
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
tateru・立てる、樹てる
(建てる) t.w. (1) [立起す] laten staan; neerzetten; hijschen (旗を); overeind zetten (石を); spitsen (耳を). (2) [建造する] bouwen; oprichten. (3) [閉ぢる] sluiten; dichtdoen. (4) [設立する] stichten; (組織する) instellen; organiseeen. (5) [制定する] vaststellen. (6) [計畫を] beramen. (7) [議論を] opwerpen; aanvoeren. (8) [勳功を] tot stand brengen; presteeren. ¶ 忠義を立てる trouw zijn. ¶ 男を立てる zijn waardigheid als man handhaven. ¶ 腹を立てる boos worden. ¶ 噂を立てる gerucht verspreiden. ¶ 身を立てる zich een positie verovereren; carriere maken. ¶ 生計を立てる zijn brood verdienen. ¶ 聲を立てる geluid geven. ¶ 誓を立てる zweren; gelofte doen. ¶ 使を立てる boodschap zenden. ¶ 鋸の目を立てる zaag scherpen. ¶ 棘を立てる zich aan doorn prikken.
teishutsu・提出
zn. initiatief o.; aanbieding v. ¶ 提出する te berde brengen; aanvoeren; naar voren brengen; aanbieden; voorstellen; initiatief nemen. ¶ 抗議を提出する protesteeren.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <aanvoeren>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
リードする riidosuru (1) leiden; de leiding nemen; het initiatief; voortouw nemen; [m.b.t. dans] leiden; aanvoeren; (2) [sportt.] de leiding nemen; hebben; aan kop gaan; komen; een voorsprong hebben; verkrijgen; (3) [honkb.] het als honkloper een meter van z'n honk afstaan
上げる ageru (1) heffen; opheffen; omhoogheffen; verheffen; oprichten; tillen; optillen; omhoogtillen; omhoogbrengen; liften; verhogen; eleveren; [凧を] oplaten; opsteken; [棚に] leggen op; opleggen; [帆を] hijsen; ophijsen; omhooghijsen; opbrengen; opvissen; [碇を] lichten; hieuwen; [陸に] landen; aan land zetten; [顔を] opkijken; (2) loven; prijzen; roemen; huldigen; ophemelen; hoog opgeven van; (3) opvoeren; doen toenemen; optrekken; opjagen; opdrijven; [温度を] hoger zetten; [すぴーどを] vergroten; (4) bevorderen; promoveren; (5) overgeven; braken; opgeven; kotsen; vomeren; over z'n nek gaan; [gew.] opbrengen; (6) [客を] binnenlaten; inlaten; brengen; leiden naar; geleiden; (7) [学校へ] op school doen; (8) geven; aanbieden; toedienen; offreren; schenken; voorzetten; [娘を] wegschenken; (9) offeren; ten offer brengen; (10) overhandigen; ter hand stellen; reiken; overreiken; (11) ten einde brengen; afdoen; afwerken; volbrengen; voltooien; (12) klaarspelen; gedaan weten te krijgen; (13) [式を] houden; vieren; celebreren; fêteren; (14) [例を] geven; vermelden; noemen; aanhalen; citeren; aanvoeren; leveren; opnoemen; opsommen; opgeven; opvissen; (15) [子を] krijgen; [母が] het leven schenken; baren; [父が] verwekken; (16) verbeteren; ontwikkelen; ontplooien; (17) [髪を] doen; opmaken; opsteken; kappen; (18) aanhouden; pakken; oppakken; vatten; inrekenen; snappen; in hechtenis nemen; in de kraag grijpen; arresteren; (19) [芸者を] bestellen; laten komen; erbij halen; uitnodigen; ontbieden; engageren; (20) frituren; in kokend vet bakken; braden; [gew.] fritten; (21) [結果を] behalen; bereiken; verkrijgen; verwerven; realiseren
主張する shuchousuru (met klem) beweren; asserteren; claimen; stellen; aanvoeren; poneren; volhouden; erop staan; betogen; insisteren; staande houden; eropna houden; verdedigen; bepleiten; voorstaan; huldigen; [Belg.N.] vooropstellen; [i.h.b.] benadrukken; [i.h.b.] beklemtonen; [i.h.b.] de nadruk leggen op
供給する kyoukyuusuru leveren; verschaffen; bevoorraden; voorzien van; aanvoeren
先導する sendousuru leiden; aanvoeren; geleiden; voorgaan; vooropgaan; aan het hoofd gaan; gidsen; de weg wijzen; loodsen
先立つ sakidatsu (1) aanvoeren; leiden; leiding geven (aan); (2) voorafgaan; voorgaan; precederen; vooropgaan; aan het hoofd gaan; (3) [fig.] een eerste vereiste zijn; (4) vooroverlijden; vooraf; vroeger sterven
反論する hanronsuru repliceren; van repliek dienen; weerwoord geven; weerwerk leveren; tegenspel leveren; geven; bieden; terugslaan op; een tegenpunt maken; een tegenargument stellen; aanvoeren; weerleggen; refuteren; tegenspreken; ontzenuwen
唱える tonaeru (1) reciteren; declameren; opzeggen; herhalen; scanderen; roepen; schreeuwen; (2) bepleiten; verdedigen; voorstaan; (3) naar voren brengen; aanvoeren; te berde brengen; opperen
将 shou (1) legeraanvoerder; aanvoerder; commandant; leider; (2) [mil.] opperofficier; (3) generaal; veldheer; (a) aanvoeren; het commando voeren; legeraanvoerder; (b) brengen; (c) staan te gebeuren; (d) [mil.] generaal
引き合いに出す hikiainidasu (1) verwijzen naar; refereren aan; aanhalen; vermelden; aanvoeren; (2) tot getuige roepen; als getuige oproepen
引率する insotsusuru leiden; begeleiden; loodsen; aanvoeren; voorop lopen; vooraf gaan; aan het hoofd staan
引用する inyousuru citeren; aanhalen [uit een boek;film etc.]; lenen van; uit [een wetenschappelijke theorie]; aanvoeren
引証する inshousuru aanhalen; aanvoeren; citeren als bewijs
指揮する shikisuru (1) het bevel voeren (over); leiden; aanvoeren; bevelen; commanderen; instrueren; instructie geven; gebieden (over); (2) [muz.] dirigeren; leiden
挙げる ageru (1) [式を] houden; organizeren; vieren; (2) [例として] geven; vermelden; noemen; aanhalen; citeren; quoten; aanvoeren; leveren; opnoemen; opsommen; opgeven; opvissen; (3) [腕を] opsteken; [頭を] oprichten; (4) [委員に] benoemen; aanstellen; (5) verenigen; samenbrengen; verenen; (6) [子を] krijgen; hebben; (7) arresteren; aanhouden; inrekenen; oppakken
提供する teikyousuru aanbieden; bieden; leveren; verschaffen; voorzien van; zorgen voor; aanreiken; aanvoeren; aandragen; ter beschikking stellen; van dienst zijn met; ten dienste stellen van; [i.h.b.] doneren; [w.g.] fourneren
擁する yousuru (1) in de armen houden; sluiten; omarmen; omhelzen; omvatten; (2) hebben; bezitten; beschikken over; in het bezit zijn van; (3) onder zich hebben; in dienst hebben; aanvoeren; leiding geven aan; (4) als leider aanstellen; erkennen; steunen; (5) omgeven; omringen
束ねる tabaneru (1) aaneenbinden; opbinden; samenbinden; bundelen; schoven; in garven; tot schoven binden; (2) aanvoeren; leiden; beheersen; controleren
来たす kitasu (1) doen komen; laten komen; uitnodigen; aanvoeren; aanbrengen; (2) teweegbrengen; doen ontstaan; veroorzaken; leiden tot
率いる hikiiru leiden; aanvoeren; aan de leiding staan van; aan het hoofd staan van; het hoofd zijn van; de leiding hebben van; over; het bevel voeren over
申し立てる moushitateru [de feiten] uiteenzetten; [bezwaren] opperen; opwerpen; aanvoeren; [Belg.N.] inroepen
統率する tousotsusuru leiden; aanvoeren; commanderen; bevelen; het bevel; commando; gezag voeren over; de leiding hebben over; aan het hoofd staan van
補給する hokyuusuru bevoorraden; aanvoeren; toevoeren; aanvullen; bijvullen; herbevoorraden
輸入する yunyuusuru invoeren; importeren; introduceren; aanvoeren
運ぶ hakobu (1) vorderen; vooruitgaan; opschieten; (vlot) verlopen; vooruitkomen; (goed) gaan; (2) vervoeren; transporteren; overbrengen; aanvoeren; aanbrengen; brengen; voeren; (3) [zijn schreden enz.] wenden naar; [koers enz.] richten naar; [geen stap;voet enz.] verzetten; (4) voortgaan met; voortzetten; vervolgen; [de pen enz.] voeren
運んでくる hakondekuru aanbrengen; aanvoeren
運搬する unpansuru vervoeren; transporteren; overbrengen; aanvoeren
音頭を取る ondowotoru als eerste inzetten; de toon; maat aangeven; de leiding in handen nemen; de richting aangeven; aanvoeren; leiden
Tijd: 1.42 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 28 treffers (zoekopdracht: 'aanvoeren').
2005-2026
