日蘭辭典+

18 resultaten voor ‘ontwijken’
日蘭辭典 (trefwoord)
sogai疎外
zn. vermijding v. ¶ 疎外する op een afstand houden.
nigeru逃げる
i.w. wegloopen; vluchten; op den loop gaan; (俗) ’m smeren; de plaat poetsen; er vandoor gaan; ontsnappen aan; ontkomen; t.w. ontvluchten; ontwijken. ¶ 逃げられる laten ontsnappen.
yokeru避ける

i.w. ontloopen; t.w. vermijden; ontwijken; i.w. uit den weg gaan voor; schuilen tegen.

ukenagasu受流す

t.w. afweren; ontwijken.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ontwijken>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
はぐらかす hagurakasu (1) ontwijken; vermijden; mijden; uit de weg gaan; zich afmaken van; zich ergens uitpraten; (2) te slim af zijn; ontglippen; ontkomen aan
免れる manugareru (1) ontsnappen aan; ontkomen aan; bespaard blijven van; ontlopen; (2) vermijden; uit de weg gaan; ontwijken
受け流す ukenagasu afweren; afwenden; pareren; ontwijken; zich afmaken van; uit de weg gaan; omzeilen; afdoen
回避する kaihisuru vermijden; mijden; ontwijken; schuwen; ontduiken; zich onttrekken aan; uit de weg gaan; omzeilen; eluderen
外す hazusu (1) losmaken; openmaken; [眼鏡を] afzetten; afdoen; [べっどかばーを] afhalen; [ぼたんを] losknopen; loskoppelen; [留金を] loshaken; afhaken; losgespen; afgespen; verwijderen; weghalen; nemen van; wegnemen; weglaten van; van het slot doen; [戸を] uitlichten; uittillen; [i.h.b.] disloqueren; [mech.] debrayeren; [techn.] ontkoppelen; [ぎあを] afkoppelen; (2) [機会を] missen; onbenut laten; laten ontglippen; verkijken; mislopen; misslaan; misschieten; (3) ontkomen aan; ontsnappen aan; ontwijken; pareren; afwenden; (4) [席を] verlaten; ervandoor gaan
往なす inasu (1) afwenden; afweren; afkeren; pareren; ontwijken; ontduiken; [質問を~] zich van een vraag afmaken; (2) [sumojargon] opzijspringen en de tegenstander uit balans brengen; wegspringen; uit de weg gaan; opzijgaan; (3) [襟を~] naar achteren omslaan; (4) wegsturen; wegzenden; laten gaan; (5) verstoten; zich laten scheiden van; (6) kwaadspreken over; zwartmaken; ridiculiseren; belachelijk maken
忌む imu (1) schuwen; mijden; ontwijken; uit de weg gaan; (2) zich onthouden van; afzien van; [i.h.b.] taboeïseren; taboeëren; (3) verfoeien; verafschuwen
忌避する kihisuru (1) ontwijken; vermijden; mijden; ontlopen; omzeilen; zich onttrekken aan; uit de weg gaan; schuwen; (2) [jur.] wraken; diskwalificeren; bezwaar aantekenen tegen
潜る kuguru (1) onderdoor gaan; passeren; duiken; (2) duiken in; induiken; (3) ontglippen; [法の網を] kruipen door; glippen langs; ontduiken; omzeilen; ontwijken; ontkomen aan
逃げる nigeru (1) vluchten; weglopen; wegvluchten; wegvliegen; wegrennen; ervandoor gaan; op de loop gaan; op de vlucht slaan; wegwezen; het op een lopen zetten; zich wegscheren; [veroud.] zich wegpakken; [fig.] deserteren; [fig.] afbrassen; [lit.t.] vlieden; [uitdr.] de benen nemen; [uitdr.] benen maken; [uitdr.] zich uit de voeten maken; [uitdr.] 'm smeren; [uitdr.] 'm piepen; [uitdr.] het hazenpad kiezen; [uitdr.] zijn hielen laten zien; [uitdr.] de hielen lichten; [uitdr.] de plaat poetsen; [uitdr.;inform.] de kuierlatten nemen; [uitdr.;volkst.] van de wiek gaan; [uitdr.;volkst.] riedel nemen; (2) ontsnappen; ontkomen; wegkomen; ontglippen; ontvluchten; uitraken; (3) ontlopen; uit de weg gaan; ontwijken; zich onttrekken aan; [uitdr.] de ruimte kiezen; [lit.t.] ontvlieden; ervan afkomen; vermijden
逃れる nogareru (1) ontsnappen (aan); ontlopen; ontvluchten; ontkomen; vluchten (voor); vlieden (voor); (2) uit de weg gaan; zich onttrekken aan; ontduiken; ontwijken; eluderen
逸らす sorasu (1) afwenden; afkeren; afbrengen; afhouden; (2) een andere wending geven; veranderen; [注意を] afleiden; [質問を] omzeilen; ontwijken; uit de weg gaan; zich afmaken van
遠ざける toozakeru (1) verwijderd houden; uit de buurt houden; weghouden; afstand nemen; op een afstand houden; van zich af houden; zich niet inlaten met; van zich vervreemden; uit de weg gaan; mijden; vermijden; ontwijken; schuwen; (2) op afstand zetten; afschudden
避ける sakeru (1) vermijden; mijden; ontwijken; uit de weg gaan; schuwen; (2) zich onttrekken aan; omzeilen; zich onthouden van; afzien van; achterwege laten; nalaten; (3) uit de buurt blijven (van); wegblijven (van); met een boog erom heenlopen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.48 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'ontwijken'). 
2005-2026