日蘭辭典+

27 resultaten voor ‘sake’
日蘭辭典 (titelwoord)
sake
zn. sake (日本語) v.; drank m. ¶ に耽る aan den drank zijn. ¶ 臭い naar drank stinken. ¶ 好きである veel van een glaasje houden.
日蘭辭典 (trefwoord)
nihon日本
zn. Japan o. ¶ 日本Japansch; Japanneesch. ¶ 日本贔屓の Japanschgezind; pro-Japansch. ¶ 日本風で op zijn Japansch. ¶ 日本學 Japanologie. ¶ 日本嫌ひの anti-Japansch. ¶ 日本一 de beste in Japan. ¶ 日本人 Japanner; Japannees; (女) Japansch; Japanneesch. ¶ 日本化する verjapanschen. ¶ 日本海 Japansche Zee. 日本列島 Japansche archipel. ¶ 日本酒 ,,sake’’. ¶ 日本主義 Japansche chauvinisme.
koshiraeru拵へる

(拵える) t.w. (1) [造る] maken; bereiden; fabriceeren. (2) [建築] bouwen. (3) [捏造] verzinnen. (4) [發明] uitvinden. (5) [飾る] tooien; i.w. toilet maken. ¶ を拵へる gezicht opmaken; grimeeren; kamer optuigen. ¶ 口實を拵へる uitvlucht verzinnen. ¶ で拵へる waaruit wordt sake bereid?

yoriより
vz. (1) [から] van; sedert; sinds. vw. (2) [比較] dan. ¶ より van nu af aan. ¶ より買ふ iets van iemand koopen. ¶ より二十まで van tien tot en met twintig. ¶ を出てより sinds wij uit het vaderland zijn weggegaan. ¶ よりビール好む meer van bier houden dan van ‘‘sake.’’ ¶ これより入るからず verboden toegang.
kan
zn. warmte van sake. ¶ 燗する sake warmen.
tsukuru作る

t.w. (1) [製作] maken; vervaardigen. (2) [構成] vormen. (3) [建設] bouwen. (4) [耕作] bebouwen; bewerken. (5) [培養] verbouwen; telen. ¶ 木で造る van hout maken. ¶ 酒を造る arak stoken; sake brouwen. ¶ 野菜を作る groenten kweeken. ¶ 財產を作る fortuin maken; rijk worden. ¶ 顏を作る toilet maken; zich werven en poeieren. ¶ 列を作る een rij vormen; in ’t gelid gaan staan. ¶ 家庭を作る huishouden opzetten. ¶ 罪を作る zonde begaan.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <sake>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お猪口 ochoko sake-kopje; sake-glaasje; sake-kommetje; sake-bekertje
利き酒 kikizake (1) het proeven van sake; wijn; het wijnproeven; onderzoek naar de kwaliteit en smaak van sake; wijn; (2) sake; wijn die als proef dient; proef-sake; proefwijn
利き酒する kikizakesuru sake proeven; wijnproeven; sake; wijn op smaak testen; de kwaliteit van sake; wijn onderzoeken
土器 kawarake (1) ongeglazuurd aardewerk; ± terracotta; ± biscuit; (2) terracotta vaatwerk; sake-nap; wijnnapje van ongeglazuurd aardewerk; (3) drinkgelag; drinkpartij; libatie; (4) (vrouw met) onbehaarde schaamstreek
日本酒 nihonshu Japanse rijstwijn; sake; [w.g.] saki
杯;盃 sakazuki sake-glaasje; sake-kommetje; wijnglas; drinkglas; drinkbeker; beker; bokaal; kelk; kroes
杯;盃 hai (1) beker; kelk; kop; glas; kommetje; [i.h.b.] cup; [i.h.b.] sake-glaasje; (2) [kwantor voor glazen;kopjes;kommetjes;eetlepels e.d.]; (3) [kwantor voor octopussen;inktvissen;zeeoren]; (4) [kwantor voor schepen]
猪口 choko sake-kopje; sake-glaasje; sake-kommetje; sake-bekertje
赤ら akara (1) prachtig …; blakend …; blozend …; roodglimmend …; (2) rodig …; roodachtig …; (3) mooirood; blozend; (4) sake
赤;紅;朱;緋 aka (1) rood [= de kleur █]; (2) roodbruin [= de kleur █]; (3) [hofdamesjargon] azuki; adukiboon; (4) baby; kindje; (5) rode rijst; (6) roodkoper; (7) sake; (8) [cul.] roodbruine miso; (9) tekort; deficit; rode cijfers; roodstand; rood; (10) laatste tram; laatste trein; (11) laatste bus; (12) rood licht; rood verkeerslicht; stoplicht; (13) [sportt.] rode ploeg; (14) [pol.] rood; [i.h.b.] een rooie; (15) [kaartsp.] twaalf rode kaarten in het mekuri-kaartspel; (16) [kaartsp.] aka [= naam van elk van de drie vijfpuntenkaarten in het hanafuda-kaartspel;voorgesteld door een rode papierstrook over een patroon van resp. pijnboomen;pruimenbomen en sierkersen]; [meton.] stel van drie aka-kaarten; (17) [Barg.] brand; vuur; [i.h.b.] vuurtje; lucifer; (18) [Barg.] inbraak na het openbranden van het slot; (19) [Barg.] bloed; [i.h.b.] menstruatie; [vulg.] de rooie loop; (20) [Barg.] diefstal van metaalgeld; (21) [krantenjargon] kosteloze advertentie; gratis krant; (22) volkomen …; op-en-top …; geheel en al …
酒代 sakashiro (1) geld voor drank; sake; (2) fooi; drinkgeld
酒代 sakadai (1) geld voor drank; sake; (2) fooi; drinkgeld
酒手 sakate (1) geld voor drank; sake; (2) fooi; drinkgeld
酒粕;酒糟 sakekasu sake-droesem; sake-grondsop; sake-drab; sake-moer
酒蔵 sakagura (1) sake-opslagplaats; sake-depot; wijndepot; bottelarij; (2) [i.h.b.] wijnkelder
酒造業 shuzougyou (1) sake-industrie; (2) branderij-industrie; stokerij-industrie; distillatie-industrie; distilleerderij-industrie
saka sake; sterkedrank
sake (1) alcohol; alcoholische; alcoholhoudende drank; [verzameln.] alcoholica; [pregn.] drank; [meton.] fles; (2) sake; saki; Japanse rijstwijn; [oneig.] wijn; (3) [kwade;goede] dronk; iems. gedrag wanneer die onder invloed is
shu (1) alcoholische; alcoholhoudende drank; alcohol; drank; (2) sake; saki; rijstwijn; rijstbrandewijn; (3) -wijn; -brandewijn
飲み口 nomikuchi (1) smaak; aroma; smaakindruk; (2) sakeliefhebber; (3) gelegenheid; aanleiding om een dronk uit te brengen; (4) lip van een sake-kommetje; sake-kopje; (5) manier van sake drinken; drinkstijl; (6) [きせるの] mondstuk
鮭;鮏 sake [dierk.] zalm; Salmo salar
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.41 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'sake'). 
2005-2026