日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘prikken’
日蘭辭典 (trefwoord)
tsukkomi ni突込みに
(突っ込む) bw. in het groot. ¶ 突込む prikken; steken in. ¶ 水中に突込む onderdompelen; in het water steken. ¶ 一本突込んで遣る flink standje geven.
tsuku突く

(突く) t.w. stooten; steken; prikken; priemen; aanvallen. ¶ 心臟を突く in het hart steken. ¶ 臭氣紛々として鼻を衝く onaangename luchtjes beleedigen het reukorgaan; men heeft last van den stank.

tsukiakeru突開ける

(突開ける) t.w. openstooten; gat prikken (穴を).

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <prikken>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ひりひりする hirihirisuru pijn doen; pijnlijk zijn; zeer doen; steken; prikken; irriteren
ぴりぴりする piripirisuru (1) pijnlijk zijn; zeer; pijn doen; steken; prikken; prikkelen; branden; (2) bloednerveus zijn; gespannen zijn; iebel; ibbel zijn; ongedurig zijn; op scherp staan; over z'n toeren zijn
ヒリヒリ hirihiri [~する] pijn doen; zeer doen; steken; prikken
刺す sasu (1) steken; doordringen; doorsteken; heendringen door; doorboren; indrijven; spiezen; (2) [m.b.t. insect] steken; prikken; [veroud.] stikken; (3) naaien; stikken; (4) [honkb.] een loper onderscheppen; een loper uitgooien
期する kisuru (1) [時期;期限を] vastleggen; bepalen; prikken; (2) [必勝を] zich vast voornemen; daadwerkelijk plannen; z'n zinnen zetten op; (3) [生還を] verwachten; hopen op; uitkijken naar; tegemoet zien; afwachten; rekenen op; voorzien; anticiperen; zich voorbereiden op; (4) [再会を] beloven; afspreken
期す kisu (1) [時期;期限を] vastleggen; bepalen; prikken; (2) [必勝を] zich vast voornemen; daadwerkelijk plannen; z'n zinnen zetten op; (3) [生還を] verwachten; hopen op; uitkijken naar; tegemoet zien; afwachten; rekenen op; voorzien; anticiperen; zich voorbereiden op; (4) [再会を] beloven; afspreken
染みる;沁みる;浸みる shimiru (1) doordringen; doortrekken; doordrenken; (2) [m.b.t. wind;kou] steken; scherp zijn; bijten; prikken; pieken; snerpen; pijn doen; (3) indruk maken op; ontroeren; treffen; pakken; aangrijpen; (4) [悪習に〜] gestijfd worden in; onder invloed komen van; (5) [身に〜] in gedachten verzinken
染む shimu (1) doordringen; doortrekken; doordrenken; (2) [m.b.t. wind;kou] steken; bijten; prikken; pijn doen; (3) indruk maken op; ontroeren; treffen; pakken; aangrijpen; (4) [悪習に] gestijfd worden in; onder invloed komen van
突く;衝く;撞く tsuku (1) steken; prikken; priemen; spietsen; (2) porren; poken; stompen; aanstoten; duwen; [inform.] douwen; stoten; rammen; [m.b.t. hoornvee] nijten; een stoot; por; zet; tik; klopje geven; [m.b.t. zegel] drukken; [m.b.t. bal] tikken; [m.b.t. biljartbal] stoten; [een pluimpje;klok enz.] slaan; [i.c.m. 溜め息を] slaken; [i.c.m. 溜め息を] lozen; (3) zetten; plaatsen; planten; [krukken enz.] gebruiken; [op de knieën] vallen [m.b.t. dunne;langwerpige voorwerpen die als steun geplaatst worden]; (4) aanvallen; belagen; [de geringste redeneerfout enz.] aangrijpen; [iets in zijn achilleshiel enz.] treffen; [iem. in zijn zwak enz.] tasten; [op de kern van de zaak enz.] slaan; (5) [alle weer;de elementen enz.] trotseren; het hoofd bieden; braveren; tarten; (6) [de neus enz.] prikkelen; [m.b.t. stank enz.: in de neus] slaan; snerpen (in); [door de ziel enz.] snijden; [iem. in zijn hart enz.] raken; treffen; diep schokken
sho (a) made; larve; worm; (b) steken; prikken; (c) schuim
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 2.09 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'prikken'). 
2005-2026