日蘭辭典+

29 resultaten voor ‘wijd’
日蘭辭典 (trefwoord)
achikochi彼方此方
(あちこち) bw. overal; wijd en zijd; op verschillende plaatsen.
byōbaku渺漠
zn. onmetelijkheid v.; wijde uitgestrektheid v.
dabudabuだぶだぶ
bn. los; wijd. ¶ だぶだぶした wijd.
dabutsukuだぶつく
i.w. te wijd zijn; te overvloedig zijn. ¶ 市場は資金がだぶついて困って居る de markt is gedrukt door te veel aanbod van kapitaal.
koto-to-suru事とする

i.w. zich wijden aan; zich beijveren voor; streven naar.

kōya曠野

zn. wijde veld o.

kuibaku空漠

zn. (1) [曠漠] uitgestrektheid v. (2) [漠然] vaagheid v. ¶ 空漠たる uitgestrekt; wijd; vaag (漠然たる).

kushi

zn. kam m. ¶ 荒櫛 wijde kam. ¶ 櫛の齒 tanden van een kam. ¶ 櫛で掻く kammen.

yudaneru委ねる

t.w. opdragen; toevertrouwen; overlaten. ¶ 身を委ねる zich wijden aan. ¶ 人に身を委ねる zich aan iemand toevertrouwen.

yōyō taru洋々たる
unabara海原

(海原) zn. oceaan m.; de wijde zee v.

ukimi憂身

zn. ellendig leven o.; leven van ellende. ¶ 憂身を窶す zich met hart en ziel wijden aan.

uchikomu打込む

t.w. inslaan; indrijven; i.w. schieten in (砲を); verliefd worden op (女に); zich wijden aan (仕事に). ¶ 杭を深く打込む paal diep in den grond slaan.

tsūzū-uraura ni津々浦々に

bw. wijd en zijd; overal; in het geheele land.

tsutomeru勤める

(勤める) i.w. (1) [就職] betrekking vervullen; ambt bekleeden. (2) [努力] trachten; streven. (3) [役を演ず] rol vervullen. ¶ 宣傳に力める zich wijden aan de propaganda; ijveren voor. ¶ 現役を勤めてゐる in actieven dienst zijn. ¶ 通譯を勤める als tolk optreden; fungeeren als tolk. ¶ 努めて ijverig.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <wijd>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
たっぷり tappuri (1) rijkelijk; royaal; overvloedig; mild; ruim; ruimschoots (voldoende); flink; scheutig; dik; volop; plenty; welvoorzien (van); vol ~; een heleboel ~; meer dan genoeg; in overvloed; zat; keur (van ~); rijk; te kust en te keur; (2) ruim zittend; wijd; voldoende ruim [door shita した gevolgd]; (3) ruim [een uur enz.]; een goed ~; een dik ~; minstens ~
だぶだぶ dabudabu (1) ruim; wijd; niet strak; los; slobberig; flodderig; te groot; ruim; (2) klotserig; klotsend; (3) kwistig [in het sprenkelen;plengen]; (4) [m.b.t. spieren;vetmassa] kwabbig; week; pafferig; papperig; slap
だぶだぶした dabudabushita ruim; wijd; niet strak; los; slobberig; flodderig; te groot; ruim
だぶだぶの dabudabuno ruim; wijd; niet strak; los; slobberig; flodderig; te groot; ruim
ボール booru (1) bal; (2) [honkbal] wijdbal; wijd; (3) karton; bordpapier; (4) kom; (5) [maatwoord voor wijdballen]
ワイド waido (1) [foto.] groothoeklens; (2) wijd; breed
juu (1) tijdens; gedurende (de; het hele …); de hele; het (ge)hele … door; het; de hele … rond; (2) door; in; over heel …; heel de; het (… door); -wijd; -breed; (3) in de loop van; binnen (een tijdspanne van); doorheen; door … heen
kou (a) wijd; grootschalig; (b) ruimhartig
kan (1) soepel; inschikkelijk; mild; meegaand; toegevend; coulant; genadig; (2) ruim; wijd; (a) ruim; wijd; (b) grootmoedig; genereus; edelmoedig; gul; (c) mild; barmhartig; genadig
広い;寛い;博い;宏い;闊い;弘い hiroi (1) wijd; breed; ruim; uitgestrekt; uitgebreid; extensief; omvangrijk; spatieus; riant; royaal; (2) breeddenkend; ruimdenkend; grootmoedig; groothartig; liberaal; onbekrompen; royaal; (3) tolerant; verdraagzaam
hiro (1) ruim; breed; wijd; uitgestrekt; (2) Hiro [= plaats in Hirogawa 広川;pref. Wakayama]
緩い yurui (1) los; slap; wijd; ruim; [m.b.t. kleren] makkelijk; breed; slobberig; (2) onsamenhangend; [m.b.t. pap] dun; week; sopperig; soppig; (3) [m.b.t. enthousiasme] lauw; mat; flauw; futloos; (4) loom; inert; traag; languissant; laks; slof; sloom; lamlendig; (5) zwak (van wil); week; laks; (6) soepel; coulant; meegaand; mild; clement; gul; (7) zacht [hellend]; [m.b.t. bocht] licht; rustig [gekabbel]
緩やか;寛やか yuruyaka (1) los; vrij; ongehinderd; ontspannen; soepel; (2) inschikkelijk; mild; coulant; gematigd; grootmoedig; edelmoedig; toegeeflijk; toegevend; inschikkelijk; goedig; lankmoedig; laks; indulgent; tolerant; verdraagzaam; (3) kalm; geleidelijk; rustig; matig; zacht; (4) loszittend; ruim; wijd
緩やかな;寛やかな yuruyakana (1) los; vrij; ongehinderd; ontspannen; soepel; (2) inschikkelijk; mild; coulant; gematigd; grootmoedig; edelmoedig; toegeeflijk; toegevend; inschikkelijk; goedig; lankmoedig; laks; indulgent; tolerant; verdraagzaam; (3) kalm; geleidelijk; rustig; matig; zacht; (4) loszittend; ruim; wijd
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.7 sec. jiten.nl: 15 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'wijd'). 
2005-2026