日蘭辭典+

14 resultaten voor ‘heeft’
日蘭辭典 (trefwoord)
kōshō交涉

zn. (1) [談合] onderhandeling v.; overleg o. (2) [關係] verband o.; connectie v. ¶ 交渉する onderhandelen; in overleg treden. ¶ 交渉がない het houdt er geenerlei verband mee; het heeft er niets mede te maken.

-kuraiくらゐ

bw. (1) [約] ongeveer; omstreeks. (2) [同じ位] zooveel als; zoozeer als. ¶ 位の高い人 iemand van hoogen rang. ¶ 十哩位 ongeveer tien mijl. ¶ どの位かゝつたか hoeveel heeft het zoowat gekost? ¶ 私位馬鹿な者はない niemand is grooter ongeluksvogel dan ik. ¶ それ位の事 zoo'n kleinigheid.

kyokuchoku曲直

zn. recht en onrecht; gelijk en ongelijk; juistheid en verkeerdheid. ¶ 事の曲直を明かにする ophelderen, wie er in eene kwestie gelijk heeft.

zentai全體

(全体) zn. (1) [全部] geheel o.; al o.; totaal o. bw. (2) [元來] van nature; uit den aard der zaak; uiteraard. (3) [概して] over het algemeen; in algemeenen zin. ¶ 全體の volledig; totaal; al; geheel. ¶ 歐洲全體に in geheel Europa; overal in Europa. ¶ これで全體です dat is alles. ¶ 全體何が欲しいのだらう wat wil hij toch? ¶ 全體誰の許を受けてそんなことをした wie heeft je in godsnaam vergunning gegeven zoo iets te doen?

zankan斬奸狀

(斬奸状) zn. beschuldiging v.; verklaring waarom men iemand in het algemeen belang vermoord heeft.

yosogoto餘所事

(余所事) zn. zaak, waarmede men niets te maken heeft; een ander z’n zaak v.

yokin餘金

(余金) zn. overschietend geld o.; overschot o.; geld, dat men over heeft.

yaken野犬

zn. zwervende hond, die geen baas heeft.

yadonashi宿無し

zn. daklooze m.; zwerver m. ¶ 宿無し犬 hond, die geen baas heeft.

wazato態と

bw. opzettelijk; met voordacht; met een bedoeling. ¶ 態とらしい geforceerd; niet spontaan. ¶ それは態としたのか heeft hij het expres gedaan?; was het opzet?

warai

zn. lach m.; spotlach (嘲笑) m.; glimlach (微笑). ¶ 世人の笑を招く zich belachelijk maken. ¶ 笑出す beginnen te lachen; in lachen uitbarsten (大きな聲で). ¶ 笑顔 lachend gezicht. ¶ 笑事 belachelijks. ¶ 笑草にする belachelijk maken; bespotten. ¶ 笑草になる zich bespottelijk maken; uitgelachen worden. ¶ 笑上戸 iemand, die een vroolijken dronk heeft; goedlachsch iemand.

wakaru解る

t.w. (1) [了解] begrijpen; weten; verstaan; onderscheiden; i.w. duidelijk zijn; i.w. (2) [曉見する] aan den dag komen; blijken; aan het licht komen; ontdekt worden. (3) [理解がある] voor rede vatbaar zijn; intelligent zijn; royaal zijn (吝嗇でない). ¶ 意味が分る de beteekenis begrijpen. ¶ 解つて來る duidelijk worden; blijken. ¶ 解りましたか begrijp je?; (俗) snap je? ¶ 君の言ふ事は解らない ik versta je niet; ik begrijp niet, wat je zegt. ¶ 確な處は解りません ik kan het niet met zekerheid zeggen. ¶ それで解つた o, nu begrijp ik het. ¶ 言はんでも解つてゐる het spreekt vanzelf. ¶ 道が解つて居るか weet je den weg? ¶ あの人は譯が解つてる hij heeft gezond verstand.

tsuku突く

(突く) t.w. stooten; steken; prikken; priemen; aanvallen. ¶ 心臟を突く in het hart steken. ¶ 臭氣紛々として鼻を衝く onaangename luchtjes beleedigen het reukorgaan; men heeft last van den stank.

tsukiban月番
Tijd: 1.46 sec. jiten.nl: 14 treffers, (zoekopdracht: 'heeft'). 
2005-2026