
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
hi・日
zn. (1) [太陽] zon v. (2) [一日] dag m. (3) [日付] datum m. (4) [時] tijd m. (5) [場合] geval o. ¶ 日が昇る de zon gaat op. ¶ 日が入る de zon gaat onder. ¶ 日にあたる in de zon zijn. ¶ 日に燒ける door de zon verbrand zijn. ¶ 日が暮れる het loopt tegen den avond. ¶ 日を暮らす den dag doorbrengen. ¶ 日に增し van dag tot dag; elken dag. ¶ 日一日 met den dag. ¶ 日に per dag. ¶ 有事の日には in geval van nood.
asahi・朝日
zn. opgaande zon v.; morgenzon v.
rakujitsu・落日
zn. ondergaande zon.
yūhi・夕日
zn. avondzon v.; ondergaande zon v.
SUPPLEMENT (trefwoord)
obijō・帯状
zn. adj. gevormd als een band. ¶ 天の川は、遠方の星が巨大な帯状に見えるものであって、その1つ1つは、われわれの知る太陽に似たものである。 Ama no gawa wa, enpō no hoshi ga kyodai na obijō ni mieru mono de atte, sono hitotsu hitotsu wa, wareware no shiru taiyō ni nita mono de aru. De Melkweg is zichtbaar als een gigantische band van ver verwijderde sterren, elk op zich een zon zoals onze eigen zon [de zon die ons vertrouwd is, de zon die wij kennen]. (TTC)
nani hitotsu・何ひとつ
(frase) (niet, geen) een/één (in ontkennende zinnen). ¶ その政治家は公約を何ひとつ果たしていない。 Sono seijija wa kōyaku wo nani hitotsu hatashite inai. De politicus heeft niet één van zijn verkiezingsbeloftes waargemaakt. ¶ この理論は何ひとつ理解できない。 Kono riron wa nani hitotsu rikai dekinai. Ik snap niets van deze theorie. ¶ 細かいことは何ひとつ思い出せない。 Komakai koto wa nani hitotsu omoidasenai. Ik man me geen enkel detail herinneren. (yamasv) ¶ 太陽の下、新しいものは何ひとつない。 Taiyō no shita, atarashii mono wa nani hitotsu nai. Niets nieuws onder de zon. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zon>
サン san (1) San; Bosjesmannen; (2) The Sun; (3) zon; (4) sint; (5) zoon
太陽 taiyō zon; zonnetje; [lit.t.] dagster; [lit.t.] dagtoorts; [lit.t.] dagvorstin
扶桑 fusō (1) [Chin.myth.] Fúsāng; (2) Japan; (3) zon
日向 hinata zonnig plekje; plaats waar het zonnig is; [meton.] zon
日差し;日射し;陽差し;陽射し;日差;日射 hizashi zonlicht; zonneschijn; zonnelicht; zonnestralen; [meton.] zon; [meton.] licht
日当り;陽当り;日当;陽当 hiatari zonneschijn; zoninval; zonbelichting; zonnigheid; [meton.] zon
日 jitsu (a) zon; (b) etmaal; dag
日;陽 hi (1) zon; daglicht; zonlicht; zonneschijn; zonnetje; [Barg.] lichterik; [uitdr.] vorstin des hemels; [uitdr.] vorstin van het licht; [veroud.] de grote toorts; (2) dag [i.t.t. nacht]; (3) etmaal; dag; dies; dagje; [veroud.] pond; (4) tijdstip; gelegenheid; dag; (5) datum
曜日 yōbi dag van de week; zon- of weekdag
辰 shin (1) [Chin.astrol.] draak; (a) [Chin.astrol.] draak; (b) tijd; datum; (c) hemellichaam; [i.h.b.] zon; maan en sterren
陽光 yōkō (1) zonnelicht; zonlicht; zonneschijn; zonnestraal; zonnestraling; zonneschijnsel; zonneglans; zonnegloed; zonnegloor; [meton.] zon; zonnetje; (2) [elektr.] positief licht
陽 yō (1) yang; het positieve; actieve beginsel; (2) zichtbaarheid; uitwendige; (3) met zonlicht beschenen plek; klaarte; (a) zon; zonlicht; (b) zonkant; zuidflank van een berg; noordoever van een rivier; (c) zonnig; warm; (d) veinzing; (e) zichtbaar; openbaar; (f) yang; positief; het actieve beginsel
Tijd: 1.28 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'zon').
2005-2026
