日蘭辭典+

23 resultaten voor ‘aarzelen’
日蘭辭典 (trefwoord)
aete敢て
(敢えて) bw. onvervaard; zonder aarzelen. ¶ 敢て云う onvervaard zeggen. ¶ 敢てする het wagen om......; zoo vrij zijn om......; durven.
injun因循
zn. aarzeling v.; uitstel o.; vertraging v. ¶ 因循な langzaam; aarzelend; niet doortastend. ¶ 因循する aarzelen; uitstellen; op de lange baan schuiven. ¶ 因循姑息 aarzeling; vertraging; halfslachtigheid; gemis aan doortastendheid.
yūyo猶豫

(猶予) zn. (1) [延期] vertraging v.; uitstel o. (2) [躊躇] aarzeling v. ¶ 猶豫する uitstel geven; aarzelen.

yodomu淀む

i.w. (1) [水が] stilstaan; langzaam stroomen. (2) [沈澱] bezinken; zich afzetten. (3) [躊躇] aarzelen.

ukiashi浮足

zn. weifelende schreden v.mv.; aarzeling v.; weifeling v. ¶ 浮足になる beginnen te weifelen; aarzelen.

ukigoshi浮腰

zn. aarzeling v. ¶ 浮腰になる aarzelen; weifelen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <aarzelen>
ふらつく furatsuku (1) waggelen; wankelen; (2) weifelen; aarzelen; besluiteloos zijn; (3) slenteren; drentelen
もじもじ mojimoji [~する] schromen; aarzelen; verlegen; bedeesd; schuchter zijn; zich generen
一も二もなく ichimonimonaku (1) zonder mopperen; aarzelen; aarzeling; zonder zich te bedenken; prompt; gewillig; (2) vlakaf; botweg; regelrecht; zonder omhaal; vastberaden
二の足を踏む ninoashiofumu aarzelen; weifelen; twijfelen; in dubio staan; terugkrabbelen; terugdeinzen; terugschrikken
兼ねる kaneru (1) tegelijk dienen als; ook dienstdoen als; ook de rol spelen van; een dubbele rol; functie hebben; combineren; verenigen; (2) cumuleren; gelijktijdig uitoefenen; tegelijkertijd … en … zijn; (3) schromen; aarzelen; zich schamen om; ervoor terugschrikken te; (4) anticiperen op; (5) zich uitstrekken over; bestrijken; (6) […~] niet kunnen; niet bij machte zijn (om) te; niet in staat zijn te
動揺する dōyōsuru (1) schokken; horten; stoten; hobbelen; denderen; [m.b.t. schip] rollen; deinen; slingeren; schommelen; heen en weer; op en neer bewegen; wiebelen; beven; stampen; schudden; oscilleren; [niet alg.] daveren; (2) schommelen; fluctueren; (3) weifelen; dubben; wankelen; [fig.] walen; aarzelen; heen en weer geslingerd worden; in dubio staan; (4) huiveren; in beroering zijn; geagiteerd; woelig; roerig zijn; geschokt zijn; onrustig; rusteloos; ongerust; verontrust zijn; ontsteld; in de war; van streek; ontdaan; van de kook; van de wijs; uit z'n doen zijn
及び腰 oyobigoshi (1) [~になる] zich overbuigen naar; vooroverbuigen; (2) [~になる] aarzelen; zich weerhouden; schromen; niet goed durven
後込みする shirigomisuru terugwijken; terugdeinzen; achteruitdeinzen; versagen; schromen; niet goed durven; niet aandurven; terugschrikken; achteruitkrabbelen; aarzelen
憚る habakaru (1) [外聞を] beducht zijn voor; duchten; schromen; ontzien; vrezen; schuwen; bang zijn te; terugschrikken; vermijden; mijden; zich generen; terughoudend zijn; aarzelen; scrupules hebben; (2) moeizaam vorderen; (3) gewichtig doen; grootdoen; zich nadrukkelijk doen gelden; invloed; macht uitoefenen; de baas spelen; (4) woekeren; om zich heen grijpen; zich verbreiden
渋る shiburu (1) [筆が] haperen; stokken; [売れ行きが] teruglopen; (2) talmen; dralen; weigerachtig zijn; onwillig zijn; opzien tegen; weifelen; aarzelen; schoorvoeten; (3) [腹が] krampachtig samentrekken
(a) bitter; wrang; zerp; (b) aarzelen; stremmen
臆する okusuru zich generen; schromen; bang zijn; aarzelen; versagen; terugschrikken; terugdeinzen; bedeesd zijn
躊躇う tamerau weifelen; aarzelen; dubben; in dubio staan; talmen; dralen; treuzelen; schromen; [fig.] wankelen; [fig.] walen; [veroud.] toeven
躊躇する chūchosuru aarzelen; weifelen; dubben; [fig.] wankelen; [fig.] walen; in dubio staan; tussen water en wind zijn; [gew.] dobberen; [gew] ruggelen; [gew.] stubbelen
迷う mayou (1) verdwalen; de weg kwijtraken; verdolen; de verkeerde weg opgaan; afdwalen; [i.h.b.] dwalen; dolen; afdolen; [w.g.;fig.] afpadig raken; [Belg.N.] verloren lopen; (2) niet weten wat men doen moet; dubben; aarzelen; in dubio staan; besluiteloos zijn; van streek zijn; twijfelen; weifelen; in verwarring verkeren; in de war gebracht zijn; het met zichzelf oneens zijn; op twee gedachten hinken; in tweestrijd staan; de kluts kwijt zijn; (3) bekoord worden; verleid worden; verblind zijn; verdwaasd zijn; zijn hoofd op hol laten brengen; (4) onverlost blijven; geen rust kennen; geen vrede vinden; ronddolen; rondwaren; ronddwalen
遠慮する enryosuru (1) gereserveerd zijn; terughoudend zijn; aarzelen; schromen; afstand bewaren; beschroomd zijn; bescheiden zijn; (2) ophouden met; stoppen met; uitscheiden met; zich onthouden van; zich weerhouden van; zich ontzeggen; nalaten; achterwege laten; [招待を] niet ingaan op; afslaan; afzien van; (3) zich terugtrekken; zich verwijderen
遣りかねる yarikaneru niet durven; het niet wagen; niet het lef hebben te; aarzelen; zich laten weerhouden; terugdeinzen voor
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.28 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'aarzelen'). 
2005-2026