
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
ato・跡
(痕) zn. spoor o.; voetstap m.; afdruk m.; overblijfsel o. ¶ 指の跡 vingerafdruk. ¶ 血の痕 bloedvlek. ¶ 傷の痕 litteeken. ¶ 跡をつける spoor volgen. ¶ 後をつけられる gevolgd worden. ¶ 古代文明の跡 overblijfselen eener oude beschaving. ¶ 跡を暗まして逃げる vluchten zonder een spoor achter te laten. ¶ 跡を失ふ het spoor bijster worden. ato (後) も見よ.
ushiro・後
(後ろ) zn. achterkant o. ¶ 後に van achteren; achter. ¶ 後から van achteren. ¶ 後へ naar achteren. ¶ 後を顧みる omkijken. ¶ 後を見せる er van door gaan; zijn hielen laten zien. ¶ 後の achterste; achter-. ¶ 後の車輪 achterwiel. ¶ 後足 achterpoot. ¶ 後合せ rug aan rug; ruggelings. ¶ 後楯 dekking in den rug; steun; ruggesteun. ¶ 後手 achterkant. ¶ 後手に縛る handen op den rug binden.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vluchten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ずらかる zurakaru [slang] 'm smeren; wegwezen; zich uit de voeten maken; maken dat je wegkomt; de benen nemen; vluchten; ontvluchten; op de vlucht slaan; weglopen; ervandoor gaan; ontsnappen; ontkomen; ertussenuit knijpen; z'n biezen pakken; 'm pleiten; pleite gaan
北 hoku (a) noord; (b) vluchten
脱走する dassousuru (1) vluchten; op de vlucht gaan; ontsnappen; wegrennen; weglopen; op de loop gaan; z'n biezen pakken; de benen nemen; zich uit de voeten maken; ertussenuit knijpen; ervandoor gaan; 'm smeren; decamperen; (2) [mil.] deserteren
走る hashiru (1) rennen; lopen; hollen; snellen; vliegen; stormen; stuiven; [arch.;door het gebeente;de leden enz.] varen; [w.g.;lit.t.] reilen; [Barg.] dinkelen; (2) zich snel voortbewegen; rijden [bv. van voertuigen]; karren; lopen [bv. van vaartuigen]; [Barg.] poken; (3) weglopen; wegrennen; wegvluchten; vluchten; op de loop gaan; op de vlucht gaan; het hazenpad kiezen; (4) overlopen; overgaan; deserteren; (5) [geëmotioneerd enz.] raken; worden; [tot uitersten enz.] vervallen; gaan doen aan; zich overgeven aan; [het dievenpad enz.] opgaan; (6) vlotten; lopen; (7) lopen; zich uitstrekken; gelegen zijn; (8) schieten [bv. pijn]; flitsen
走 sou (1) -race; -loop; (a) rennen; (b) vluchten; (c) bodedienst; bezorgdienst
逃げる nigeru (1) vluchten; weglopen; wegvluchten; wegvliegen; wegrennen; ervandoor gaan; op de loop gaan; op de vlucht slaan; wegwezen; het op een lopen zetten; zich wegscheren; [veroud.] zich wegpakken; [fig.] deserteren; [fig.] afbrassen; [lit.t.] vlieden; [uitdr.] de benen nemen; [uitdr.] benen maken; [uitdr.] zich uit de voeten maken; [uitdr.] 'm smeren; [uitdr.] 'm piepen; [uitdr.] het hazenpad kiezen; [uitdr.] zijn hielen laten zien; [uitdr.] de hielen lichten; [uitdr.] de plaat poetsen; [uitdr.;inform.] de kuierlatten nemen; [uitdr.;volkst.] van de wiek gaan; [uitdr.;volkst.] riedel nemen; (2) ontsnappen; ontkomen; wegkomen; ontglippen; ontvluchten; uitraken; (3) ontlopen; uit de weg gaan; ontwijken; zich onttrekken aan; [uitdr.] de ruimte kiezen; [lit.t.] ontvlieden; ervan afkomen; vermijden
逃亡する toubousuru vluchten; vlieden; ontvluchten; ontvlieden; ervandoor gaan; op de vlucht gaan; slaan; de vlucht nemen; wegvluchten; weglopen; ontkomen; de plaat poetsen; z'n biezen pakken; de benen nemen; zich uit de voeten maken; 'm smeren; ertussenuit knijpen; in de steek laten; de wijk nemen; uitwijken; deserteren; decamperen
逃走する tousousuru vluchten; ontsnappen; ervandoor gaan; weglopen; wegvluchten; ontvluchten; ontvlieden
隠遁する intonsuru (1) aan de wereld verzaken; in afzondering gaan leven; zich afzonderen; kluizen; (2) vluchten; onderduiken
頻発 hinpatsu (1) het frequent voorkomen; (2) [verkeers.] frequent vertrek; frequente ritten; vluchten; vaarten
飛ぶ tobu (1) vliegen; [form.] wieken; doorklieven; (als) op vleugels gaan; [fig.;door de lucht enz.] zeilen; de lucht ingaan; het luchtruim kiezen; [i.c.m. ひらひら] fladderen; [m.b.t. water] spatten; [m.b.t. vonken enz.] eraf vliegen; alle kanten op vliegen; (2) vliegen; stuiven; zich snel voortbewegen; schieten; wegschieten; flitsen; snellen; razen; zoeven; ijlen; spoeden; zich haasten; (3) vlieden; vluchten; (4) [m.b.t. zekering] springen; doorslaan; (5) overslaan; [comp.] skippen; [van de hak op de tak enz.] springen; overspringen; [m.b.t. bladzijden in een boek] ontbreken; (6) vervliegen; [m.b.t. kleuren] snel verschieten
駆落ちする kakeochisuru vluchten; ervandoor gaan met; onderduiken; weglopen met; gaan strijken met; schootgaan met
高飛びする takatobisuru op de vlucht gaan; slaan; vluchten; ontvluchten; ontsnappen
Tijd: 1.72 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'vluchten').
2005-2026
