
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <helper>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
アシスタント ashisutanto assistent; helper; secondant
介添え kaizoe (1) hulp; assistentie; geleide; (2) assistent; helper; hulp; geleide; (3) bruidsmeisje; bruidsjuffer; [veroud.] speelmeisje; [veroud.] speelnote; (4) bruidsjonker; paranimf; [veroud.] speelnoot
助っ人 suketto helper; assistent; hulp
助手 sukete (1) helper; assistent; hulp; (2) [sumo;veroud.] vicekampioen
助 suke (1) hulp; helper; (2) [ton.] bijrol; [i.h.b.] doublure; (3) [kabuki] nevenauteur van het script; (4) het voorproeven van een beker sake; [i.h.b.] voorproever; (5) [Barg.] mokkel; meisje; jongedame; (6) -erik; -ebroer [= verwijst naar mensen gekarakteriseerd door het in het grondwoord genoemde]; (7) [vervangt voor het komische effect het koppelwerkwoord van een repliek door een personificatie]; (a) helpen; helper
協力者 kyouryokusha medewerker; medewerkster; meewerkende kracht; samenwerker; samenwerkster; partner; helper; helpster; handlanger; handlangster; collega; coöperator; [veroud.] collaborateur; [niet alg.] collaborator; collaboratrice
右腕 migiude (1) [anat.] rechterarm; (2) [fig.] rechterhand; assistent; helper; vertrouwensman; steun
後ろ盾 ushirodate (1) steun; ruggensteun; bescherming; (2) steuner; helper; sponsor; beschermer; beschermheer; begunstiger; bevorderaar; (3) rugschild
手 te (1) hand; [volkst.] jat; [inform.] klauw; krauwel; [Barg.] fietsen; (2) arm; (3) poot; [i.h.b.] voorpoot; (4) handvat; oor; (5) [meton.] hand; arbeidskracht; kracht; hulpkracht; hulp; helper; (6) [meton.] iems. handen; iems. bezit; (7) handschrift; schrift; (8) middel; truc; foefje; manoeuvre; techniek; (9) verwonding; wond; (10) [将棋の] zet; (11) [とらんぷの] hand; kaarten; (12) richting; kant; zijde; (13) soort; slag; merk; (14) vaardigheid; bekwaamheid; (15) betrekking; band; (16) hand-; handgemaakt; handgemaakte …; (17) hand-; meeneem-; (18) [~keiyōshi;keiyōdōshi] [beklemtonend voorvoegsel]; (19) in de richting van …; -waarts; (20) [noemt een zekere kwaliteit]; (21) [RYK~] -er [achtervoegsel waarmee nomina agentis gevormd worden]; (22) [maatwoord voor shogi-;schaakzetten]
用心棒 youjinbou lijfwacht; bodyguard; persoonsbeveiliger; [やくざの] handlanger; helper; [酒場・ほてるの] uitsmijter; [Belg.N.] buitenwipper; [Belg.N.;niet alg.] buitensmijter; [euf.] gastheer
蔓 tsuru (1) [plantk.] rank; stengel; hechtrank; tentakel; uitloper; (2) [眼鏡の] montuur; brilveer; veer; poot; zijstuk; (3) connectie; helper; ruggensteun
補佐 hosa (1) assistentie; steun; bijstand; hulp; medewerking; (2) assistent; helper; secondant; [i.h.b.] adviseur; raadgever
補助員 hojoin assistent; helper; adjunct
Tijd: 1.42 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'helper').
2005-2026
