
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
aru・有る
(在る) i.w. (1) [存在] zijn; bestaan; voorkomen. (2) [所在] zijn; liggen; gelegen zijn. (3) [發生] gebeuren; plaats grijpen; plaats vinden; geschieden. (4) [機會が] zich voordoen. (5) [所有] t.w. hebben; bezitten. (6) [容量] meten; wegen; bevatten. ¶ 其の家は今ありますか bestaat dat huis nog? is dat huis er nog? ¶ 日本は支那の東に在り Japan ligt ten oosten van China. ¶ 此家には庭がある dit huis heeft een tuin. ¶ 私は金がない ik heb geen geld. ¶ 長さ三尺ある het meet drie voet; het is drie voet lang. ¶ 此處に激戰があった hier had een hevige veldslag plaats. ¶ 機會があれば als de gelegenheid zich voordoet.
yasejotai・瘦世帶
seikatsu・生活
zn. leven o.; bestaan o. ¶ 現實生活 het werkelijke leven. ¶ 私的生活 privé leven.¶ 悲慘な生活 ellendig bestaan. ¶ 手から口への生活 een leven van de hand in den tand. ¶ 生活する leven; bestaan; in zijn onderhoud voorzien. ¶ 生活費 kosten van levensonderhoud. ¶ 生活狀態 levensomstandigheden. ¶ 生活力 levenskracht; vitaliteit.¶ 生活體 levend wezen; organisme. ¶ 生活程度 levensstandaard. ¶ 扶助を受けて生活する bestaan van liefdadigheid. ¶ 生活を一新する een nieuw leven beginnen; zijn leven beteren.
kōsei・構成
zn. (1) [¶ 組成] vorming v.; samenstelling v. (2) [¶ 組織] organisatie v. ¶ 構¶ 成する vormen; samenstellen; organiseeren. ¶ 構¶ 成分子 onderdeel; component. ¶ 構¶ 成者 samensteller; organisator. ¶ 構成せられる gevormd worden door; bestaan uit; samengesteld zijn uit.
kuchisugi・口過ぎ
zn. middel van bestaan; broodwinning v. ¶ 口過する zijn brood verdienen.
kurashi・暮し
zn. bestaan o.; leven o.; levensonderhoud o. ¶ その日の暮しに困る van de hand in den tand leven. ¶ 安樂な暮し een gemakkelijk leven. ¶ 暮し方 levenswijze. ¶ 暮しを立てる zijn brood verdienen. ¶ 暮し向き huishouding.
yūshō・優勝
zn. overwinning v.; superioriteit v.; overheersching v. ¶ 優勝劣敗 overwinning van de sterksten; het overblijven der meest geschikten in den strijd om het bestaan.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bestaan>
ごわす gowasu (1) [hoff. variant van aru] zijn; zich bevinden; bestaan; hebben; liggen; gelegen zijn; staan; (2) [hoff. variant van aru] zijn
ごんす gonsu (1) [hon. variant van kuru] komen; (2) [hon. variant van iru] zijn; zich bevinden; bestaan; (3) [hoff. variant van aru] zijn; zich bevinden; bestaan; hebben; liggen; gelegen zijn; staan; (4) [hoff. variant van aru] zijn
一世 issei (1) regeerperiode; regeringsperiode; tijdperk; (2) tijd waarin iemand leefde; iemands tijd; bestaan; generatie; (3) de eerste; I [ter onderscheiding van iemands latere naamgenoten]; (4) eerste generatie nieuwkomers
世渡り yowatari leven; bestaan; het zich in de maatschappij bewegen; het zich een weg banen in de wereld
世 yo (1) mensenleven; leven; levensduur; levenstijd; generatie; (2) tijdperk; tijd; era; [i.h.b.] heerschappij; regering; (3) familiehoofdschap; patriarchaat; (4) [boeddh.] leven; bestaan; existentie; (5) [boeddh.] lekenbestaan; lekenwereld; seculiere; profane wereld; (6) samenleving; maatschappij; leven; wereld; (7) maatschappelijke positie; stand; (8) tijdsgeest; tijdstroom; trend; (9) levensonderhoud; kost; (10) periode; tijd; gelegenheid; moment; (11) land; rijk; (12) relatie; liaison; liefdesbetrekking
人生 jinsei leven; (menselijk) bestaan
処世 shosei leven; levenswandel; bestaan
命 inochi (1) leven; bestaan; (2) levenskracht; levensenergie; (3) levensduur; duur van het leven; (4) iets dat zeer belangrijk is; een kwestie van leven of dood
存在 sonzai (1) bestaan; aanwezigheid; wezen; existentie; leven; [fil.] het zijn; wezenlijkheid; [form.] aanzijn; (2) entiteit; bestaand; wezenlijk iets; wezen; [i.h.b.] persoon; [i.h.b.] figuur; [vaak pej.] être
存在する sonzaisuru bestaan; zijn; existeren; leven
居られる orareru [hon.] zijn; zich bevinden; bestaan
居る iru (1) zijn; zich bevinden; bestaan; staan; liggen; (2) wonen; verblijven; leven; resideren; zetelen; (3) aanwezig zijn; present zijn; tegenwoordig zijn; in de buurt zijn; thuis zijn; (4) [m.b.t. bloedverwanten;bv. broers of zusters] hebben; (5) [m.b.t. dieren] leven; voorkomen; aangetroffen worden [in een bepaalde habitat]
御出でなさる oidenasaru (1) [honoratieve variant van iku] gaan; vertrekken; zich begeven; (2) [honoratieve variant van kuru] komen; arriveren; (3) [honoratieve variant van iru] zijn; zich bevinden; bestaan; blijven; (4) [honoratieve variant van …teiru]
御座します owashimasu (1) [honoratieve variant van aru en iru] zijn; zich bevinden; bestaan; (2) [honoratieve variant van aru] hebben; bezitten; beschikken over; disponeren over; (3) [honoratieve variant van iku] gaan; vertrekken; zich begeven; (4) [honoratieve variant van kuru] komen; arriveren; (5) [honoratieve variant van …てある en …ている
御座す owasu (1) [honoratieve variant van iru] zijn; zich bevinden; bestaan; (2) [honoratieve variant van aru] hebben; bezitten; beschikken over; disponeren over; (3) [honoratieve variant van iku] gaan; vertrekken; zich begeven; (4) [honoratieve variant van kuru] komen; arriveren; (5) […~] [honoratieve variant van dearu]; (6) […~] [honoratieve variant van aru (continuïteit) of van iku;kuru (verloop;overgang)]
御座る gozaru (1) [honoratieve variant van iru] zijn; zich bevinden; bestaan; (2) [honoratieve variant van aru] zijn; zich bevinden; bestaan; hebben; liggen; gelegen zijn; staan; (3) [honoratieve variant van iku en kuru] gaan; komen; zich begeven; (4) [hoffelijkheidsvariant van aru] zijn; hebben; (5) gaan houden van; verliefd worden; (6) bederven; slecht worden; rotten; (7) [腹が~] honger krijgen; trek krijgen; (8) [hoffelijkheidsvariant van aru;iru] zijn; hebben
暮し;暮らし;暮 kurashi (1) levensonderhoud; broodwinning; kost; kostwinning; middel van bestaan; wat nodig is om te overleven; (2) leven; bestaan; existentie; (3) levensomstandigheden; levenswijze; levensstijl
暮らし向き kurashimuki leefomstandigheden; levensomstandigheden; bestaan; kost
有り ari (1) bestaan; aanwezigheid; wezen; existentie; [form.] aanzijn; (2) bestaand; wezenlijk iets; wezen; entiteit; realiteit; werkelijkheid; (3) bestaan; zijn; (4) leven; ongedeerd zijn; (5) een leven leiden; (6) verstrijken; passeren; (7) zich bevinden; aanwezig zijn; bijwonen; (8) [世に~] het goed doen; succes hebben; welvaren; voorspoedig zijn; (9) opmerkelijk zijn; uitblinken; (10) […~] [drukt een duurzame toestand of durativiteit uit]; (11) […~] [koppelwerkwoordelijke functie]; (12) [お…~;ご…~] [drukt een honoratieve constructie uit]
有る;在る aru bestaan; zijn; existeren; aanwezig zijn
有 u (1) [boeddh.] bhava; het bestaan; het zijn; (a) zijn; bestaan; hebben; (b) bestaanswereld; zijnswereld
有 yū (1) bezit; (2) bestaan; existentie; (3) [volgend op getal] en nog eens; en daarenboven; (a) zijn; bestaan; (b) hebben; bezitten; (c) daarenboven; en meer; (d) [gebruikt als stopwoord of om het ritme te volmaken]
為 su (1) zijn; bestaan; (2) zich voordoen; gebeuren; voorkomen; voorvallen; (3) doen; verrichten; bedrijven; (4) […~] doen; plegen; (5) in een bep. toestand brengen; maken tot; (6) […~] beschouwen; vinden; achten
現存;見存 genson bestaan; aanwezigheid
現存する;見存する gensonsuru (1) bestaan; aanwezig zijn; existeren; zijn; (2) nu nog bestaan; overblijven; blijven bestaan
生存 seizon (1) leven; bestaan; existentie; wezen; [form.] aanzijn; (2) overleving; subsistentie
生存する seizonsuru (1) leven; bestaan; existeren; zijn; wezen; (2) overleven; overblijven; subsisteren
生息 seisoku (1) leven; bestaan; (2) voortplanting; vermenigvuldiging; (3) bewoning; inwoning; [Belg.N.] inwoon; inhabitatie
生息する seisokusuru (1) leven; bestaan; (2) zich voortplanten; zich vermenigvuldigen; (3) wonen in; bewonen; inwonen; bevolken
生活 seikatsu (1) leven; bestaan; (2) kost; onderhoud; subsistentie; levensonderhoud; broodwinning; [fig.] brood
生 sei (1) leven; (2) leven; bestaan; (3) ik [(♂) persoonlijk voornaamwoord van de eerste persoon mannelijk enkelvoud in de bescheidenheidsvorm]
立 ritsu (a) opstaan; (b) oprichten; maken; vastleggen; vaststaan; (c) beginnen; (d) bestaan; (e) bekleding met een waardigheid; investituur; (f) driedimensionaal; derdemachts-
身代 shindai (1) vermogen; rijkdom; fortuin; bezit; eigendom; (2) leefomstandigheden; levensomstandigheden; levensonderhoud; bestaan; kostwinning; kost
Tijd: 1.29 sec. jiten.nl: 18 treffers, warandict: 33 treffers (zoekopdracht: 'bestaan').
2005-2026
