日蘭辭典+

5 resultaten voor 「乗じる」
日蘭辭典 (titelwoord)
jōzuru乘ずる
(乘じる、乗じる、乗ずる) t.w. (1) [かける] vermenigvuldigen. i.w. (2) [つけこむ] gebruik maken van; zich bedienen van; gelegenheid aangrijpen. ¶ に乘じて bij gelegenheid van; onder den invloed van. ¶ 六に六を乘ずると三十六となる zes-maal zes is zes en dertig; 6×6=36.
日蘭辭典 (trefwoord)
kakeruかける
(掛ける, 懸ける) (1) [吊す] ophangen; hangen. (2) [計量する] wegen. (3) [かけ渡す] bouwen; leggen; slaan. (4) [果す] opleggen; heffen. (5) [心配を] veroorzaken; bezorgen. (6) [, 時間を] besteden. (7) [錠を] sluiten. (8) [乘ずる] vermenigvuldigen. (9) [注ぎかける] besprenkelen. i.w. (10) [腰を] gaan zitten. t.w. (11) [を放す] in brand steken. (12) [掛を] afbetalen. (13) [交尾さす] laten paren. (14) [著せる] aankleeden; bekleeden met. (15) [上へ廣げる] overdekken met; overspreiden. (16) [鑑定に] onderwerpen aan. ¶ 電話線をかける telefoon aanleggen. ¶ 刷毛をかける afborstelen. ¶ かける vier met drie vermenigvuldigen. ¶ 電報をかける telegram zenden; telegrafeeren. ¶ 電話を掛ける telefoneeren; opbellen. ¶ 醫者かける dokter consulteeren. ¶ 氣に掛ける ter harte nemen. ¶ 問を掛ける vraag richten tot. ¶ 思を掛ける verliefd worden op. ¶ 讀み掛ける beginnen te lezen. ¶ に掛ける op het vuur zetten.
TEKST EN UITLEG
bron:The Tanaka Corpus乗じる
私は好機に乗じた ik greep de kans aan; ik maakte gebruik van de goede gelegenheid.
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:Aozora Bunko╱Mori Ōgai╱De wilde gans 〈1:10-11〉〈青空文庫〉森鴎外『雁』
先ずざっとこう云う性の尊敬を受け、それに乗じて威福を擅にすると云うのが常である。然るに上条でを利かせている、の壁は頗るを殊にしていた。

Mazu zatto kō yū tachi no otoko ga sonkei wo uke, sore ni jōjite ifuku wo hoshiimama ni suru to yū no ga tsune de aru. Shikaru ni Kamijō de haba ga kikasete iru, boku no kabe tonari no otoko wa sukoburu omomuki wo koto ni shite ita.

Wel, het was normaal dat zo’n soort man respect kreeg en zich daarvan bediende om naar wens zijn invloed uit te oefenen. Echter, als ik het heb over de man die mijn buurman was in Kamijou en daar zijn invloed deed gelden, die had een uitzonderlijke stijl.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <乗じる>
乗じる jōjiru (1) te baat nemen; gebruiken; aangrijpen; profiteren van; benutten; ingaan op; inspelen op; gebruik maken van; munt slaan uit; een slaatje slaan uit; z'n slag slaan; voordeel halen uit; z'n voordeel doen met; [失策に] uitbuiten; (2) vermenigvuldigen; (3) instappen; instijgen; aan boord gaan; [馬に] bestijgen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.44 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 1 treffer (zoekopdracht: '乗じる'). 
2005-2026