
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
akui・惡意
(悪意) zn. (1) [敵意] vijandschap v.; wrok m.; boosaardigheid v. (2) [故意] kwade bedoeling v.; boos opzet o.; voorbedachte raad m.
tateru・立てる、樹てる
(建てる) t.w. (1) [立起す] laten staan; neerzetten; hijschen (旗を); overeind zetten (石を); spitsen (耳を). (2) [建造する] bouwen; oprichten. (3) [閉ぢる] sluiten; dichtdoen. (4) [設立する] stichten; (組織する) instellen; organiseeen. (5) [制定する] vaststellen. (6) [計畫を] beramen. (7) [議論を] opwerpen; aanvoeren. (8) [勳功を] tot stand brengen; presteeren. ¶ 忠義を立てる trouw zijn. ¶ 男を立てる zijn waardigheid als man handhaven. ¶ 腹を立てる boos worden. ¶ 噂を立てる gerucht verspreiden. ¶ 身を立てる zich een positie verovereren; carriere maken. ¶ 生計を立てる zijn brood verdienen. ¶ 聲を立てる geluid geven. ¶ 誓を立てる zweren; gelofte doen. ¶ 使を立てる boodschap zenden. ¶ 鋸の目を立てる zaag scherpen. ¶ 棘を立てる zich aan doorn prikken.
warui・惡い
(悪い) bn. (1) [惡い] slecht; verkeerd. (2) [非道な] zondig. (3) [不法な] onwettig. (4) [邪惡な] boos; boosaardig. (5) [いたづらな] baldadig; ondeugend. (6) [不吉な] kwaad; onheilspellend. (7) [不運な] ongelukkig; (8) [有害な] schadelijk. (9) [不健全な] ongezond. (10) [醜惡な] leelijk. (11) [粗末な] grof; inferieur. (12) [腐敗せる] rot. ¶ 口が惡い schelden; kwaad spreken. ¶ 更に惡い nog erger. ¶ 最も惡い allerergst. ¶ 耳が惡い hardhoorig. ¶ 胸が惡い zich niet lekker voelen; misselijk zijn. ¶ 香が惡い stinken. ¶ 體に惡い ongezond. ¶ 惡い事 zonde; verkeerdheid; misdaad; wangedrag. ¶ 價も安いが品も惡い goedkoop en slecht. ¶ 君の方が惡い jij hebt ongelijk; het is jouw schuld. ¶ 私が惡かつた het is mijn schuld; ik heb ongelijk.
SUPPLEMENT (trefwoord)
mukeikaku・無計画
(zn., -na adj.) zonder plan; klakkeloos; ondoordacht; willekeurig. ¶ 自分の無計画さに腹立ててる Jibun no mukeikakusa ni haradatete’ru Ik wordt boos om m’n ondoordachtheid. (twitter) ¶ 無計画で描いた。 なんだこりゃ Mukeikaku de egaita. Nan da korya Zonder plan getekend. Wat is dit? (twitter) ¶ 遠くに旅に出てみよう!あえて無計画な旅に! Tōku ni tabi ni dete miyō! Aete mukeikaku na tabi ni! Laten we een verre reis maken! Gewaagd zonder plan op reis! (twitter)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <boos>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
むかつく mukatsuku (1) misselijk; naar; onpasselijk; ongesteld worden; zich niet goed voelen; (2) boos; kwaad; nijdig; [gew.] vals worden; gebelgd; verbolgen raken; walgen (van); zich opwinden; [veroud.] zich vergrammen
むかむか mukamuka (1) misselijk; onpasselijk; [Belg.N.] mottig; (2) in toorn ontbrandend; in woede ontstoken; woedend; boos; toornig; woest; [i.h.b.] vol afkeer; weerzin; walgend; [Belg.N.] gedegouteerd; (3) geëmotioneerd
むっと mutto (1) boos; kwaad; ontstemd; verontwaardigd; gepikeerd; geërgerd; geprikkeld; geïrriteerd; verbolgen; gebelgd; pissig; nijdig; op de tenen getrapt; [veroud.] spijtig; (2) [熱;悪臭が] verstikkend; bedompt; benauwd; muf; (3) de lippen op elkaar klemmend; als het graf; als een mof; [Belg.N.] als vermoord zwijgend
不良 furyou (1) het slechte; het kwade; slechtheid; gebrekkigheid; onvolkomenheid; improbiteit; ondeugd; snoodheid; verderfenis; (2) het minderwaardige; het inferieure; minderwaardigheid; minderheid; inferioriteit; (3) criminaliteit; misdadigheid; delinquentie; (4) zware jongen; gewelddadige kerel; vandaal; hooligan; rabauw; misdadiger; agressieveling; bandiet; gangster; crimineel; delinquent; (5) slecht; pover; minderwaardig; onvolkomen; gebrekkig; wan; inferieur; min; ondeugdelijk; [w.g.] kwaad; (6) slecht; verdorven; boos; misdadig; delinquent; crimineel; [veroud.] snood
不良の furyouno (1) slecht; pover; minderwaardig; onvolkomen; gebrekkig; wan; inferieur; min; ondeugdelijk; [w.g.] kwaad; (2) slecht; verdorven; boos; misdadig; delinquent; crimineel; [veroud.] snood
怒って okotte boos; kwaad; verbolgen; nijdig; woedend; woest; driftig; [Belg.N.] kolerig; koleirig
恨めしい;怨めしい urameshii boos; wrokkig; nijdig; misnoegd; mismoedig; chagrijnig; [volkst.] sacherijnig; rancuneus; gefrustreerd; bitter; rouwig
悪い warui (1) slecht; kwaad; verkeerd; euvel; kwalijk; boos; ongunstig; mieges; [調子が] bedonderd; [inform.] beroerd; (2) moreel slecht; onverkwikkelijk; onfris; lelijk; verwerpelijk; (3) sorry; het spijt me; pardon; neem me niet kwalijk
悪意の akuino kwaadwillig; kwaadgezind; kwaadaardig; boosaardig; malicieus; malafide; venijnig; boos; gemeen; hatelijk; haatdragend; vals; wreed; lastig
睨む niramu (1) dreigend; boos; kwaad aankijken; strak aanblikken; grimmig aanzien; grimmen; aangrimmen; (2) in de gaten houden; in het oog houden; gadeslaan; zich concentreren op; goed opletten; scherp letten op; (3) verdenken; inschatten; houden voor; achten; rekenen; (4) [にらまれる] gewantrouwd worden; op de zwarte lijst staan; uit de gratie zijn; in een slecht blaadje staan; het verkorven hebben bij; (5) anticiperen; voorzien; uitgaan van; rekening houden met; incalculeren
腹立つ haradatsu (1) boos; kwaad worden; zich boos; kwaad maken; (2) ruzie maken; ruziën; bekvechten; kibbelen; (3) boos; kwaad worden; zich boos; kwaad maken
苛々 iraira geïrriteerd; geprikkeld; zenuwachtig; nerveus; boos; ongeduldig
荒らげる ararageru [声を] boos; kwaad z'n stem verheffen; driftig spreken; [態度を] zich woedend gedragen
邪悪 jaaku slecht; kwaad; snood; boos; verdorven; zondig; boosaardig; kwaadaardig; gemeen; malicieus
邪気 jaki (1) kwaadwilligheid; kwaadaardigheid; boosaardigheid; venijn; kwade wil; slechte gedachten; boos; kwaadaardig opzet; (2) ongezonde; slechte lucht; schadelijke uitwaseming; giftige damp; miasma; (3) kwade geest; boze geest; demon
険しい kewashii (1) steil; sterk hellend; (2) (van iemands karakter) hard; (van iemands karakter) hardvochtig; (3) (van iemands gelaatsuitdrukking) streng; (van iemands gelaatsuitdrukking) grimmig; (4) boos; kwaad; verbolgen
Tijd: 1.47 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'boos').
2005-2026
