日蘭辭典+

15 resultaten voor ‘verkwisten’
日蘭辭典 (trefwoord)
yaburu破る
t.w. (1) [裂く] scheuren. (2) [破壞] breken. i.w. (3) [犯す] zich vergrijpen tegen; t.w. breken. t.w. (4) [負かす] verslaan. (5) [計畫を] beletten; verhinderen. (6) [産を] verkwisten. ¶ 破り難き onbreekbaar; onoverwinnelijk. ¶ 約束を破る belofte schenden. ¶ 手紙を破る brief verscheuren.
tsuiyasu費す

(費やす) t.w. (1) [支出] uitgeven; besteden. (2) [消費] verbruiken; verteren. (3) [浪費] verkwisten; verspillen. ¶ 無駄に時間を費す tijd verknoeien.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verkwisten>
乱費する ranpisuru geld verspillen; verkwisten; verkwanselen; vermorsen; verbrassen; erdoor jagen; met geld smijten; het geld over de balk gooien
反故にする hogonisuru verspillen; vermorsen; verkwanselen; verkwisten; nietig maken; tenietdoen; tot de prullenmand veroordelen; naar de schroothoop verwijzen
叩き上げる tatakiageru (1) door hard knokken hogerop komen; zich opwerken; zich omhoogwerken; (2) [漆喰で] afpleisteren; (3) [ー跡を] verbrassen; verkwisten; erdoor; erdoorheen jagen
徒や疎か adayaorosoka (1) [~に思う] ondankbaar zijn; niet erkentelijk zijn; (2) [~に考える] licht opvatten; lichtjes opnemen; minachten; geringschatten; een geringe dunk hebben van; laatdunkend doen over; (3) [~に使う] lichtzinnig besteden; verkwisten
擦る;摩る;磨る;擂る suru (1) wrijven; strijken; schuren; [マッチを] aanstrijken; (2) wetten; slijpen; (3) schrappen; wissen; (4) fijnmalen; stampen; gruizen; vergruizen; vergruizelen; pletten; mortelen; (5) verkwisten; verspillen; verbeuzelen; verkwanselen; vermorsen; erdoor(heen) jagen; (6) slijmen; vleien; naar de mond praten; pluimstrijken; stroopsmeren; strooplikken; gatlikken
暇を潰す himaotsubusu (1) de tijd doden; korten; passeren; verdrijven; verkorten; (2) (z'n) tijd verbeuzelen; verdoen; vergapen; vergooien; verknoeien; verkwanselen; verkwisten; verlummelen; vermorsen; versnipperen; verspillen; zoekbrengen; zoekmaken (aan; met); niets uitvoeren; niksen; nietsdoen; stilzitten; luieren
欠く kaku (1) [皿のふちを〜] beschadigen; afbreken; (2) [ー部分を〜] missen; mankeren; ontbreken; (3) [氷を〜] breken; (4) [穏当を〜] ontberen; gebrek hebben aan; tekortkomen; tekortschieten in; niet voldoende hebben; [arch.] derven; (5) [遊びにひまを〜] verspillen; verkwisten
殺す korosu (1) doden; (2) vermoorden; moorden; slachten; afslachten; over de kling jagen; doodslaan; ombrengen; kapot maken; koud maken; om zeep helpen; voorgoed tot zwijgen brengen; [euf.] onschadelijk maken; [uitdr.] de handen in iemands bloed wassen; (3) ter dood brengen; executeren; op grond van een vonnis terechtstellen; (4) verspillen; vermorsen; roekeloos besteden; nutteloos besteden; erdoor jagen; erdoor draaien; verkwisten; verpanden; belenen; in onderpand geven; (5) bedwingen; onderdrukken; inhouden; beheersen; in toom houden [Het lijdend voorwerp van dit werkwoord kan een gevoel;een lach;een geeuw;tranen;zijn adem etc. zijn.]; (6) [honkbal] een slagman uit het spel spelen; een slagman uitspelen
浪費する rōhisuru verspillen; verkwisten; dissiperen; verkwanselen; vermorsen; verbrassen; verbeuzelen; weggooien
潰す tsubusu (1) pletten; platdrukken; verpletteren; vermorzelen; te pletter drukken; in elkaar drukken; stampen; fijnstampen; fijnmaken; prakken; [m.b.t. puistje] uitknijpen; (2) verspillen; vergooien; verkwanselen; versjacheren; verkwisten; dissiperen; [i.h.b.] verbrassen; [i.h.b.] opsouperen; doorjagen; [inform.] doordraaien; (3) ruïneren; [inform.] reneweren; te gronde richten; [fig.] knakken; [inform.] opdoeken; [i.h.b.] failliet doen gaan; [fig.] de deuren sluiten; (4) [時間を] doden; korten; verdrijven; passeren; (nutteloos) besteden; verdoen; verbeuzelen; (5) [m.b.t. (pluim)vee] slachten; (6) [m.b.t. plannen] doen mislukken; verijdelen; afschieten; (7) [声;喉を] hees doen worden; kapotmaken; verliezen; (8) omsmelten; afbreken; weer tot grondstof maken; (9) in verlegenheid brengen; compromitteren; [顔を] gezichtsverlies doen lijden; met rode kaken doen staan; (10) van streek brengen; (11) [m.b.t. gaatjes] opvullen; vullen; dichten; dichtmaken; (12) tot verslijtens toe …
無駄遣いする mudazukaisuru verspillen; verkwisten; verkwanselen; vermorsen; weggooien; vergooien; verbrassen
費やす tsuiyasu (1) spenderen; besteden; wijden; (2) verkwisten; verspillen; vergooien; verkwanselen; vermorsen; verbrassen; weggooien
食い潰す kuitsubusu [財産を] opmaken; erdoor jagen; erdoorheen jagen; verkwisten; opsouperen; verbrassen; doorbrassen; verbambocheren; verslempen; verjubelen; [gew.] verboeren; [gew.] verduvelen; [gew.] verlappen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.2 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'verkwisten'). 
2005-2026