日蘭辭典+

16 resultaten voor ‘ontkomen’
日蘭辭典 (trefwoord)
nigeru逃げる
i.w. wegloopen; vluchten; op den loop gaan; (俗) ’m smeren; de plaat poetsen; er vandoor gaan; ontsnappen aan; ontkomen; t.w. ontvluchten; ontwijken. ¶ 逃げられる laten ontsnappen.
manukareru免れる
i.w. ontloopen; ontkomen aan; verlost zijn van; t.w. vermijden. ¶ 免れ難い onvermijdelijk; onontkoombaar. ¶ 危い免れる ontkomen aan een gevaar.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ontkomen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ずらかる zurakaru [slang] 'm smeren; wegwezen; zich uit de voeten maken; maken dat je wegkomt; de benen nemen; vluchten; ontvluchten; op de vlucht slaan; weglopen; ervandoor gaan; ontsnappen; ontkomen; ertussenuit knijpen; z'n biezen pakken; 'm pleiten; pleite gaan
一命を取り留める ichimeiwotoritomeru gespaard blijven; de dood ontlopen; aan de dood ontsnappen; ontkomen; aan de dood ontrukt worden
助かる;扶かる tasukaru (1) gered worden; gespaard worden; het redden; het halen; er doorheen komen; het overleven; ontkomen; [uitdr.] de dans ontspringen; (2) goed wegkomen; behouden blijven; uit de brand; nood zijn; er ongedeerd afkomen; gespaard blijven; bespaard worden; (3) (veel) hulp hebben aan; (een grote) steun hebben aan; zich gebaat voelen (bij); het mooi meegenomen vinden (dat); meezitten
取り留める toritomeru (1) [ー命を~] gespaard blijven; de dood ontlopen; aan de dood ontsnappen; ontkomen; aan de dood ontrukt worden; (2) in bedwang houden; (3) beslechten; vastleggen
抜ける;脱ける nukeru (1) doorsteken; [de doelman enz.] passeren; [een tunnel enz.] doorgaan; doortrekken; lopen door; [i.h.b.] doorboren; (2) [van haar;tanden] uitvallen; losgaan; losraken; loslaten; (3) aflaten; wijken; [m.n. van kracht;fut;pit] eruit gaan; het laten afweten; begeven; [fig.] verschalen; kwijtraken; (4) [ergens] uitraken; ertussenuit komen; ontkomen; wegkomen; ontlopen; ontsnappen; ontschieten; ontgaan; ontglippen; [m.n. een genootschap;wedstrijd;computerprogramma enz.] verlaten; zich terugtrekken; eruit gaan; ervandoor gaan; er tussenuit kletsen; (5) missen; ontbreken; wegvallen; mankeren; (6) wat mankeren; niet goed wijs zijn; niet goed bij zijn verstand zijn; (7) [van vesting;stad enz.] vallen
datsu (1) ont-; de-; (a) uittrekken; afzetten; afwerpen; (b) verwijderen; wegnemen; (c) vergeten; bij verzuim weglaten; (d) missen; afdwalen; (e) ontkomen; vrij raken
脱出する dasshutsusuru (1) ontsnappen; ontkomen; ontvluchten; ontvlieden; (2) [geneesk.] verzakken; een prolaps vertonen; [小腸が] uitpuilen
討ち漏らす uchimorasu laten ontsnappen; ontkomen; verzuimen te doden
逃げおおせる nigeooseru weten te ontsnappen; ontkomen; slagen in een ontsnapping; van zich afschudden; het er levend afbrengen
逃げる nigeru (1) vluchten; weglopen; wegvluchten; wegvliegen; wegrennen; ervandoor gaan; op de loop gaan; op de vlucht slaan; wegwezen; het op een lopen zetten; zich wegscheren; [veroud.] zich wegpakken; [fig.] deserteren; [fig.] afbrassen; [lit.t.] vlieden; [uitdr.] de benen nemen; [uitdr.] benen maken; [uitdr.] zich uit de voeten maken; [uitdr.] 'm smeren; [uitdr.] 'm piepen; [uitdr.] het hazenpad kiezen; [uitdr.] zijn hielen laten zien; [uitdr.] de hielen lichten; [uitdr.] de plaat poetsen; [uitdr.;inform.] de kuierlatten nemen; [uitdr.;volkst.] van de wiek gaan; [uitdr.;volkst.] riedel nemen; (2) ontsnappen; ontkomen; wegkomen; ontglippen; ontvluchten; uitraken; (3) ontlopen; uit de weg gaan; ontwijken; zich onttrekken aan; [uitdr.] de ruimte kiezen; [lit.t.] ontvlieden; ervan afkomen; vermijden
逃げ切る nigekiru (1) weten te ontsnappen; ontkomen; slagen in een ontsnapping; (2) [sportt.] weten vol te houden; [i.h.b.] nipt winnen
逃げ込む nigekomu (1) naar binnen vluchten; vluchten in; z'n toevlucht zoeken in; een goed heenkomen zoeken in; (2) weten te ontsnappen; ontkomen; [sportt.] nipt winnen
逃れる nogareru (1) ontsnappen (aan); ontlopen; ontvluchten; ontkomen; vluchten (voor); vlieden (voor); (2) uit de weg gaan; zich onttrekken aan; ontduiken; ontwijken; eluderen
逃亡する toubousuru vluchten; vlieden; ontvluchten; ontvlieden; ervandoor gaan; op de vlucht gaan; slaan; de vlucht nemen; wegvluchten; weglopen; ontkomen; de plaat poetsen; z'n biezen pakken; de benen nemen; zich uit de voeten maken; 'm smeren; ertussenuit knijpen; in de steek laten; de wijk nemen; uitwijken; deserteren; decamperen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.44 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'ontkomen'). 
2005-2026