RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <iets>
些か isasaka (1) een beetje; iets; ietsje; wat; lichtjes; enigszins; in zekere mate; (2) [~も…ない] helemaal niets; volstrekt niet; niet in het minst; niet de minste …; geenszins; (3) gering; weinig
どれか doreka iets; één; enige; enkele; wat
一寸;鳥渡 chotto (1) (een) beetje; wat; een tikkeltje; ietsje(s); een tikje; iets; een weinig; ietwat; lichtjes; lichtelijk; enigszins; even; eventjes; (een) ogenblikje; (een) momentje; (2) nogal; best (wel); vrij; tamelijk; behoorlijk; (3) (niet enz.) zomaar; (niet enz.) meteen [i.c.m. negatie]; (4) hé; hei; hallo (daar); excuseer; hoor eens; [i.h.b.] kom eens
何か nanika (1) allerlei dingen; het een en ander; (2) iets; wat; wat dan ook; het een of ander
何か nanka (1) iets; ergens iets; wat; (2) […か~] of zo; of zoiets; of iets dergelijks
何でも nandemo (1) om het even wat; om het even welk(e); wat dan ook; iets; eender wat; eender welk; (2) naar verluidt; men zegt dat; het gerucht gaat dat; het heet dat; zo daar iets van aan is
何物 nanimono (1) wat voor ding; wat voor iets; (2) iets; (3) [~も…ない] niets
厄介者 yakkaimono (1) lastpost; lastpak; last; onruststoker; lastig iemand; iets; zwart schaap; gebeten hond; bête noire; verdomde louis; Louistje; Lowietje; (2) eter; tafelgast; [i.h.b.] tafelschuimer; klaploper; profiteur; parasiet
受け持ち ukemochi verantwoordelijkheid; toegewezen taak; opdracht; datgene waarmee men belast is; iets; iem. waarvoor men verantwoordelijk is
品 shina (1) goed; waar; spul; [m.b.t. handel] artikel; [verzameln.] goederen; [verzameln.] waren; [i.h.b.] voorraad; (2) kwaliteit; (3) iets; ding; [i.h.b.] gift; [i.h.b.] cadeau; [m.b.t. menu] gerecht
子 shi (1) kind; [i.h.b.] jongen; (2) deugdzame man; meester; [i.h.b.] Confucius; (3) zǐ [± traktaat;één van de vier categorieën boeken in het Klassiek Chinees]; (4) burggraaf; (5) rente; interest; (6) [go-spel] schijf waarmee men go speelt; (7) jij; je; (8) -er; -or; -aar; -eur [maakt van een zelfst. naamw. een nomen agentis]; (9) [Nara;Heian-gesch.] [achtervoegsel bij namen van edelvrouwen]; (10) [honoratief achtervoegsel bij persoonsnamen]; (11) [achtervoegsel na de eigen naam ten teken van bescheidenheid]; (a) kind; zoon; dochter; telg; (b) ei; vrucht; (c) deeltje; (d) heer; leraar; meester; (e) man; mens; (f) vrouwe …; (g) ding; zaak; iets; (h) burggraaf; (i) [astrol.] rat
少し;寡し;些し sukoshi (1) een beetje; een kleinigheid; een tikkeltje; een tikje; een scheutje; een snufje; een vleugje; een spoortje; een tintje; een zweempje; een ietsje; ietwat; lichtelijk; enigermate; [m.b.t. afstand] een klein eindje; (2) iets; wat; enige; een paar; enkele; een weinig; een klein aantal; (3) een beetje; even(tjes); een ogenblikje; een momentje
幾らか ikuraka (1) beetje; geringe hoeveelheid; gering aantal; (2) een beetje; wat; iets; enigszins; (3) [~でも] hoe bescheiden ook; al is het maar een beetje
幾分 ikubun (1) iets; wat; (2) deel; part; (3) [gevolgd door ka か] een beetje
心持ち kokoromochi (1) karakter; aard; mood; stemming; gemoedsgesteldheid; geestesgesteldheid; gemoedstoestand; houding; (2) gevoel; indruk; (3) een beetje; iets; wat; een kleinigheid; ietsje; een stukje
物 mono (1) ding; voorwerp; zaak; goed; stuk; artikel; waar; iets; object; brok; spul; materiaal; (2) aangelegenheid; kwestie; historie; affaire; materie; onderwerp; punt; (3) eigendom; bezit; have; goed; (4) kwaliteit; (5) rede; wat redelijk is; (6) -werk; -stuk; (7) -wekkend; -aanjagend; -barend; -gevend; wat ~ veroorzaakt