
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
unzari suru・うんざりする
i.w. genoeg hebben van; walgen van; niet meer kunnen luchten of zien.
tsuraate・面當
(面当て) zn. hatelijkheid v.; insinuatie v.; steek onder water. ¶ 面當の insinueerend. ¶ 面當に om te insinueeren; bij wijze van insinuatie; om zijn ergernis te luchten; bij wijze van hatelijkheid. ¶ 面當を言ふ hatelijkheid zeggen; steek onder water geven.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <luchten>
吐く;嘔く haku (1) spuwen; [spreekt.] spugen; opgeven; opspuwen; ophoesten; uitkotsen; (2) braken; overgeven; opgeven; [inform.] kotsen; vomeren; [uitdr.;volkst.] over zijn nek gaan; [uitdr.;volkst.] rendez-vous houden; spelen; [uitdr.] aan Neptunus offeren; (3) uiten; zeggen; uiting geven aan; luchten; slaken; uitdrukken; laten zien; uitspreken; [fig.] spuien; (4) uitstoten; uitwerpen; uitbraken; uitspuwen; [rook enz.] uitademen; [spreekt.] uitspugen; afgeven; afscheiden; van zich doen uitgaan; (5) [泥を] bekennen; opbiechten; toegeven; doorslaan; [Barg.] kotsen; [Barg.] poekelen; [Barg.;uitdr.] poep van zeike gaan
吐露する torosuru blootleggen; openleggen; uiten; uitdrukken; lucht geven aan; luchten
外気に当てる gaikiniateru luchten; ventileren; [Belg.N.] verluchten
干す hosu (1) drogen; laten drogen; doen drogen; te drogen hangen; [i.h.b.] luchten; ventileren; (2) droogleggen; droogmaken; opdrogen; draineren; ontwateren; dehydreren; leegpompen; (3) uitdrinken; leegdrinken; ledigen; leegmaken; (4) iem. links laten liggen; iem. buitensluiten; iem. in de kou laten staan; negeren
打ちまける buchimakeru (1) in het rond kieperen; uitkieperen; uitgooien; dumpen; (2) eerlijk; rechtuit; onomwonden; resoluut; ronduit zeggen; onverholen te kennen geven; luchten; lucht geven aan; ventileren; uiting geven aan; uiten; uitstorten; bekennen; voor de draad komen met
打ち明ける uchiakeru toevertrouwen; in vertrouwen mededelen; opbiechten; lucht geven aan; [心を] luchten
晒す sarasu (1) [日に] drogen; te drogen hangen; [風に] luchten; ventileren; (2) [風雨に] blootstellen; (3) [布巾を] bleken; bleek maken; (4) [牛蒡を] weken; (5) [恥を] zich publiekelijk voor schut zetten; zich publiekelijk te schande maken; [酔態を] tentoonspreiden; (6) [危険に身を] zich in gevaar begeven; zich aan gevaar blootstellen; (7) [目を] staren; turen; (8) [首を] aan de kaak stellen; aan de schandpaal nagelen; hekelen
漏らす;洩らす morasu (1) laten uitlekken; lekken; laten ontsnappen; (2) [fig.] lekken; verklappen; openbaar maken; bekendmaken; zich laten ontvallen; onthullen; toevertrouwen; verraden; doorvertellen; (3) onder woorden brengen; uitdrukken; uitdrukking geven aan; de vrije loop laten; lucht geven aan; uiten; luchten; ventileren; [溜め息を] slaken
通風 tsūfū ventilatie; het ventileren; luchten; [Belg.N.] verluchting
遣る yaru (1) sturen; laten gaan; doen [schoolgaan enz.]; (2) [m.b.t. een voertuig] voortbewegen; vooruit doen gaan; vooruit laten gaan; aan de gang brengen; rijden; (3) richten; [een fooi enz.] geven; [dieren] voeren; (4) ter arbitrage toevertrouwen; (5) [zijn ongenoegen;gemoed e.d.] luchten; [door drinken enz.] kwijtraken; (6) [水を] gieten; begieten; water geven; (7) laten ontsnappen; (8) bevorderen; vooruitbrengen; (9) [m.b.t. hand] uitsteken; uitstrekken; (10) een tsukeku 付句 of yariku やり句 toevoegen [idioom uit de wereld van renga 連歌 en haikai 俳諧]; (11) falen; verknoeien; om zeep helpen; (12) bedriegen; (13) kastijden; doodslaan; (14) uithuwelijken; aan de man brengen; (15) nuttigen; gebruiken; [er eentje] drinken; eten; roken; (16) leven; een bestaan leiden; (17) doen; verrichten; [huiswerk enz.] maken; [schaak enz.] spelen; [een cursus e.d.] volgen ; [~ als hoofdvak] studeren; [een tentoonstelling enz.] houden; [een stuk enz.] opvoeren; [een film enz.] vertonen; [een winkel enz.] drijven; [een beroep enz.] uitoefenen; [een toespraak enz.] afsteken; (18) het doen; gemeenschap hebben; vrijen; (19) [een handeling doen;verrichten]; (20) [geeft aan dat de handeling over een verre afstand geldt]; (21) [drukt de beëindiging van een handeling uit;vaak vergezeld van een negatie]; (22) [drukt uit dat de handeling voor anderen verricht wordt]
鳴らす narasu (1) laten klinken; (laten) luiden; laten horen; laten weerklinken; [m.b.t. trompet;fluitje e.d.] blazen op; bespelen; spelen op; toeteren op; laten schallen; laten galmen; doen schetteren; kletteren met; [m.n. een sirene] doen loeien; [de trompet;klaroen enz.] steken; [m.n. de trommel] roeren; slaan; [m.b.t. bel] rinkelen met; doen rinkelen; doen tingelen; doen klingelen; [m.b.t. klok] kleppen; doen beieren; [m.b.t. glazen] klinken met; [m.n. vingers] laten kraken; [m.n. zweep] laten knallen; [met z'n vingers] knippen; [in de handen;met een zweep enz.] klappen; [met de lippen] smakken; [met de tong enz.] klakken; [de oren] doen tuiten; [m.b.t. blaren enz.] doen ruisen; doen suizen; (2) zich beroemd maken; zich bekend maken; naam maken; (3) uiten; uitspreken; uiting geven aan; ventileren; luchten
Tijd: 0.97 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'luchten').
2005-2026
