
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
sokubaku・束縛
zn. beperking v.; vastbinding v. ¶ 束縛する binden; beperken; in zijn bewegingen belemmeren. ¶ 束縛を脱する zich vrij maken; de boeienslaken.
ushiro・後
(後ろ) zn. achterkant o. ¶ 後に van achteren; achter. ¶ 後から van achteren. ¶ 後へ naar achteren. ¶ 後を顧みる omkijken. ¶ 後を見せる er van door gaan; zijn hielen laten zien. ¶ 後の achterste; achter-. ¶ 後の車輪 achterwiel. ¶ 後足 achterpoot. ¶ 後合せ rug aan rug; ruggelings. ¶ 後楯 dekking in den rug; steun; ruggesteun. ¶ 後手 achterkant. ¶ 後手に縛る handen op den rug binden.
tsunagi・繫ぎ
zn. verbinding v.; verband o.; band m. ¶ 時間繫ぎに om den tusschentijd te vullen. ¶ 繫合はす verbinden; aan elkaar binden. ¶ 繫柱 meerpaal; paal om een dier aan te binden. ¶ 繫船 vastgemeerde boot. ¶ 繫犬 hond aan den ketting. ¶ 繫ぐ vastbinden; vastmeren (船を). ¶ 獄に繫ぐ gevangen houden. ¶ 犬を繫ぐ hond aan den ketting leggen. ¶ 二十六番へ繫で下さい wil u mij verbinden met no. 26 (電話).
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <binden>
因む chinamu (1) verband houden met; betrekking hebben op; in relatie staan tot; met; gerelateerd zijn aan; te maken hebben met; (2) binden; gebonden zijn aan; een band smeden; (3) omgaan met; intiem zijn met
拘束する kōsokusuru (1) beperken; aan banden leggen; beknotten; beteugelen; binden; (2) in hechtenis houden; gevangenhouden; vasthouden
括る kukuru (1) binden; vastbinden; vastmaken; bundelen; (2) [首を] zich verhangen; (3) [かっこで] tussen haakjes zetten; plaatsen; (4) [収支を] vereffenen; verrekenen; afsluiten; salderen
結う yuu (1) [髪を] opbinden; opsteken; opmaken; kappen; doen; (2) samenbinden; bijeenbinden; (3) verstellen; oplappen; hechten; boeten; (4) binden; verbinden; aaneenrijgen
結ぶ;掬ぶ musubu (1) binden; verbinden; vastbinden; dichtbinden; [紐を〜]knopen; dichtknopen; vastknopen; vastleggen; vastmaken; samenbrengen; voegen; samenvoegen; verenigen; aanbinden; aaneenvoegen; aaneensluiten; aansluiten; aaneenschakelen; koppelen; samenkoppelen; in verband brengen; relateren; (2) vormen; maken; [vrucht] dragen; [vriendschap enz.] sluiten; [betrekkingen enz.] aanknopen; [een coalitie enz.] aangaan; [de handen enz.] ineenslaan; [een contract enz.] afsluiten; (3) beëindigen; besluiten; afsluiten; (4) (掬ぶ) met de handen [water enz.] scheppen; met de handen opscheppen; (5) [実を〜] vruchten dragen
綴じる tojiru [boekdr.] binden; innaaien; brocheren; insteken
綴じ合わせる tojiawaseru aaneenhechten; aan elkaar hechten; [boekdr.] binden; [boekdr.] bijeenbinden
綴る tsuzuru (1) binden; rijgen; verbinden; aaneenrijgen; (2) schrijven; opstellen; maken; samenstellen; (3) spellen
縛 baku (1) hechtenis; aanhouding; arrestatie; (2) band; binding; gebondenheid; (3) [boeddh.] gehechtheid; bandha; (a) binden; met touwen vastbinden; (b) vasthouden; gevangen houden
縛り付ける shibaritsukeru (1) vastbinden; vastmaken; vastknopen; vasthechten; (2) aan banden leggen; binden; beperken; beteugelen; kluisteren
縛る shibaru (1) vastbinden; binden; bijeenbinden; samenbinden; opbinden; knevelen; knopen; sjorren; vastsjorren; vastknopen; vastmaken; vastleggen; vastsnoeren; [zeew.] beleggen; [m.b.t. scheepv.] seizen; dichtbinden; dichtsnoeren; dichtrijgen; [m.b.t. wonde] verbinden; afbinden; (2) [fig.] binden; [fig.] inbinden; beperken; [fig.] knevelen; [fig.] kluisteren; [fig.] boeien; [fig.] ketenen; beknotten; [uitdr.] de handen binden; [uitdr.] aan banden leggen
装丁する;装釘する;装幀する sōteisuru (1) [本を] boekbinden; binden; (2) boeken ontwerpen
製本する seihonsuru boekbinden; binden
Tijd: 1.28 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'binden').
2005-2026
