日蘭辭典+

16 resultaten voor ‘kindsheid’
日蘭辭典 (trefwoord)
kodomo子供
zn. kind o.; jongen (男) m.; meisje (女) o. ¶ 子供の時 kinderjaren; kindsheid; prille jeugd. ¶ 子供らしい kinderachtig. ¶ 子供の如き kinderlijk. ¶ 子供を産む een kind krijgen; bevallen. ¶ 子供なき kinderloos. ¶ 子供だまし iets om kinderen zoet te houden; kinderachtig troostmiddel. ¶ 子供好き liefde voor kinderen.
yōshō幼少
yōnen幼年

zn. kindsheid v.; prille jeugd v.; kindertijd m. ¶ 幼年勞働 kinderarbeid.

yōji幼時
yōchi幼稚

zn. kindertijd m.; kindsheid v.; eerste jeugd v.; kinderjaren o.mv. ¶ 幼稚の kinderlijk. ¶ 幼稚園 fröbelschool; bewaarschool.

zn. kindsheid v.; prille jeugd v. ¶ 幼にして in zijn prille jeugd.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kindsheid>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ボケ boke (1) verwarring; versuffing; versuftheid; sufheid; (2) warhoofd; sufferd; sukkel; kluns; dwaas; leeghoofd; stommeling; idioot; onnozelaar; domoor; dommerik; domkop; uilskuiken; onnozele hals; ezel; (3) domste van een komisch duo; (4) ouderdomsverwarring; ouderdomszwakte; seniele aftakeling; seniliteit; kindsheid; dementie; (5) seniele; demente grijsaard; dementerende; (6) [hand.] onverwachte koersnotering; [i.h.b.] lagere koersnotering; verslapping; inzinking; (7) [barg.] leugen; (8) [barg.] valsheid; misleiding; bedrog; bedriegerij; (9) [barg.] aubergine; (10) [plantk.] Japanse kwee; Chaenomeles speciosa; (11) Boké
二葉 futaba (1) [plantk.] kiemblaadjes; zaadlobben; cotylen; (2) [fig.] kinderjaren; kindertijd; kindsheid; kinderschoenen; (3) futaba [naam van een soort wierook]
幼少 youshou kindsheid; eerste jeugd; vroege leeftijd (onder 10 jaar)
幼少時代 youshoujidai kindsheid; kinderjaren; kindertijd [tot 10 jaar]
幼年 younen (1) jonge; vroege leeftijd; kinderjaren; kindertijd; kinderleeftijd; kindsheid; jeugd; [男性の] jongenstijd; jongensjaren; [女性の] meisjesjaren; (2) kind; [男性の] jongen; [女性の] meisje
幼稚 youchi (1) kindsheid; vroege leeftijd; kinderjaren; kinderschoenen; (2) kinderlijkheid; infantiliteit; kinderachtigheid; (1) immatuur; onrijp; onvolwassen; groen; onvolgroeid; halfrijp; (2) infantiel; kinderachtig; pueriel; kinderlijk
惚け boke (1) verwarring; versuffing; versuftheid; sufheid; (2) warhoofd; sufferd; sukkel; kluns; dwaas; leeghoofd; stommeling; idioot; onnozelaar; domoor; dommerik; domkop; uilskuiken; onnozele hals; ezel; (3) domste van een komisch duo; (4) ouderdomsverwarring; ouderdomszwakte; seniele aftakeling; seniliteit; kindsheid; dementie; (5) seniele; demente grijsaard; dementerende; (6) [hand.] onverwachte koersnotering; [i.h.b.] lagere koersnotering; verslapping; inzinking; (7) [barg.] leugen; (8) [barg.] valsheid; misleiding; bedrog; bedriegerij
痴呆 chihou dementie; dementia; geesteszwakte; kindsheid
老い耄れ oibore (1) aftakeling; het kinds worden; verkindsing; kindsheid; seniliteit; (2) kindse grijsaard; oude stakker; seniel persoon
耄碌 mouroku (1) kindsheid; seniliteit; ouderdomszwakte; seniele aftakeling; achteruitgang; verkindsing; (2) [i.h.b.] ouderdomsdementie
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.48 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'kindsheid'). 
2005-2026