
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
inga・因果
zn. (1) [原因結果] oorzaak en gevolg. (2) [不運] noodlot o. (3) [應報] vergelding v. ¶ 因果の關係 causaal verband; causaliteit. ¶ 因果應報 vergelding; karma. ¶ 因果の法則 wet van oorzaak en gevolg. ¶ 因果の noodlottig; rampzalig. ¶ 因果と諦める berusten in zijn lot. ¶ 因果の種を宿す zwanger zijn door een misstap. ¶ 親の因果が子に報いる de kinderen boeten voor de zonden der ouders.
tsutanai・拙い
bn. onbeholpen; onbenullig; (不運) ongelukkig; zielig; stumperig.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <不運>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
不運 fuun tegenslag; tegenspoed; ongeluk; pech; misfortuin; wanbof; tegenvaller; contrecoup; onfortuinlijkheid; rampspoed; noodlot; fatum; onfortuinlijk; ongelukkig; onzalig; tegenspoedig; pechvol; kwaad; gedoemd; rampzalig; noodlottig
Tijd: 1.6 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 1 treffer (zoekopdracht: '不運').
2005-2026
