日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘dichtdoen’
日蘭辭典 (trefwoord)
itadaku戴く
t.w. (1) [冠る] opzetten; dragen; op het hoofd hebben; i.w. bedekt zijn met. t.w. (2) [貰ふ] ontvangen; aanvaarden; krijgen. (3) [食ふ又は飮む] eten; drinken; gebruiken. i.w. [治者を] geregeerd worden door; t.w. boven zich hebben. ¶ 帽を戴く een hoed dragen. ¶ 水を一杯戴きます mag ik een glas water hebben? ¶ 戸を閉めて戴きませう zou u de deur dicht willen doen?
tateru立てる、樹てる
(建てる) t.w. (1) [立起す] laten staan; neerzetten; hijschen (旗を); overeind zetten (石を); spitsen (耳を). (2) [建造する] bouwen; oprichten. (3) [閉ぢる] sluiten; dichtdoen. (4) [設立する] stichten; (組織する) instellen; organiseeen. (5) [制定する] vaststellen. (6) [計畫を] beramen. (7) [議論を] opwerpen; aanvoeren. (8) [勳功を] tot stand brengen; presteeren. ¶ 忠義を立てる trouw zijn. ¶ 男を立てる zijn waardigheid als man handhaven. ¶ 腹を立てる boos worden. ¶ 噂を立てる gerucht verspreiden. ¶ を立てる zich een positie verovereren; carriere maken. ¶ 生計を立てる zijn brood verdienen. ¶ 聲を立てる geluid geven. ¶ を立てる zweren; gelofte doen. ¶ 使を立てる boodschap zenden. ¶ の目を立てる zaag scherpen. ¶ 棘を立てる zich aan doorn prikken.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <dichtdoen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
仕舞う;終う shimau (1) sluiten; dichtdoen; [i.h.b.] voorgoed sluiten; stopzetten; opdoeken; opheffen; [met de zaak enz.] ophouden; (2) opbergen; bergen; wegbergen; wegdoen; wegleggen; wegzetten; wegstoppen; [i.h.b.] terugleggen; [i.h.b.] terugzetten; [i.h.b.] terugplaatsen; [i.h.b.] weer op zijn plaats zetten; leggen; [~ている;ておく] bewaren; opzijleggen; opslaan; (3) beëindigen; afmaken; eindigen; tot een eind brengen; een einde maken (aan); afsluiten; afronden
塞ぐ fusagu (1) afsluiten; dichten; dichtmaken; afdichten; afstoppen; dichtgooien; toegooien; stoppen; vullen; dempen; plempen; dichtstoppen; verstoppen; toestoppen; toedammen; opvullen; opstoppen; opproppen; stremmen; versperren; [veroud.] sperren; blokkeren; belemmeren; obstrueren; (2) de handen voor [z'n ogen;oren;mond enz.] houden; met z'n handen afdekken; bedekken; (3) [de deur e.d.] sluiten; dichtdoen; toedoen; toesluiten; (4) [plicht e.d.] vervullen; doen; voldoen; volbrengen; betrachten; (5) [tijd;plaats e.d.] in beslag nemen; innemen; beslaan; bezetten; (6) versomberen; in de put raken; zich depri gaan voelen; depressief worden; ontmoedigd raken; mismoedig worden; terneergedrukt raken; gedeprimeerd raken; down raken
大目に見る oomenimiru door de vingers zien; de ogen sluiten (voor); een oogje dichtknijpen; dichtdoen; dichtdrukken; toedrukken; toeknijpen; oogluikend toelaten; dulden; stilzwijgend laten passeren; voorbijzien; heen laten lopen; voorbijgaan aan; gedogen; toegeeflijk zijn; even de andere kant op kijken; over zijn kant laten gaan; met de mantel der liefde bedekken; pardonneren; vergeven; negeren
引く hiku (1) trekken (aan); halen; [een hendel;de trekker enz.] overhalen; [naar zich] toetrekken; aanhalen; [een boog] spannen; opspannen; (2) [de aandacht] trekken; [klanten] aantrekken; [sympathie] winnen; [belangstelling] wekken; (3) [een vaartuig] jagen; slepen; [een schip] treilen; [een trekdier] geleiden; leiden; (4) citeren; aanhalen; (5) stammen uit; afstammen van; [系統を] afkomen van; spruiten uit; [i.h.b.] aarden naar; (6) [hout] zagen; [op een pottenbakkersschijf] draaien; (7) malen; vermalen; fijnmalen; (8) [een lijn;een draad] trekken; lijnen; spinnen; [een rechte] beschrijven; (9) aanhouden; rekken; (10) [gordijnen] dichttrekken; dichtdoen; (11) aanbrengen; besmeren; bedekken; bestrijken; (12) [elektriciteit] aanleggen; installeren; aansluiten; [water (door buizen enz.)] aanvoeren; [veroud.] aanleiden; (13) [een getal] aftrekken; [een bedrag] afhouden; in mindering brengen; afnemen; [iets in prijs] verlagen; afdoen; verminderen; reduceren; terugbrengen; [i.h.b.] korting geven; (14) [de troepen] terugtrekken; intrekken; [visnetten] ophalen; [de handen (van iets)] aftrekken; (15) overrijden; omrijden; omverrijden; aanrijden; (16) achteruitgaan; teruggaan; terugtrekken; afgaan (van); terugwijken; (17) zich retireren; zich terugtrekken; verlaten; [veroud.] resigneren; (18) afnemen; zakken; dalen; wijken; wegtrekken; teruglopen
瞑る tsuburu (1) [目を] de ogen sluiten; dichtdoen; toedoen; luiken; (2) [fig.] [目を] een oogje dichtknijpen; luiken; de ogen voor iets sluiten; doen alsof men het niet ziet; niet willen zien; oogluikend laten gebeuren; door de vingers zien; negeren; over zijn kant laten gaan
瞑る tsumuru (1) [目を] de ogen sluiten; dichtdoen; toedoen; luiken; (2) [口を] de mond dicht houden; z'n mond houden; zwijgen
締め切る;閉め切る shimekiru (1) sluiten; dichtdoen; toedoen; (2) afsluiten; beëindigen; besluiten; [meton.] uiterlijk; niet later dan; op zijn laatst ~ aanvaarden
閉ざす tozasu (1) [戸;門;口を] sluiten; dichtdoen; toedoen; [錠で] op slot doen; [閂で] vergrendelen; (2) [店を] opdoeken; (3) [道を] versperren; blokkeren; (4) [国を] afzonderen; isoleren; afsluiten
閉じる tojiru (1) sluiten; dichtgaan; toegaan; zich sluiten; [m.b.t. de ogen] luiken; [w.g.] dichten; (2) [m.b.t. winkel;vergadering enz.] sluiten; aflopen; eindigen; ten einde lopen; (3) sluiten; dichtdoen; toedoen; [een boek enz.] dichtklappen; [m.b.t. de ogen] luiken; [w.g.] dichten; (4) sluiten; [een vergadering enz.] eindigen; ten einde brengen; [een vergadering enz.] afsluiten
閉める shimeru (1) sluiten; dichtdoen; toedoen; (2) [m.b.t. winkel;zaak] voorgoed sluiten; opdoeken; opheffen; stopzetten; beëindigen
閉鎖する heisasuru sluiten; afsluiten; afgrendelen; [工場を] stopzetten; opheffen; dichtdoen; opdoeken; buiten bedrijf stellen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.79 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'dichtdoen'). 
2005-2026