日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘vlucht’
日蘭辭典 (trefwoord)
tōbō逃亡
zn. vlucht v. ¶ 逃亡者 vluchteling. ¶ 逃亡する vluchten; wegloopen. ¶ 逃亡罪人引渡條約 verdrag tot uitlevering van gevluchte misdadigers.
oichirasu追散らす
(追い散らす) t.w. verdrijven; verstrooien; op de vlucht jagen.
chikuden逐電
zn. vlucht v. ¶ 逐電する er van door gaan; op den loop gaan; wegloopen. ¶ 主人を持って逐電した hij is er met het geld van zijn baas van door gegaan.
zannyū竄入

zn. wijk v.; vlucht naar een neutrale haven. ¶ 竄入する in een neutrale haven vluchten; zich laten interneeren. ¶ 竄入軍艦 geïnterneerd oorlogschip.

yonige夜逃
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vlucht>
フライト furaito (1) [luchtv.] vlucht; vliegreis; (2) [scheepv.] fluitschip; fluit
一挙 ikkyo (1) beweging; verroering; (2) tenuitvoerlegging; demarche; stap; (3) [鶴;鸛の] vlucht; (4) vaart; schwung
一群 ichigun groep; schare; schaar; gezelschap; troep; bende; kudde; [鳥の] vlucht; [犬の] meute
便 bin (1) gelegenheid; opportuniteit; (2) post; brieven; [i.h.b.] postbestelling; (3) verbinding; dienst; lijn; [i.h.b.] vlucht; (4) [maatwoord voor verbindingen;lijnen]
de (1) het naar buiten komen; het verschijnen; tevoorschijnkoming; [veroud.] uitkomst; (2) uitloop; opkomst; (3) aanwezigheid; [i.h.b.] het verschijnen op het werk; presentie; (4) [ton.] opkomst; verschijning ten tonele; entree; (5) [geisha-jargon] opwachting bij een klant; bezoek; (6) begin; aanvang; aanzet; aanhef; (7) oorsprong; afkomst; roots; extractie; [onderw.] alma mater; (8) uitsteeksel; [bouwk.] vlucht; (9) [scheepv.] top van de achtersteven; (10) [pregnant] inhoud; waarde
欠航 kekkō annulering; uitval; afgelasting (van een dienst; vlucht; vaarverbinding)
群れ mure groep; menigte; drom; schare; gezelschap; bende; horde; troep; meute; kudde; drift; kolonie; roedel; school; toom; vlucht; zwerm; tros; stoet; hoop; pak; kluit; rist; [lit.t.;scherts.] heer
脱出 dasshutsu ontsnapping; vlucht
脱走 dassō (1) vlucht; ontsnapping; (2) [mil.] desertie
ashi (1) [anat.] been; poot; [inform.] stelt; [烏賊;蛸の] arm; tentakel; (2) [anat.] voet; (3) mannelijk geslachtsdeel; derde been; (4) [fig.] poot; onderstel; stut; [山の] voet; [旗の] vlucht; (5) [wisk.] voet; voetpunt; (6) onderste gedeelte van een Chinees karakter; (7) ashikanamono [= metalen ringen aan een zwaardschede ter bevestiging van rijgsnoeren]; (8) stap; tred; schrede; pas; gang; loop; tempo; (9) [paardensport] [馬の] gang; snelheid; (10) [scheepv.] vaart; snelheid; (11) [scheepv.] levend werk [= deel van een schip dat zich in het water bevindt]; diepgang; (12) [scheepv.] stabiliteit; stijfheid; (13) [客の] bezoek; aanloop; opkomst; klandizie; (14) [犯人の] gangen; spoor; [i.h.b.] vluchtroute; (15) aanwijzing; spoor; aanknopingspunt; (16) [雨;雲;風の] drift; gesteldheid; (17) vervoer; transport; vervoermiddel; transportmiddel; [meton.] gelegenheid; (18) transportkosten; vervoerkosten; vervoerprijs; reiskosten; (19) geld; geldmiddelen; middelen; (20) [武士の] dotatie; apanage; toelage; (21) rente; interest; intrest; (22) verlies; derving; tekort; gebrek; [i.h.b.] schuld; (23) [beurst.] koers; marktbeweging; trend; tendens; (24) [食べ物の] houdbaarheid; (25) [餅の] kleverigheid; plakkerigheid; (26) [酒の] kwaliteit; karakter; (27) [網目の] maaswijdte; (28) [柿葺きで] overstek [= afstand waarmee de ene dakspaan over de andere uitsteekt]; (29) poppenspeler die het voetenwerk van een marionet bedient; (30) prostituee; liefje; (31) circa …; ongeveer …
逃亡 tōbō vlucht; ontsnapping; desertie; ontkoming
逃走 tōsō vlucht; ontsnapping; ontvluchting
運航 unkō (1) [scheepv.] vaart; reis; (2) [luchtv.] vlucht
避難 hinan vlucht; wijk; ontwijking van gevaar; het zich in veiligheid brengen; evacuatie; toevlucht
隠遁 inton (1) wereldverzaking; afzondering van de wereld; kluizenarij; (2) vlucht; onderduik
飛び tobi (1) vlucht; het vliegen; (2) [rekenk.] [duidt nulwaarde van een eenheid aan]; (3) [dierk.] vliegende vis; (4) [Edo-gesch.] timmerhout met geel aangetast snijvlak; (5) zakkenrollerij; gauwdieverij; sackjacking; (6) [Barg.] vuurwapen; geweer; pistool; (7) [maatwoord voor vluchten]
飛行 hikō vlucht; het vliegen
駆落ち kakeochi vlucht; het er (met de minnaar) vandoor gaan; onderduik; wegloping
高飛び takatobi het op de vlucht gaan; slaan; vlucht; ontvluchting; ontsnapping; voortvluchtigheid
鷹狩り takagari valkenjacht; valkerij; vederspel; vederjacht; weispel; weidspel; [gesch.] vlucht; vluchtbedrijf
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.85 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 20 treffers (zoekopdracht: 'vlucht'). 
2005-2026