日蘭辭典+

8 resultaten voor ‘emplooi’
日蘭辭典 (trefwoord)
shigoto仕事
zn. werk o.; arbeid (勞働) m.; taak () v. ¶ 仕事をする werken. ¶ 仕事日 werkdag. ¶ 仕事賃 werkloon; arbeidsloon. ¶ 仕事著 werkpak. ¶ 仕事嫌ひ arbeidschuw. ¶ 仕事werker. ¶ 針仕事 naaiwerk.
kakae抱へ
zn. (1) [抱くこと] omhelzing v. (2) [雇入] dienst m.; emplooi o. ¶ 抱への in dienst. ¶ 抱主 baas; meester. ¶ 抱車 eigen rijtuig. ¶ 抱醫 lijfarts. ¶ 抱入れる in dienst nemen. ¶ 抱へる in de armen houden; onder den arm houden; omhelzen; in dienst hebben; houden.
jūji從事
(従事) zn. bezigheid v.; bedrijf o. ¶ 從事する bezig zijn met; bedrijven; verrichten. ¶ 從事して居ますか wat is zijn beroep?
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <emplooi>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
仕事 shigoto (1) werk; arbeid; karwei; klus; taak; affaire; zaak; opgave; bezigheid; werkzaamheid; (2) werk; baan; job; beroep; betrekking; emplooi; (3) [nat.;techn.] arbeid
働き hataraki (1) arbeid; werk; verrichting; bezigheid; activiteit; emplooi; (2) werking; functie; functionering; werkzaamheid; uitwerking; [i.h.b. taalk.] vervoeging; uitoefening; (3) bekwaamheid; kundigheid; dienstigheid; verdienstelijkheid; resultaten; prestatie
就職する shuushokusuru werk; een baan; een job; emplooi; een betrekking vinden; een baan; job; functie; betrekking krijgen; aan de bak komen; aan werk; een baan; een job; een betrekking; een functie (ge)raken; [i.h.b.] in (loon)dienst; functie treden; een betrekking aanvaarden
shoku (1) werk; baan; job; post; emplooi; (2) ambt; functie; dienst; betrekking; officie; positie; [form.] officium; [高い~] waardigheid; (3) vak; beroep; metier; ambacht; [niet alg.] stiel; [i.h.b.] vaardigheid; [i.h.b.] vakkundigheid
雇用 koyou (1) werkgelegenheid; emplooi; dienstbetrekking; (2) tewerkstelling; indienstneming; het in dienst nemen; het engageren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 2.27 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 5 treffers (zoekopdracht: 'emplooi'). 
2005-2026