
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
shishō・刺傷
zn. steekwond v.; steek m.; prik m.
tsuraate・面當
(面当て) zn. hatelijkheid v.; insinuatie v.; steek onder water. ¶ 面當の insinueerend. ¶ 面當に om te insinueeren; bij wijze van insinuatie; om zijn ergernis te luchten; bij wijze van hatelijkheid. ¶ 面當を言ふ hatelijkheid zeggen; steek onder water geven.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <steek>
ステッチ sutetchi steek
ピッチ pitchi (1) intensiteit; tempo; (2) [honkb.] worp; pitch; (3) [muz.] toonhoogte; hoogte; (4) regelmatige afstand; verhouding; [スクリューの] spoed; [歯車の] steek; (5) [bergsport] pitch [= afstand tussen twee zekeringspunten]; (6) [voetb.;hockey] terrein; sportterrein; veld; grasmat; (7) pek; (8) personal handyphone system; PHS
メッシュ messhu (1) maas; steek; (2) weefsel met mazen; net
リード rīdo (1) leiding; het leiden; (2) [sportt.] leiding; voorsprong; aanvoerderschap; koppositie; (3) [honkb.] afstandswinst; meter die de honkloper van z'n honk afstaat; (4) [journal.] lead; korte samenvatting van het voorafgaande; (5) [elektr.] voedingsdraad; voedingslijn; voedingsleiding; invoerdraad; (6) spoed; steek; afstand tussen twee opeenvolgende windingen; (7) [muz.] riet; tong; (8) [muz.] lied; (9) Reid; Thomas [Schots wijsgeer en ethicus;1710-1796]; (10) Read; sir Herbert [Engels dichter en criticus;1893-1968]
便器 benki wc; wc-pot; closetpot; po; pot; closetpot; kamerpo; kamerpot; waterpot; piespot; pispot; miegpot; nachtpot; nachtpo; [i.h.b.] ondersteek; steekbekken; steek; slof; [i.h.b.] urinaal; [veroud.] ordinaal; pisfles; fles; pisglas; urineschuitje; [arch.] nachtspiegel; [gew.] beddenpan; bedpan; [gew.] steekpan
切り付け kiritsuke (1) steek; het toebrengen van een steek (met een mes; zwaard); inkerving; [i.h.b.] steekpartij; (2) applique; appliqué; applicatiewerk; oplegsel; (3) [beurst.] ± liquidatie [vrije beschikking die de makelaar over een zaak verwerft wanneer een cliënt niet op de margin call ingaat]
刺;棘 toge (1) [plantk.;dierk.] stekel; doorn; prikkel; puntig; doornvormig uitsteeksel; (2) splinter; (3) [fig.] steek; hatelijkheid; venijn
刺し傷 sashikizu steekwond; steek
嫌み iyami (1) hatelijkheid; venijnigheid; nijdigheid; steek; piek; hak; belediging; beschimping; bespotting; grievende; kwetsende; sarcastische opmerking; sarcasme; (2) afkeer; weerzin; (3) onaangenaam; naar; vervelend; [Belg.N.] ambetant; onplezierig; ergerlijk; aanstootgevend; aanstotelijk; odieus; misselijk; [i.h.b.] vrijpostig; brutaal; (4) geaffecteerd; gemaakt; gekunsteld
少しも sukoshimo niet in het minst; helemaal niet; (in het) geheel niet; hoegenaamd niet; absoluut niet; allerminst; niet in het geringste; in genen dele; geenszins; geen bal; barst; biet; bliksem; botten; donder; flikker; fluit; fuck; greintje; haartje; jota; klap; klop; kruimel; laars; lor; (malle)moer; mieter; pest; reet; ruk; sikkepit; schijntje; snars; sodemieter; spat; steek; zak; zier [steeds gepaard met een ontkenning]
御虎子 omaru (1) ondersteek; steek; steekbekken; [gew.] beddenpan; bedpan; [gew.] steekpan; slof; kamerpot; kamerpo; pot de chambre; nachtpot; nachtpo; nachtspiegel; vase de nuit; [Belg.N.] nachtemmer; piespot; pispot; miegpot; waterpot; po; pot; (2) [hofdamesjargon] middel; taille; lende; heup; (3) [hofdamesjargon] knoedel; meelballetje
激痛;劇痛 gekitsū hevige; heftige pijn; stekende pijn; erge; wrede; helse pijn; steek; scheut
縫い目 nuime (1) naad; [geneesk.] hechting; sutuur; sutura; (2) steek
苦 niga (1) hatelijke; kwetsende opmerking; steek; schimpscheut; hatelijkheid; venijnigheid; boosaardige; giftige woorden; laster; [Belg.N.] pikuur; (a) bitter; (b) onaangenaam; afstotend
針;鍼;鉤 hari (1) naald; [i.h.b.] acupunctuurnaald; [oneig.] speld; [dierk.] stekel; pikker; pieker; (2) naaldvormig voorwerp; (3) naaldwerk; naaiwerk; (4) [ook fig.] angel; tengel; haak; [ホッチキスの] nietje; [lit.t.] angelspits; [fig.] doorn; steek; uitsteeksel; [gew.;蜂の] straal; (5) [meton.] acupunctuur; (6) [maatwoord voor naainaalden]; (7) [geneesk.] [maatwoord voor hechtingen]
Tijd: 1.46 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'steek').
2005-2026
