal; onbeschaamd; impudiek; schaamteloos; vrijpostig; onbeschoft; stout; stoutweg; driest; onscrupuleus
率直 sotchoku oprecht; eerlijk; rechtuit; openhartig; frank; openlijk; vrijuit; rechttoe; rechtaan; onbevangen; onbewimpeld; onverbloemd; ongeflatteerd; ruiterlijk; onomwonden; volmondig; vrijmoedig; rechtuit; rechtdoorzee; ronduit; rondborstig; rondweg; vierkant; franchement; recht voor zijn raap
率直な sotchokuna oprecht; eerlijk; openhartig; frank; openlijk; onbevangen; onbewimpeld; onverbloemd; ongeflatteerd; ruiterlijk; onomwonden; volmondig; vrijmoedig; rondborstig
目の前で menomaede vlak voor; onder de ogen van; vlak voor iems. neus; waar iem. bij stond; ten aanschouwen van; tegenover; in tegenwoordigheid van; in aanwezigheid van; in het gezichtsveld van; zichtbaar voor; openlijk
目の前に menomaeni (1) vlak voor; onder de ogen van; vlak voor iems. neus; waar iem. bij stond; ten aanschouwen van; tegenover; in tegenwoordigheid van; in aanwezigheid van; in het gezichtsveld van; zichtbaar voor; openlijk; (2) ophanden; op komst; in aantocht; voor de deur
表立って omodatte (1) openlijk; publiekelijk; in het openbaar; (2) officieel; formeel; (3) opvallend; opmerkelijk
露骨 rokotsu (1) open; frank; openhartig; eerlijk; onverholen; openlijk; onverheeld; onverbloemd; onomwonden; ondubbelzinnig; oprecht; rondborstig; [~に] zonder omwegen; vrijuit; ronduit; rechtuit; platweg; [Belg.N.] vlakaf; (2) grof; rauw; plat; laag-bij-de-gronds; platvloers; onfatsoenlijk; onwelvoeglijk; [m.b.t. mop] schuin; schunnig; aangebrand; suggestief; getint; [euf.] expliciet; onvertogen; onbetamelijk; indecent; scabreus
露 arawa (1) bloot; naakt; duidelijk zichtbaar; (2) openbaar; publiek; publiekelijk; (3) open; openlijk; onverholen; onverbloemd; onverheeld; onbewimpeld; onbedekt; onomwonden; vrijuit; openhartig; eerlijk; ronduit; (4) duidelijk; onmiskenbaar; apert; klaar; merkbaar; manifest; evident; uitgesproken; uitdrukkelijk; expliciet
Tijd: 1.17 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'openlijk').
2005-2026
