日蘭辭典+

14 resultaten voor ‘verspillen’
日蘭辭典 (trefwoord)
ogoru奢る
(驕る、傲る) i.w. [贅澤] in weelde leven; veel geld verspillen; zich in weelde baden. (2) [驕慢] trots zijn. (3) [馳走する] tracteeren op; onthalen met. t.w. (4) [買ふ] koopen. ¶ 彼に一杯おごってやった ik tracteerde hem op een glas wijn.
kotoba言葉

zn. (1) [言語] taal v.; woorden o.mv. (2) [語] woord o.; term v. (3) [地方語] dialect v. (4) [話] spraak v.; uitlating v.; opmerking v. (5) [言方] spreekwijze v.; uitdrukking v. ¶ 言葉通り woordelijk; letterlijk. ¶ 無益の言葉を費す woorden verspillen. ¶ 言葉を違へる zijn woord breken. ¶ 言葉を換へて云へば met andere woorden; m.a.w. ¶ 言葉を掛ける het woord richten; zich wenden. ¶ 言葉爭ひ woordenwisseling; redetwist. ¶ 言葉返し vinnig antwoord. ¶ 言葉書 uiteenzetting; epistel. ¶ 言葉敵 iemand om teegen te praten; aanspraak. ¶ 言質 eerewoord. ¶ 言質を與へる zijn woord verpanden. ¶ 言葉尻 verspreking. ¶ 言葉尻を取る iemand betrappen doordat hij zich verspreekt; iemand in zijn eigen woorden vangen. ¶ 言葉違へ inconsequentie; woordbreuk. ¶ 言葉違へをする zichzelf tegenspreken; inconsequent zijn; zich niet houden aan zijn woord; zijn woord breken. ¶ 言葉咎 critiek. ¶ 言葉添へをする een goed woordje doen. ¶ 言葉遣ひ uitdrukking; spreekwijze. ¶ 言葉多きは問少し holle vaten klinken het hardst; veel geschreeuw, weinig wol.

kūhi空費

zn. verspilling v. ¶ 空費する verspillen.

tsuiyasu費す

(費やす) t.w. (1) [支出] uitgeven; besteden. (2) [消費] verbruiken; verteren. (3) [浪費] verkwisten; verspillen. ¶ 無駄に時間を費す tijd verknoeien.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verspillen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
反故にする hogonisuru verspillen; vermorsen; verkwanselen; verkwisten; nietig maken; tenietdoen; tot de prullenmand veroordelen; naar de schroothoop verwijzen
安逸を貪る anitsuwomusaboru zalig nietsdoen; dolce far niente; z'n tijd verdoen; verlummelen; verspillen; leeglopen
擦る;摩る;磨る;擂る suru (1) wrijven; strijken; schuren; [まっちを] aanstrijken; (2) wetten; slijpen; (3) schrappen; wissen; (4) fijnmalen; stampen; gruizen; vergruizen; vergruizelen; pletten; mortelen; (5) verkwisten; verspillen; verbeuzelen; verkwanselen; vermorsen; erdoor(heen) jagen; (6) slijmen; vleien; naar de mond praten; pluimstrijken; stroopsmeren; strooplikken; gatlikken
暇を潰す himawotsubusu (1) de tijd doden; korten; passeren; verdrijven; verkorten; (2) (z'n) tijd verbeuzelen; verdoen; vergapen; vergooien; verknoeien; verkwanselen; verkwisten; verlummelen; vermorsen; versnipperen; verspillen; zoekbrengen; zoekmaken (aan; met); niets uitvoeren; niksen; nietsdoen; stilzitten; luieren
殺す korosu (1) doden; (2) vermoorden; moorden; slachten; afslachten; over de kling jagen; doodslaan; ombrengen; kapot maken; koud maken; om zeep helpen; voorgoed tot zwijgen brengen; [euf.] onschadelijk maken; [uitdr.] de handen in iemands bloed wassen; (3) ter dood brengen; executeren; op grond van een vonnis terechtstellen; (4) verspillen; vermorsen; roekeloos besteden; nutteloos besteden; erdoor jagen; erdoor draaien; verkwisten; verpanden; belenen; in onderpand geven; (5) bedwingen; onderdrukken; inhouden; beheersen; in toom houden [Het lijdend voorwerp van dit werkwoord kan een gevoel;een lach;een geeuw;tranen;zijn adem etc. zijn.]; (6) [honkbal] een slagman uit het spel spelen; een slagman uitspelen
浪費する rouhisuru verspillen; verkwisten; dissiperen; verkwanselen; vermorsen; verbrassen; verbeuzelen; weggooien
潰す tsubusu (1) pletten; platdrukken; verpletteren; vermorzelen; te pletter drukken; in elkaar drukken; stampen; fijnstampen; fijnmaken; prakken; [m.b.t. puistje] uitknijpen; (2) verspillen; vergooien; verkwanselen; versjacheren; verkwisten; dissiperen; [i.h.b.] verbrassen; [i.h.b.] opsouperen; doorjagen; [inform.] doordraaien; (3) ruïneren; [inform.] reneweren; te gronde richten; [fig.] knakken; [inform.] opdoeken; [i.h.b.] failliet doen gaan; [fig.] de deuren sluiten; (4) [時間を] doden; korten; verdrijven; passeren; (nutteloos) besteden; verdoen; verbeuzelen; (5) [m.b.t. (pluim)vee] slachten; (6) [m.b.t. plannen] doen mislukken; verijdelen; afschieten; (7) [声;喉を] hees doen worden; kapotmaken; verliezen; (8) omsmelten; afbreken; weer tot grondstof maken; (9) in verlegenheid brengen; compromitteren; [顔を] gezichtsverlies doen lijden; met rode kaken doen staan; (10) van streek brengen; (11) [m.b.t. gaatjes] opvullen; vullen; dichten; dichtmaken; (12) tot verslijtens toe …
無駄遣いする mudazukaisuru verspillen; verkwisten; verkwanselen; vermorsen; weggooien; vergooien; verbrassen
費やす tsuiyasu (1) spenderen; besteden; wijden; (2) verkwisten; verspillen; vergooien; verkwanselen; vermorsen; verbrassen; weggooien
遊び暮らす asobikurasu spelend doorbrengen; spelend verloren laten gaan; erop los leven; verspelen; verdoen; verluieren; verlummelen; verbeuzelen; verspillen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.45 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'verspillen'). 
2005-2026