日蘭辭典+

21 resultaten voor ‘zon’
日蘭辭典 (trefwoord)
taiyō太陽
zn. de zon v. ¶ 太陽系 zonnestelsel. ¶ 太陽kalender van zonnejaren; westersche kalender. ¶ 太陽表面 de zonneschijf. ¶ 太陽崇拜 zonvereering; zonaanbidding.
hi

zn. (1) [太陽] zon v. (2) [一日] dag m. (3) [付] datum m. (4) [] tijd m. (5) [場合] geval o. ¶ が昇る de zon gaat op. ¶ 入る de zon gaat onder. ¶ にあたる in de zon zijn. ¶ に燒ける door de zon verbrand zijn. ¶ が暮れる het loopt tegen den avond. ¶ を暮らす den dag doorbrengen. ¶ に增し van dag tot dag; elken dag. ¶ 一日 met den dag. ¶ per dag. ¶ 有事のには in geval van nood.

asahi朝日
zn. opgaande zon v.; morgenzon v.
rakujitsu落日
zn. ondergaande zon.
kōten公轉

(公転) zn. omwenteling v.; omloop m. ¶ 公轉する wentelen om; loopen om. ¶ 地球は公轉と自轉とをなす de aarde loopt om de zon en wentelt om haar eigen as.

kyokki旭旂

zn. de vlag met de rijzende zon; de Japansche vlag v.

yūhi夕日

zn. avondzon v.; ondergaande zon v.

SUPPLEMENT (trefwoord)
obijō帯状
zn. adj. gevormd als een band. ¶ 天の川は、遠方のが巨大な帯状見えるものであって、その1つ1つは、われわれ知る太陽に似たものである。 Ama no gawa wa, enpō no hoshi ga kyodai na obijō ni mieru mono de atte, sono hitotsu hitotsu wa, wareware no shiru taiyō ni nita mono de aru. De Melkweg is zichtbaar als een gigantische band van ver verwijderde sterren, elk op zich een zon zoals onze eigen zon [de zon die ons vertrouwd is, de zon die wij kennen]. (TTC)
nani hitotsu何ひとつ
(frase) (niet, geen) een/één (in ontkennende zinnen). ¶ その政治家は公約を何ひとつ果たしていないSono seijija wa kōyaku wo nani hitotsu hatashite inai. De politicus heeft niet één van zijn verkiezingsbeloftes waargemaakt. ¶ この理論は何ひとつ理解できないKono riron wa nani hitotsu rikai dekinai. Ik snap niets van deze theorie. ¶ 細かいことは何ひとつ思い出せないKomakai koto wa nani hitotsu omoidasenai. Ik man me geen enkel detail herinneren. (yamasv) ¶ 太陽の新しいものは何ひとつないTaiyō no shita, atarashii mono wa nani hitotsu nai. Niets nieuws onder de zon. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zon>
サン san (1) San; Bosjesmannen; (2) The Sun; (3) zon; (4) sint; (5) zoon
太陽 taiyō zon; zonnetje; [lit.t.] dagster; [lit.t.] dagtoorts; [lit.t.] dagvorstin
扶桑 fusō (1) [Chin.myth.] Fúsāng; (2) Japan; (3) zon
日向 hinata zonnig plekje; plaats waar het zonnig is; [meton.] zon
日差し;日射し;陽差し;陽射し;日差;日射 hizashi zonlicht; zonneschijn; zonnelicht; zonnestralen; [meton.] zon; [meton.] licht
日当り;陽当り;日当;陽当 hiatari zonneschijn; zoninval; zonbelichting; zonnigheid; [meton.] zon
jitsu (a) zon; (b) etmaal; dag
日;陽 hi (1) zon; daglicht; zonlicht; zonneschijn; zonnetje; [Barg.] lichterik; [uitdr.] vorstin des hemels; [uitdr.] vorstin van het licht; [veroud.] de grote toorts; (2) dag [i.t.t. nacht]; (3) etmaal; dag; dies; dagje; [veroud.] pond; (4) tijdstip; gelegenheid; dag; (5) datum
曜日 yōbi dag van de week; zon- of weekdag
shin (1) [Chin.astrol.] draak; (a) [Chin.astrol.] draak; (b) tijd; datum; (c) hemellichaam; [i.h.b.] zon; maan en sterren
陽光 yōkō (1) zonnelicht; zonlicht; zonneschijn; zonnestraal; zonnestraling; zonneschijnsel; zonneglans; zonnegloed; zonnegloor; [meton.] zon; zonnetje; (2) [elektr.] positief licht
(1) yang; het positieve; actieve beginsel; (2) zichtbaarheid; uitwendige; (3) met zonlicht beschenen plek; klaarte; (a) zon; zonlicht; (b) zonkant; zuidflank van een berg; noordoever van een rivier; (c) zonnig; warm; (d) veinzing; (e) zichtbaar; openbaar; (f) yang; positief; het actieve beginsel
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.28 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'zon'). 
2005-2026