
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
hi・日
zn. (1) [太陽] zon v. (2) [一日] dag m. (3) [日付] datum m. (4) [時] tijd m. (5) [場合] geval o. ¶ 日が昇る de zon gaat op. ¶ 日が入る de zon gaat onder. ¶ 日にあたる in de zon zijn. ¶ 日に燒ける door de zon verbrand zijn. ¶ 日が暮れる het loopt tegen den avond. ¶ 日を暮らす den dag doorbrengen. ¶ 日に增し van dag tot dag; elken dag. ¶ 日一日 met den dag. ¶ 日に per dag. ¶ 有事の日には in geval van nood.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <datum>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
デート deeto (1) datum; dagtekening; datering; (2) afspraakje; date
年月日 nengappi (1) datum; dagtekening; datering; (2) jaartal; maand en dag van de maand
日にち;日日 hinichi (1) datum; dag; (2) (een aantal) dagen
日付 hizuke (1) datering; dagtekening; (2) datum
日取り hidori (1) datum; af te spreken dag; (2) dagprogramma; programma
日時 nichiji (1) dag en uur; datum; (2) aantal dagen en uren; tijd
日;陽 hi (1) zon; daglicht; zonlicht; zonneschijn; zonnetje; [Barg.] lichterik; [uitdr.] vorstin des hemels; [uitdr.] vorstin van het licht; [veroud.] de grote toorts; (2) dag [i.t.t. nacht]; (3) etmaal; dag; dies; dagje; [veroud.] pond; (4) tijdstip; gelegenheid; dag; (5) datum
期日 kijitsu (1) afgesproken dag; datum; nader bepaalde dag; datum; vastgestelde dag; datum; deadline; valbijldatum; afloopdag; afloopdatum; (2) termijn; tijdslimiet; [veroud.] term
某 bou (1) zeker iemand; dinges; die en die; zekere plaats; zeker tijdstip; x [= onbekende;geanonimiseerde persoon;plaats of datum]; (2) [♂;hum.] ik; (a) x; onvernoemde persoon; plaats; datum
辰 shin (1) [Chin.astrol.] draak; (a) [Chin.astrol.] draak; (b) tijd; datum; (c) hemellichaam; [i.h.b.] zon; maan en sterren
Tijd: 1.13 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'datum').
2005-2026
