日蘭辭典+

42 resultaten voor ‘vlak’
日蘭辭典 (trefwoord)
ichimen一面
zn. (1) [一方] een zijde v. (2) [一帶] de geheele oppervlakte v. ¶ 新聞一面 de eerste bladzijde van een courant. ¶ 一面識ある oppervlakkig kennen; een enkele maal ontmoet hebben.
hiratai平たい
bn. vlak; plat; horizontaal. ¶ 平たく言へば ronduit gezegd. ¶ 平たくする plat maken; vlak maken; gelijk maken; effenen; vereenvoudigen (簡單にする).
kōtei高低

zn. hoogte en laagte; golving v.; op- en nedergang m. ¶ 高低ある oneffen; ongelijkmatig; ongelijk. ¶ 高低なき vlak; gelijk; effen.

tsuiつい

bw. (1) [僅々] alleen maar; zoo juist; net; pas. (2) [圖らず] onopzettelijk; toevallig. ¶ つい先程 zoo even. ¶ つい此の近所に vlak bij. ¶ つい此間會たばかりだ ik heb hem nog pas ontmoet.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vlak>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
こくのない kokunonai  ; [~酒] slap; flauw; laf; vlak; futloos; waterig; zonder pit; [~料理] licht verteerbaar; fade; [gew.] flets; [gew.] kwak
つい tsui (1) onwillekeurig; onbewust; onopzettelijk; onbedoeld; spontaan; vanzelf; zomaar; (2) buiten z'n wil (om); ongewild; per ongeluk; per abuis; tegen beter weten in; zijns ondanks; (3) pas; vlak; slechts
スムーズ sumuuzu glad; vlak; vloeiend; vlot; gemakkelijk; zacht
フラット furatto (1) [muz.] mol; molteken; ♭; [Belg.N.] b-molteken; (2) flat; appartement; (3) op de kop af; rond; exact; (4) plat; vlak; effen
一本調子 ippondhoushi (1) [muz.] monotonie; eentonigheid; (2) [fig.] saaiheid; (3) [muz.] monotoon; eentonig; (4) [fig.] saai; vlak; vervelend; geestdodend; ongeïnspireerd; ongeïnteresseerd
全く mattaku (1) geheel; geheel en al; heel; volledig; helemaal; straal; absoluut; volstrekt; rechtaf; volkomen; puur; totaal; volslagen; door en door ~; [attr.] ~ in het kwadraat; hartstikke; op-en-top; compleet; ten enenmale; ganselijk; gladweg; vlak; [volkst.] helendal; (2) werkelijk; inderdaad; waarlijk; echt; zonder meer; regelrecht; hoe ~!
分野 bunya terrein; domein; gebied; veld; vlak; vak; tak; branche; sector
味の薄い ajinousui zonder veel smaak; flauw; slap; laf; vlak; [gew.] flets
平たい hiratai (1) plat; vlak; (2) eenvoudig; gewoon; verstaanbaar; duidelijk
平ら taira (1) effen; vlak; gelijk; glad; plat; egaal; waterpas; geheel horizontaal; zonder oneffenheden; (2) in een gemakkelijke houding; comfortabel; (3) kalm; rustig; bedaard; beheerst; evenwichtig; stabiel; gelijkmatig
平らな tairana (1) effen; vlak; gelijk; glad; plat; egaal; waterpas; geheel horizontaal; (2) comfortabel; (3) kalm; rustig; bedaard; beheerst; evenwichtig; stabiel; gelijkmatig
平らに tairani plat; vlak; effen; egaal; glad; gelijk; zonder oneffenheden; geheel horizontaal; waterpas; afgestreken
平凡な heibonna (1) gewoon; alledaags; daags; ordinair; gemeen; doordeweeks; banaal; modaal; triviaal; afgezaagd; huisbakken; versleten; (2) middelmatig; mediocre; matig; (3) kleurloos; eentonig; monotoon; vlak; saai; oninteressant; onbeduidend; onbetekenend; onbelangrijk
平坦 heitan vlak; effen; plat; effen; egaal
平坦な heitanna vlak; effen; plat; effen; egaal
hei (1) effenheid; vlakheid; gelijkheid; het effen-zijn; het vlak-zijn; (2) kalmte; gelijkmatigheid; rust; evenwicht; (a) vlak; effen; plat; horizontaal; (b) rustig; kalm; gematigd; (c) gewoon; alledaags; (d) onpartijdig; fair; (e) pacificeren; tot rust brengen; (f) gemakkelijk; eenvoudig; (g) [wisk.] kwadraat; tweede macht; (h) [Jap.gesch.] de Taira; [letterk.] Heike monogatari
hen (a) plat; vlak; (b) klein
扁平 henpei (1) platheid; vlakheid; effenheid; (2) plat; vlak; effen
接点 setten (1) [wisk.] raakpunt; tangentpunt; (2) raakpunt; aanrakingspunt; contactpunt; grenspunt; aanknopingspunt; raakvlak; vlak; punt van overeenkomst
shiki (1) onderlegger; onderlegsel; onderzetter; onderzetje; mat; dek; [bouwk.] onderlaag; bedding; bed; (2) [scheepv.] scheepsbodem; denning; vlak; (3) waarborg; borgsom; borg; (4) stuk grond; kavel; perceel; (5) slaapmat; matras; (6) drempel; sponning; (a) onderlegsel; bedding; bedekking
方面 houmen (1) richting; streek; [ter] hoogte [van]; [in de] buurt [van]; ~ en daaromtrent; ~ en omgeving; ~ en omstreken; (2) gebied; terrein; vlak; facet; domein; kring; kant; aspect
hou (1) richting; kant; zijde; ~ heen; -waarts; [mijner-;jouwer-;enz] -zijds; (2) vlak; (competentie)gebied; terrein; domein; (3) veeleer ~; aan de ~ kant; eerder ~ (dan ~); wat beter; verkieslijker enz. is [verwijst vaak naar het voorkeursalternatief]; (4) kwadraat; tweede macht; vierkant; (5) methode; manier; wijze
板子 itago (1) [Jap.scheepv.] scheepsbodem; denning; vlak; (2) [Edo gesch.] dikke grofgezaagde plank
ban (a) plank; bord; plaat; (b) vlak; eentonig; (c) [honkb.] werpplaat; (d) metaalplaat
水平 suihei (1) vlakheid; effenheid; horizontaliteit; [attr.] vlak; [attr.] horizontaal; [attr.] waterpas; [attr.] effen; (2) vlak; horizontaal; waterpas; effen
水平の suiheino vlak; horizontaal; waterpas; effen
浅い asai (1) ondiep; (2) oppervlakkig; vlak; (3) [日が~] pril; (4) [色が~] licht; bleek; (5) [香りが~] discreet; (6) [位;家柄が~] onaanzienlijk; bescheiden; (7) [情愛が~] kil; onverschillig; lauw; afstandelijk
直ぐ sugu (1) eerlijk; oprecht; waarachtig; integer; fair; (2) meteen; onmiddellijk; ogenblikkelijk; direct; zo; gelijk; dadelijk; onverwijld; schielijk; in een oogwenk; in ééeen tel; [veroud.] subiet; terstond; aanstonds; [form.] fluks; prompt; acuut; stante pede; zonder verwijl; à la minute; op stel en sprong; op een-twee-drie; binnen de kortste keren; in een mum van tijd; in een wip; in een ommezien; cito; [inform.] er vlak bovenop; (3) gauw; spoedig; binnenkort; zo meteen; eerdaags; [form.] dra; [form.] eerlang [in de constructie mō sugu もうすぐ]; (4) vlak; pal; net; juist; recht
真っ ma pal ~; vlak ~; precies ~; exact ~; zuiver ~; puur ~; onversneden ~; geheel ~; volkomen ~; helemaal ~ [nadrukkelijker dan 真-]
真っ平ら mattaira volmaakt effen; vlak
真っ直ぐ;真直ぐ;真っ直;真っすぐ massugu (1) rechtheid; rechte richting; (2) recht; vlak; rechtlijnig; rechtop; rechtopstaand; overeind; rechtaan; rechtaf; rechtdoor; rechtuit; rechtstreeks; direct; regelrecht; linea recta; verticaal; loodrecht; ongebogen; straal; sluik [haar enz.]; (3) oprecht; eerlijk; rechtschapen; rechtdoorzee; rondborstig; openhartig
真っ直ぐな massuguna (1) recht; vlak; rechtlijnig; rechtopstaand; rechtstreeks; direct; regelrecht; verticaal; loodrecht; ongebogen; straal; sluik [haar enz.]; (2) oprecht; eerlijk; rechtschapen; rechtdoorzee; rondborstig; openhartig
真平 mahira (1) volmaakt effen; vlak; (2) eerlijk; echt; oprecht; werkelijk; waarlijk
ma (1) het ware; waarheid; werkelijkheid; (2) oprecht ~; eerlijk ~; rechtvaardig ~; waar ~; (3) recht ~; juist ~; vlak ~; precies ~; exact ~; puur ~; zuiver ~; (4) gewone ~; echte ~ [prefix voor planten- en dierennamen]
諸に moroni recht; precies; pal; vlak; zonder te missen
趣のない omomukinonai (1) smakeloos; van slechte smaak getuigend; onverfijnd; ongeraffineerd; onelegant; (2) saai; geesteloos; nietszeggend; banaal; zouteloos; oninteressant; (3) vlak; kleurloos
roku (1) zes; (2) vlak; effen; (3) recht; correct; (4) gelijkmoedig; kalm; rustig; ontspannen; (5) vredig; vreedzaam; (6) [~ない] niet zoals het hoort; niet voldoende; niet degelijk; (a) land; vasteland; (b) gewoon; alledaags
men (1) gezicht; aangezicht; gelaat; figuur; snuit; snoet; smoel; facie; [inform.] toet; [volkst.] snufferd; [volkst.] bakkes; [vulg.] smoelwerk; [volkst.;fig.] postzegel; [Barg.] treiter; [Barg.;volkst.] ponem; [min.] tronie; [Barg.] gebbe; [Barg.] kakement; [slang] fiselefasie; [slang] fiselemie; (2) masker; mombakkes; mom; [Barg.] schiebaart; (3) masker [bij lassen;sport: kendō;honkbal enz.]; (4) pagina (van een krant); bladzijde; (5) [wisk.] oppervlakte; vlak; (6) [technol.] facet [afschuining onder een hoek van 45°]; helling; schuinte; wand; (7) kant; aspect; zijde; latus; vlak; opzicht; gebied; (8) men [klap in het gezicht: bepaalde score in het kendō]; (9) [maatwoord voor vlakke voorwerpen (bv.: spiegels;luiten;suzuri 硯 [inktstenen]; maskers; schaakborden; bundels papier; kaartspelen; tennisbanen e.d.)]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.81 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 38 treffers (zoekopdracht: 'vlak'). 
2005-2026