
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
atomawashi・後廻し
mata・又
zn. vw. (1) [其の上、亦] en; ook; vw. & bw. bovendien; daarenboven. bw. (2) [再び] nogmaals; wederom; opnieuw (3) [矢張] eveneens; evenzeer. ¶ 日又日 dag na dag; elken dag opnieuw. ¶ 又となき uniek; eenig; zonder wederga. ¶ またいらっしゃい kom nogeens terug; ik hoop u nog eens meer te zien. ¶ 又の事にしませう we zullen het tot een volgenden keer uitstellen.
injun・因循
zn. aarzeling v.; uitstel o.; vertraging v. ¶ 因循な langzaam; aarzelend; niet doortastend. ¶ 因循する aarzelen; uitstellen; op de lange baan schuiven. ¶ 因循姑息 aarzeling; vertraging; halfslachtigheid; gemis aan doortastendheid.
kurinobe・繰延べ
zn. uitstel o. ¶ 繰延べる uitstellen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <uitstellen>
ずらす zurasu (1) schuiven; verschuiven; opschuiven; verschikken; (2) verschuiven; verzetten; verleggen; verplaatsen; transfereren; uitstellen; opschorten; verdagen; (3) [m.b.t. vakantie;aanvangsuren enz.] spreiden
保留する horyūsuru reserveren; aanhouden tot; uitstellen; hangende houden; opschorten; voorbehouden; inhouden; suspenderen; [fig.] in de ijskast zetten; bergen; in de wachtkamer zetten
延ばす nobasu (1) verlengen; [een weg;lijn enz.] doortrekken; [een noot enz.] aanhouden; rekken; prolongeren; (2) uitstellen; opschorten; verdagen; verschuiven; verzetten
延期する enkisuru uitstellen
延 en (a) meer ruimte in beslag (doen) nemen; (zich) verspreiden; (zich) uitbreiden; (b) meer tijd in beslag (doen) nemen; (doen) uitlopen; uitstellen; (c) binnenbrengen
引き延ばす hikinobasu (1) uitstellen; opschorten; verschuiven; (2) verlengen; langer maken; langer doen duren; aan de gang houden; rekken; [fig.] uitspinnen
引っ張る;引張る hipparu (1) trekken (aan); rukken (aan); halen; (2) spannen; strak trekken; aantrekken; (3) [een arrestant e.d.] opbrengen; meebrengen; [naar het politiebureau enz.] meenemen; (4) uitstellen; [de tijd enz.] rekken; [iem.] aan het lijntje houden; (5) [honkbal] naar links uithalen [of naar rechts in het geval van een linkshandige slagman]; (6) [tot toetreding enz.] overhalen; [naar de overwinning] brengen
後回しにする atomawashinisuru uitstellen; verschuiven; opschorten; verdagen; op de lange baan schuiven; opzijleggen; onder het loodje leggen
持ち越す mochikosu (op de agenda) laten staan; aanhouden; naar een later tijdstip verplaatsen; verschuiven naar later datum; uitstellen; overhevelen
猶予する yūyosuru uitstellen; opschorten; opschuiven; verschuiven; schorsen; temporiseren; verdagen
見合わせる miawaseru (1) [顔を] een blik wisselen; blikken uitwisselen; elkaar aankijken; (2) vergelijken; (3) uitstellen; opschorten; verdagen; verschuiven; verzetten; (4) afzeggen; afgelasten; annuleren; cancelen; [niet alg.] aflassen; [niet alg.] aflasten
見送る miokuru (1) uitgeleide doen; uitleiden; uitzwaaien; uitwuiven; wegbrengen; (blijven) nakijken; nazien; met de ogen volgen; (2) voorbij laten gaan; laten glippen; laten schieten; verkijken; (3) opschorten; uitstellen; op de agenda laten staan; verschuiven naar later datum; op de lange baan schuiven; in de ijskast zetten; het even aanzien; even afwachten; de kat uit de boom kijken
譲る yuzuru (1) afstaan; [zijn ambt] overdragen; overlaten; uit handen geven; overleveren; overgeven; overhandigen; [eigendom] vervreemden; [onroerend goed] vermaken; nalaten; legateren; legeren; (2) verkopen; (3) wijken; toegeven; opgeven; zwichten; (4) [de bal] afgeven; [voorrang] geven; [van plaats] wisselen; verruilen; laten voorgaan; (5) uitstellen; opschorten; verschuiven (tot later); wegleggen; sparen
遅らす;後らす okurasu (1) vertragen; retarderen; ophouden; remmen; rekken; [veroud.;lit.t.] tragen; [時計を] achteruitzetten; terugzetten; (2) achterlaten (bij overlijden); (door vooroverlijden) nalaten; (3) uitstellen; opschorten; [fig.] opschuiven; verschuiven; later stellen; temporiseren; [w.g.] verlaten
遅らせる okuraseru (1) verlaten; vertragen; [時計を] achteruitzetten; (2) uitstellen
順延する jun'ensuru uitstellen; opschorten; verdagen; verschuiven
Tijd: 1.44 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'uitstellen').
2005-2026
