
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <overhalen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
丸め込む marumekomu (1) opgerold ergens insteken; (2) inpalmen; in z'n macht krijgen; om z'n vinger winden; bepraten; ompraten; overhalen; overreden; zover krijgen; ertoe brengen; voor iets winnen
取り込む torikomu (1) inhalen; binnenhalen; naar binnen halen; brengen; inlaten; invoeren; introduceren; (2) overhalen; overreden; voor zich winnen; ompraten; (3) inlijven; innemen; zich toe-eigenen; tot zijn eigendom maken; in bezit nemen; naasten; (4) [comp.] [でーたを] vastleggen; importeren; (5) op stelten staan; in rep en roer zijn; de handen vol hebben; veel te doen hebben; het druk hebben; [i.h.b.] met gezinsproblemen te kampen hebben; ruzie in het huishouden hebben; 't is rosse maan
口説く kudoku (1) ompraten; inpraten op; overreden; (met gevlei; lieve woordjes) overhalen; aanpraten; brengen tot; (2) versieren; het hof maken; voor zich trachten te winnen; avances doen; maken
唆す sosonokasu overreden; overhalen; zover krijgen; ertoe brengen; bewegen; verleiden; in verleiding brengen; aanzetten; aanhitsen; aanstoken; aanstichten; ophitsen; verlokken
引き抜く hikinuku (1) uittrekken; uitplukken; eruit trekken; uitrukken; (2) aantrekken; overhalen; (van de concurrentie) weglokken; wegkopen; afpakken; afsnoepen; wegkapen; [i.h.b.] koppensnellen; headhunten
懐 kai (1) gemoed; hart; (a) inborst; gezindheid; (b) in zich bergen; (c) overhalen; (d) opbergvak; zak
抱き込む dakikomu (1) omarmen; omhelzen; in z'n armen drukken; klemmen; sluiten; (2) tot bondgenoot maken; overhalen; overreden; rekruteren; voor zich winnen; (3) impliceren; betrekken in; verwikkelen in
持ち上げる mochiageru (1) opheffen; (omhoog) heffen; optillen; omhoog tillen; opbeuren; omhoog trekken; (op)hijsen; opnemen; omhoog brengen; oplichten; oppakken; oprapen; omhoog steken; [m.b.t. hoed] afnemen; (2) vleien; ophemelen; flemen; door vleierij brengen tot; overhalen
煽てる odateru (1) aanzetten; aanmoedigen; aansporen; aanhitsen; ophitsen; opstoken; instigeren; ertoe bewegen; ertoe brengen; overhalen; verlokken; (2) vleien; stroop smeren bij; zoete broodjes bakken bij; een wit voetje trachten te halen bij
言い含める iifukumeru nauwkeurig zeggen; uitleggen; tekst en uitleg geven; doen inzien; inprenten; overtuigen; overhalen; iemand iets voor ogen leggen
説く toku (1) verklaren; uitleggen; uiteenzetten; toelichten; ophelderen; expliceren; uit de doeken doen; (2) preken; prediken; verkondigen; verdedigen; bepleiten; (3) bepraten; overreden; overhalen; overtuigen
説得する settokusuru overreden; overhalen; bepraten; overtuigen; persuaderen
Tijd: 1.45 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'overhalen').
2005-2026
