
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
abureru・あぶれる
SUPPLEMENT (trefwoord)
shi・し
(voegwoord) (1) [tussen twee zinsdelen] en; en ook; tevens; eveneens. ¶ 私は気が短いし、口も軽い男だ。 Watashi wa ki ga mijikai shi, kuchi mo karui otoko da. Ik ben een man met een kort lontje en ik heb ook een losse tong. (TTC) (2) [aan het einde van een zin, een reden markerend maar ook afzwakkend] ¶ モロッコから帰ってきてからどうも調子悪い。咳が止まらないし Morokko kara kaette kite kara, dōmo chōshi ga warui. Seki ga tomaranai shi Sinds ik terug ben gekomen van Marokko voel ik me vreselijk beroerd. Het hoesten houdt maar niet op... (twitter)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <terugkomen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
再来する sairaisuru weerkomen; terugkomen; terugkeren
再現する saigensuru (1) opnieuw verschijnen; weer te voorschijn komen; zich opnieuw vertonen; weer komen opdagen; terugkeren; weerkeren; wederkeren; terugkomen; weerkomen; (2) opnieuw vertonen; reproduceren; heropvoeren; re-ensceneren; naspelen; weer te voorschijn roepen; reconstrueren
再起する saikisuru (1) terugkeren; terugkomen; een comeback maken; z'n rentree maken; (2) te boven komen; er weer bovenop komen; zich herpakken; zich herstellen
出直す denaosu (1) terugkomen; terugkeren; weerkomen; weeromkomen; (2) van voren af aan beginnen; helemaal opnieuw beginnen; overnieuw beginnen; een nieuw begin maken; weer van meet (af) aan beginnen; herbeginnen; ± doorstarten
回帰する kaikisuru terugkeren; terugkomen
帰還する kikansuru huiswaarts keren; zich huiswaarts begeven; naar huis teruggaan; terugkeren; terugkomen; thuiskomen; repatriëren
引き返す;引返す;ひっかえす hikikaesu;hikkaesu terugkeren; teruggaan; omkeren; terugkomen; op zijn schreden terugkeren; op zijn passen terugkeren
復帰する fukkisuru terugkeren; terugkomen; teruggaan; retourneren; hersteld worden
戻る modoru teruggaan; keren; terugkeren; terugkomen; teruglopen; terugvallen; teruggrijpen op; weerkeren; wederom aanwezig zijn
返り咲く kaerizaku (1) voor een tweede keer bloeien; nabloeien; (2) [fig.] een comeback maken; terugkomen
返る kaeru (1) terugkeren; teruggaan; weerkeren; wederkeren; terugkomen; terug naar het uitgangspunt gaan; weer in het bezit komen van; terugvallen aan; (2) zich herstellen; weer in de vorige toestand terugkeren; [veroud.] keer nemen; (3) terugkaatsen; terugspringen; terugstuiten; [こだまが〜] weergalmen; weerklinken; (4) kantelen; omslaan; zich omkeren; (5) [年が〜] wisselen; nieuwjaar worden; (6) verkleuren; van kleur veranderen; (7) […~] compleet; volkomen … worden; (8) […~] telkens … ; blijven …
Tijd: 1.57 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'terugkomen').
2005-2026
