日蘭辭典+

11 resultaten voor ‘mee’
日蘭辭典 (trefwoord)
kōshō交涉

zn. (1) [談合] onderhandeling v.; overleg o. (2) [關係] verband o.; connectie v. ¶ 交渉する onderhandelen; in overleg treden. ¶ 交渉がない het houdt er geenerlei verband mee; het heeft er niets mede te maken.

zashi坐視

(坐視) zn. onverschilligheid v. ¶ 坐視する onverschillig toezien; zich er niet mee bemoeien.

yoko

(横) zn. zijde v.; flank v.; breedte v.; wijdte v.; dwarsrichting v. ¶ 橫の dwars; horizontaal. ¶ 橫に over dwars; in de breedte; zijwaarts. ¶ 橫に切る dwars doorsnijden. ¶ 橫に線を引く horizontale lijn trekken. ¶ 橫になる gaan liggen. ¶ 橫にする neerleggen. ¶ 橫から van ter zijde. ¶ 橫から口を出すな bemoei je er niet mee.

yoi好い

bn. (1) [善良] goed. (2) [より良い] beter. (3) [美なる] mooi; fraai. (4) [好ましい] lief; aangenaam; prettig. (5) [十分] voldoende. (6) [正しい] juist; oprecht. (7) [許可] geoorloofd. i.w. (8) [構はぬ] komt er niet op aan; doet er niet toe; laat maar. ¶ 好い天氣 mooi weer. ¶ 胃によい goed voor de maag. ¶ しなくてもよい niet noodig om te doen; onnoodig. ¶ よい樣にする doen als men wil; eigen zin volgen. ¶ 外出してもよいか mag ik uitgaan? ¶ 今日來ればよいが ik hoop maar, dat hij vandaag komt. ¶ 君と一緒に行つてもよい ik heb er geen bezwaar tegen met je mee te gaan.

よう

tw. toe nu!; als 't u belieft. ¶ 連れて行つて下さいよう toe, neem mij mee!

tsurikomu釣込む

t.w. naar binnen sleuren; meelokken; verleiden om mee te doen; verlokken om binnen te komen.

tsuredasu連出す

(連れ出す) t.w. meelokken; overhalen om mee uit te gaan.

SUPPLEMENT (trefwoord)
zus, zuster

[de, zussen; zusters] (1.a.a) [oudere zus(ter); mijn [onze] zus(ter)] ane (beleefheid: geen of nederig; richting: geschikt voor benoemen van de eigen zuster tegen tweede persoon; over een derde persoons oudere zuster (niet erend, niet beleefd); over een oudere zuster in algemene zin). ¶ 回転いいAne wa atama no kaiten ga ii. Mijn zus is vlot van begrip. 料理先生にして習いました。 Ryōri wa ane wo sensei ni shite naraimashita. Mijn zus heeft me koken geleerd. (TTC) (1.a.b.) [oudere zus; jongedame; aanspreekvorm serveerster] 姉さん anesan (algemeen of neutraal beleefd).

(1.b) [oudere zus(ter), uw [hun] zus(ter); aanspreekvorm serveerster] 姉さん neesan; お姉さん oneesan (beleefdheid: erend of algemeen beleefd; richting: over tweede of derde persoons oudere zuster; binnen wij-groep over of naar de eigen oudere zuster; in algemene zin); おちゃん oneechan (idem, maar meer familiair of vertroetelend). NB met name onder en naar kinderen worden deze vormen ook gebruikt om in algemene zin naar oudere zussen te verwijzen. ¶ メアリーは遊園地で一人で泣いている男の子を見つけて、やさしくをかけた。「ねえぼくどうしたの? 迷子になっちゃったの? おちゃんが迷子センターに連れてってあげようか?」 Mearii wa yūenchi de hitori de naite iru otoko no ko wo mitsukete, yasashiku koe wo kaketa. ‘Nee, boku, dōshita no? Meigo ni nattyatta no? Oneechan ga meigo-sentā ni tsurete tte ageyō ka?’ In het pretpark vond Mary een huilend jongetje. Met zachte stem sprak ze: ‘Hee, jongetje, wat is er aan de hand? Ben je je ouders kwijt? Zal ik [lett. de oude zus] je naar de informatiebalie brengen [lett. zoekgeraakte-kinderen-afdeling]?’ (TTC)

(2.a) [jongere zusje/zuster, mijn [onze] zuster/zusje] imōto (beleefheid: geen of nederig; richting: geschikt voor benoemen van de eigen zuster tegen tweede persoon; over een derde persoons jongere zuster (niet erend, niet beleefd); over een jongere zuster in algemene zin). ¶ の咲子ですと年子で、受験生ですImōto no Sakiko desu. Boku to toshigo de, ima jukensei desu. Dit is mijn zusje Sakiko. Ze minder dan een jaar jonger dan ik en studeert nu voor haar toelatingsexamens. ¶ をパーティーに連れて行きます。 Imōto wo paatii ni tsurete ikimasu. Ik neem mijn zus mee naar het feestje. (TTC) NB in een wij-groep noemen oudere broers en zussen hun jongere zuster alleen bij naam (dit vloeit voort uit de hiërarchie), omgekeerd spreken jongere broers en zussen hun oudere zussen normaal gesproken als姉さん oneesan aan. (Miura)

(2.b) [jongere zusje/zus(ter), uw [hun] zusje/zus(ter)] さん imōtosan (beleefdheid: erend of algemeen beleefd; richting: over tweede of derde persoons jongere zuster, of in algemene zin). ¶ 今度さんを連れていらっしゃい。 Kondo wa imōtosan wo tsurete irasshai. Neem de volgende keer je zus mee. ¶ さんによろしくね。 Imōtosan ni yoroshiku ne. Doe de groetjes aan je zus. (TTC)

(3) [zusters, zussen, zusjes] shimai; [oudere zus en jongere broer] 姉弟 kyōdai;[oudere broer en jongere zus] 兄妹 kyōdai; [broer en zus] 兄姉 kyōdai; [broers of broer en zus] 兄弟 kyōdai.

(4) [verpleegster] 看護婦 kangofu; [verpleger m/v] 看護士 kangoshi.

(5) [non] 修道女 shūdōjo; 修道尼 shūdōni; 尼僧 nisō.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <mee>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お相伴する oshoubansuru deelnemen aan de maaltijd; gezelschap houden aan tafel; mee-eten
相伴する shoubansuru gezelschap houden; [i.h.b.] mee aanzitten; mee-eten; deelnemen aan; deel hebben aan; delen in; participeren
面皰;痤 nikibi puist; puistje; pukkel; [i.h.b.] mee-eter; [verzameln.] acne
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.42 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 3 treffers (zoekopdracht: 'mee'). 
2005-2026