日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘boodschap’
日蘭辭典 (trefwoord)
tateru立てる、樹てる
(建てる) t.w. (1) [立起す] laten staan; neerzetten; hijschen (旗を); overeind zetten (石を); spitsen (耳を). (2) [建造する] bouwen; oprichten. (3) [閉ぢる] sluiten; dichtdoen. (4) [設立する] stichten; (組織する) instellen; organiseeen. (5) [制定する] vaststellen. (6) [計畫を] beramen. (7) [議論を] opwerpen; aanvoeren. (8) [勳功を] tot stand brengen; presteeren. ¶ 忠義を立てる trouw zijn. ¶ 男を立てる zijn waardigheid als man handhaven. ¶ 腹を立てる boos worden. ¶ 噂を立てる gerucht verspreiden. ¶ を立てる zich een positie verovereren; carriere maken. ¶ 生計を立てる zijn brood verdienen. ¶ 聲を立てる geluid geven. ¶ を立てる zweren; gelofte doen. ¶ 使を立てる boodschap zenden. ¶ の目を立てる zaag scherpen. ¶ 棘を立てる zich aan doorn prikken.
chō
zn. voorteeken o.; teeken o.
shisha使者
zn. afgezant m.; boodschapper m. ¶ 使者に遣はす iemand met een boodschap zenden.
benzuru辨ずる
(弁ずる) t.w. (1) [辨別] onderscheiden; onderscheid maken. (2) [供給] verschaffen. (3) [處辨] afhandelen; uitvoeren; afdoen. ¶ 直ぐに外に出れば何でも用が辨じます als wij maar even de deur uitgaan kunnen we alles krijgen. ¶ お前を使にやっても用が辨じない als ik jou om een boodschap uitzend word die nooit behoorlijk uitgevoerd.
kotozuke言附

zn. mondelinge boodschap v.; opdracht v. ¶ 言附ける opdragen om te zeggen; boodschap medegeven.

koyō小用

zn. kleine boodschap (小便) v. ¶ 小用する kleine boodschap doen.

zetsudai舌代
yūshō優詔
yōtashi用達

zn. (1) [用事] zaken v.mv. (2) [御用商人] leverancier aan de regeering. (3) [大小便] behoefte v.; boodschap v.

tsukaisaki使先

zn. bestemming van een bode; plaats waar men een boodschap moet brengen.

tsukai使

(使い) zn. boodschap v.; (使者) boodschapper m.; looper m.; bode m. & v. ¶ 使を以て per bode. ¶ 使をする boodschap doen. ¶ 使の者に御返事御渡し下され度候 verzoeke uw antwoord aan brenger mede te geven.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <boodschap>
お使い otsukai (1) boodschap; opdracht; (2) boodschapper; afgezant; bode; renbode; gezondene; uitgezondene; émissaire; loopjongen; (3) besteller; overbrenger; brenger
お告げ otsuge (1) goddelijke openbaring; boodschap; godsopenbaring; godsspraak; orakel; orakelspreuk; profetie; teken; (2) [r.-k.] annunciatie; verkondiging
メッセージ messēji boodschap; bericht; mededeling; tijding; bescheid; kondschap
伝言 dengon boodschap; bericht; mededeling; depêche
使い tsukai (1) boodschap; (2) boodschapper; bode; besteller; gezondene
便り tayori nieuws; tijding; bericht; boodschap; [i.h.b.] brief; [i.h.b.] schrijven
(1) nut; bruikbaarheid; dienst; (2) gebruik; (3) taak; werk; boodschap; klus; karwei; (4) kosten; prijs; uitgaven; (5) (kleine en grote) boodschap; urine en poep; (a) voor; bestemd voor; bedoeld voor; ten gebruike van; ten behoeve van; ad; in usum
知らせ;報せ shirase (1) bericht; boodschap; mededeling; kennisgeving; [Belg.N.] verwittiging; tijding; nieuws; melding; bekendmaking; inlichting; onderrichting; aankondiging; informatie; notificatie; [lit.t.] kondschap; [veroud.] bescheid; (2) voorteken; omen; aankondiging; waarschuwing; voorbode; prognosticon
置き手紙 okitegami (1) achtergelaten brief; bericht; boodschap; (2) afscheidsbrief
言付け kotozuke boodschap; bericht
買い物 kaimono inkoopjes; boodschap; [veroud.] commissie
音信 onshin bericht; nieuws; tijding; boodschap; (schriftelijk) contact; briefwisseling; correspondentie
音字 onji (1) [taalk.] klankteken; fonetisch teken; fonogram; (2) nieuws; tijding; bericht; boodschap; mededeling; correspondentie; brief
音沙汰 otosata nieuws; bericht; tijding; boodschap; [fig.] teken van leven
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.24 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'boodschap'). 
2005-2026