日蘭辭典+

29 resultaten voor ‘drukken’
日蘭辭典 (trefwoord)
assuru壓する
(する) t.w. drukken.
ateji當字
(当字・当て字・宛字・宛て字) zn. homoniem v.; willekeurig karakter gebruikt om een bepaalden klank uit te drukken, onafhankelijk van de werkelijke beteekenis.
dabutsukuだぶつく
i.w. te wijd zijn; te overvloedig zijn. ¶ 市場は資金がだぶついて困って居る de markt is gedrukt door te veel aanbod van kapitaal.
urikuzusu賣崩す

(売崩す) i.w. markt drukken door groote verkoopen tegen lagen prijs; markt overstroomen.

uritataku賣叩く

(売叩く) zn. markt drukken.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <drukken>
プッシする pusshisuru (1) drukken; (2) druk uitoefenen op; onder druk zetten; aandringen (bij); (3) [sportt.;m.n. hockey] pushen
プッシュする pusshusuru (1) drukken; (2) druk uitoefenen op; onder druk zetten; aandringen (bij); (3) [sportt.;m.n. hockey] pushen
プリントする purintosuru (1) drukken; [foto's enz.] afdrukken; printen; uitprinten; uitdraaien; (2) [van stoffen e.d.] bedrukken
冷ます samasu (1) afkoelen; koelen; bekoelen; verkoelen; koud laten worden; [fig.] laten antichambreren; (2) temperen; doen bekoelen; [m.b.t. koorts] doen afnemen; [m.b.t. koorts] naar beneden brengen; [m.b.t. koorts] doen zakken; [m.b.t. pret] drukken; [m.b.t. pret] bederven; [m.b.t. pret] vergallen; [uitdr.] een domper zetten op; [uitdr.] een koude douche bezorgen; [uitdr.] een schaduw werpen op
kan (1) gepubliceerd in …; (a) plaatsnijden; drukken; uitgeven
刷る;摺る suru drukken; in druk geven; uitgeven; reproduceren; [boekdr.] afdraaien; afdrukken; uitdraaien; printen; [謄写版で] stencilen
削ぐ sogu (1) afpunten; punten; toppen; aftoppen; tippen; trimmen; aftippen; afknippen; bijknippen; afkappen; afsnijden; besnoeien; inkorten; [耳;鼻を] couperen; (2) [ゴボウを] schuins raspen; (3) [竹を] puntig maken; aanpunten; scherpen; spitsen; (4) [興を] temperen; drukken; bederven; vergallen; doen bekoelen; afzwakken; afstompen; smoren; [意欲を] benemen; [期待を] een domper zetten op; [気勢を] ontmoedigen; neerdrukken; (5) afkorten; bekorten; vereenvoudigen; (6) scherpen; scherp van lijn worden; (7) afwijken; afdwalen; ontaarden
印刷する insatsusuru drukken; afdrukken; printen
叩く;敲く tataku (1) slaan; kloppen; meppen; [軽く] tikken; aantikken; [激しく] bonzen; beuken; hameren; [どんと] bonken; [手を] klappen; [ごつんと] stompen; [口を] roeren; [i.h.b.] bekloppen; [i.h.b.] aankloppen; [ピアノの鍵を] aanslaan; (2) aanvallen; attaqueren; bekritiseren; hekelen; de volle laag geven; de wind van voren geven; onder vuur nemen; ervan langs geven; (3) bestoken; aanvallen; (4) [意見を] polsen; peilen; (5) [肉を] fijnsnijden; hakken; (6) [値段を] drukken; doen zakken; naar beneden brengen; reduceren; afpingelen; beknibbelen
圧す osu (1) duwen; drukken; persen; (2) verdrukken
圧する assuru (1) drukken; aandrukken; (2) zwaar drukken op; onderdrukken; verdrukken; onderwerpen; opprimeren; (3) overweldigen; overdonderen; overmannen; overstelpen; domineren; overheersen; overtreffen
圧迫する appakusuru (1) (zwaar) drukken; wegen (op); dringen; aandringen; nopen; dwingen; persen (tot); onder druk zetten; pressie; druk uitoefenen (op); [i.h.b.] intimideren; (2) verdrukken; onderdrukken; [w.g.] opprimeren; supprimeren; benauwen; beklemmen; beknellen; prangen; pressen; reprimeren
引き下げる hikisageru verlagen; reduceren; verkleinen; verminderen; drukken; terugbrengen; terugschroeven; doen zakken; naar beneden brengen
当てる ateru (1) [ガーゼを] aanbrengen; [体温計を] aanleggen; zetten; leggen; opleggen; houden aan; tegen; plaatsen; drukken; (2) treffen; slaan tegen; inslaan in; raken; (3) raden; gokken op; oplossen; (4) winnen; succes behalen; boeken; het maken; z'n slag slaan; (5) blootstellen; in contact brengen met; onderwerpen aan; (6) gaan zitten op; plaatsnemen op; (7) [生徒に] het woord geven aan; de beurt geven; om antwoord vragen
抱き合う dakiau elkaar omhelzen; elkaar omarmen; elkaar in de armen sluiten; drukken; klemmen; vallen; elkaar omvatten; elkaar omstrengelen; zich tegen elkaar aandrukken; de armen om elkaar slaan
押さえる osaeru (1) onderdrukken; naar beneden drukken; (2) beheersen; bedwingen; (met overmacht) in bedwang houden; eronder houden; (3) tegenhouden; voorkomen; terughouden; (4) arresteren; gevangennemen; in hechtenis nemen; aanhouden; in zijn kraag grijpen; (5) [de oren] dichtstoppen; [met de handen de ogen] bedekken; verbergen; [met de handen het hoofd] vasthouden; [de hand voor de mond] houden; (6) [waar men recht op heeft;een deel van het loon etc.] achterhouden; terughouden; niet geven; onthouden; (7) beslag leggen op [goederen;eigendom;documenten etc.]; gerechtelijk in beslag nemen; confisqueren; (8) grijpen; pakken; nemen; in zijn klauwen krijgen; (9) een voorzichtige raming doen; een voorzichtige schatting maken; behoedzaam begroten; (10) plafonneren; niet hoger laten oplopen dan; [de prijzen] drukken; binnen een bepaalde limiet houden; onder een bepaalde limiet houden
押し下げる oshisageru (1) omlaagduwen; omlaagdrukken; neerduwen; drukken; (2) onderdrukken; neerdrukken
押し倒す oshitaosu (1) omverduwen; omduwen; neerduwen; neerstoten; omverstoten; omstoten; omverwerpen; omwerpen; neerwerpen; vellen; tegen de grond leggen; drukken; (2) aanranden; overweldigen; bespringen
押す osu (1) duwen; drukken; [een toets] indrukken; induwen; (2) voortduwen; verder duwen; voor zich uit duwen; aanduwen; (3) samenpersen; comprimeren; in elkaar persen; (4) afdrukken; stempelen; afstempelen; bestempelen; van een stempel voorzien; (5) overweldigen; overmeesteren; overheersen; overschaduwen; (6) zichzelf dwingen; zich forceren
挫く kujiku (1) breken; scheuren; verstuiken; (2) temperen; doen bekoelen; z'n kracht ontnemen; de kop indrukken; fnuiken; drukken; een domper zetten op; dwarsbomen
捏ね回す konemawasu (1) kneden; dooreenkneden; door elkaar mengen; roeren; [道が] modderig; slijkerig zijn; (2) [理屈を] bomen over; een boom; boompje opzetten; drukken; redekavelen; lang en breed beargumenteren
排便する haibensuru zich ontlasten; z'n behoefte doen; stoelgang; ontlasting hebben; zich van zijn feces ontdoen; afgaan; defeceren; [inform.] kakken; poepen; bakken; drukken; een hoop doen; [volkst.] dirken; [euf.] een knijpbriefje afvaardigen; [vulg.] schijten; [猛禽が] smelten
気に懸かる kinikakaru aan het hoofd hebben; parten spelen; op het gemoed werken; drukken; het gemoed bezwaren; op het gemoed wegen; zich zorgen maken over; zich ongerust maken over; bekommerd zijn om; bezorgd zijn om; een zwaar; hard hoofd hebben in
突く;衝く;撞く tsuku (1) steken; prikken; priemen; spietsen; (2) porren; poken; stompen; aanstoten; duwen; [inform.] douwen; stoten; rammen; [m.b.t. hoornvee] nijten; een stoot; por; zet; tik; klopje geven; [m.b.t. zegel] drukken; [m.b.t. bal] tikken; [m.b.t. biljartbal] stoten; [een pluimpje;klok enz.] slaan; [i.c.m. 溜め息を] slaken; [i.c.m. 溜め息を] lozen; (3) zetten; plaatsen; planten; [krukken enz.] gebruiken; [op de knieën] vallen [m.b.t. dunne;langwerpige voorwerpen die als steun geplaatst worden]; (4) aanvallen; belagen; [de geringste redeneerfout enz.] aangrijpen; [iets in zijn achilleshiel enz.] treffen; [iem. in zijn zwak enz.] tasten; [op de kern van de zaak enz.] slaan; (5) [alle weer;de elementen enz.] trotseren; het hoofd bieden; braveren; tarten; (6) [de neus enz.] prikkelen; [m.b.t. stank enz.: in de neus] slaan; snerpen (in); [door de ziel enz.] snijden; [iem. in zijn hart enz.] raken; treffen; diep schokken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.28 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'drukken'). 
2005-2026