RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <jeugd>
ヤング yangu (1) jongeren; jongelui; jeugd; het jonge volkje; (2) Young; Edward [Engels dichter;1683-1765]; (3) Young; Arthur [Engels landbouwkundig econoom;1741-1820]; (4) Young; Thomas [Engels medicus;fysicus en archeoloog;1773-1829]
ユース yūsu (1) jeugd; (2) jeugdherberg; (3) gebruik
児童 jidō (1) (onmondig) kind; onvolwassene; [verzameln.] jeugd; (2) [jur.] minderjarige
子弟 shitei (1) kinderen; telgen; (2) jongeren; jeugd
少年 shōnen (1) jongen; knaap; jongeling; jong; knul; [inform.] joch; (2) minderjarige; [attr.] jeugd-; [attr.] kind(er)-
年少 nenshō jeugd; jeugdigheid; [~の] jong; jeugdig
幼年 yōnen (1) jonge; vroege leeftijd; kinderjaren; kindertijd; kinderleeftijd; kindsheid; jeugd; [男性の] jongenstijd; jongensjaren; [女性の] meisjesjaren; (2) kind; [男性の] jongen; [女性の] meisje
弱小 jakushō (1) jeugd; jeugdigheid; jonge leeftijd; (2) zwak; klein; minder
弱年 jakunen jeugd; jonge leeftijd
春 shun (a) lente; (b) nieuwjaar; (c) jeugd; (d) wellust; geslachtsdrift; (e) tijden
春 haru (1) lente; voorjaar; [gew.] uitkomen; [gew.] uitkom; (2) nieuwjaar; (3) [fig.] lente; jeugd; lentetijd; (4) kalverliefde; prille seksuele gevoelens; (5) seksualiteit; geslachtsliefde; zinnelijkheid; seks; [fig.] Venus; (6) [eigenn.] Frühlingssonate [werk van Beethoven]; (7) [eigenn.] Primavera [doek van Botticelli]
花盛り hanazakari op z'n best; mooist; in volle bloei; op het hoogtepunt van; rijk in bloei; in de kracht van z'n leven; jeugd; in de bloei van haar leven; in de bloei van zijn jaren; in haar lente; in de lente van haar leven; bloeiperiode van de jeugd; [fig.] het waas van de jeugd
若き wakaki jongere; jongmens; jongeling; [verzameln.] jeugd; jongelui; jonge mensen
若さ wakasa jeugd; jeugdigheid; het jong-zijn; jonge jaren
若年層 jakunensō jongelui; jeugd; jonge generatie
若者 wakamono jongere; jongmens; jongeling; [verzameln.] jeugd; jongelui; jonge mensen; jonge mannen en vrouwen
青少年 seishōnen jongeren; jongelui; jonge mensen; jeugdige personen; jong volk; jeugd; jonge generatie; aankomende generatie; jongelieden; jeugdigen; [uitdr.;scherts.] spes patriae
青年 seinen jongere; jongvolwassene; adolescent; jeugdige; [verzameln.] jonge generatie; [verzameln.] aankomende generatie; [verzameln.] jongelui; [verzameln.] jong volk; [verzameln.] jonge mensen; [verzameln.] jeugdige personen; [verzameln.] jongelieden; [verzameln.] jeugd; [verzameln.;uitdr.;scherts.] spes patriae
青年期 seinenki jonge jaren; jeugd; adolescentie; jongelingsjaren
青春 seishun jeugd; jeugdigheid; jonge jaren
青 sei (a) blauw; (b) jeugd; (c) oosten; (d) geschrift; boek