日蘭辭典+

69 resultaten voor ‘dienst’
日蘭辭典 (trefwoord)
ya
zn. veld. ¶ 野に在る niet in gouvernementsdienst zijn; geen functie hebben. ¶ 野に下る uit dienst gaan; aftreden.
kayou通ふ
i.w. heen en weer gaan; verbinding onderhouden; t.w. geregeld bezoeken.¶ 學校に通ふ school bezoeken. ¶ 此針金は電氣が通って居る deze draad is geladen met een electrische stroom. ¶ 斯船は上海長崎間を通ふ dit schip onderhoudt den dienst tusschen Shanghai en Nagasaki. ¶ 血も息も通って居るが正氣を失って居る hij ademt nog wel en zijn hart klopt nog wel maar hij is buiten bewustzijn.
zaiei在營
(在営) zn. militaire diensttijd m. ¶ 在役中 onder dienst.
zaieki在役
zn. actieve dienst m. ¶ 在役中 in actieven dienst. ¶ 在役する in actieven dienst zijn; dienst doen; dwangarbeid verrichten (罪人が).
sewa世話
zn. (1) [援助] hulp v.; bijstand m.; steun m. (2) [斡旋] dienst m.; bemiddeling v. (3) [世俗] dagelijksche leven o. ¶ 世話する helpen; bijstaan; steunen; dienst bewijzen; bemiddeling verleenen; zorgen voor. ¶ 大層御世話になる veel verplichting hebben; veel te danken hebben; veel verschuldigd zijn.¶ 子供の世話をする voor de kinderen zorgen. ¶ 世話のやける lastig. ¶ 人に世話をやかす iemand veel last bezorgen. ¶ 世話に砕ける duidelijke taal spreken. ¶ 世話huiselijk tooneel. ¶ 世話huiselijk drama. ¶ 世話なしの gemakkelijk; eenvoudig. ¶ 世話commissie; hulpcomité; tusschenpersoon. ¶ 世話女房 goede huisvrouw. ¶ 世話commissie; provisie. ¶ 世話やき bemoeial. ¶ 世話好 bemoeizucht; bemoeial (人). ¶ いらぬお世話だ ik heb je hulp niet noodig; bemoei je er niet mee.
shokugyō職業
zn. beroep o.; bedrijf o.; werk o.; vak o.; kostwinning v.; (俗) baantje o.; ¶ 職業紹介所 arbeidsbureau; arbeidsbeurs. ¶ 自由職業 vrij beroep.
kōken貢獻
(貢献) zn. diensten m.mv.; bijdrage v. ¶ 貢獻する dienst bewijzen aan; bijdragen tot; medewerken tot.
yatoi
(傭、傭い、雇い) zn. dienst m.; huur v.; (雇人) employé m.; beambte m. ¶ 雇外國人 vreemdeling in dienst van Japanners. ¶ 雇賃 loon; bezoldiging; huur. ¶ 雇口 baantje; betrekking; dienst; werk. ¶ 傭兵 huurling; huurtroepen. ¶ 雇入れ dienst; in-dienstneming. ¶ 雇入れる in dienst nemen; huren; charteren (を). ¶ 雇人 bediende; employé. ¶ 雇人口入所 bediendenkantoor; verhuurkantoor van personeel; arbeidsbeurs. ¶ 雇主 werkgever; baas.
itasu致す
t.w. (1) [行ふ] doen; verrichten. (2) [招來] te weeg brengen; veroorzaken. (3) [輸送] vervoeren; transporteeren. ¶ どう致しまして niet te danken. ¶ 失禮いたしました neem mij niet kwalijk. ¶ 致す een dienst bewijzen; zijn best doen voor. ¶ 致す zijn leven opofferen. ¶ は自ら禍を致したのだ hij heeft het aan zichzelf te wijten; het is zijn eigen schuld. ¶ 富を致す rijkdom vergaren.
kakae抱へ
zn. (1) [抱くこと] omhelzing v. (2) [雇入] dienst m.; emplooi o. ¶ 抱への in dienst. ¶ 抱主 baas; meester. ¶ 抱車 eigen rijtuig. ¶ 抱醫 lijfarts. ¶ 抱入れる in dienst nemen. ¶ 抱へる in de armen houden; onder den arm houden; omhelzen; in dienst hebben; houden.
tsukaeru仕へる
(仕える、事える) i.w. dienen; in dienst zijn van; gehoorzamen.
kuyō供養
zn. mis v. ¶ 供養する mis houden.
chōsai弔祭
zn. mis voor een doode.
kōyō公用

zn. dienst m.; ambtsbezigheid v. ¶ 公用徵收 requisitie; opvordering.

koyō傭庸

zn. dienst m.; werk o. ¶ 傭庸する in dienst nemen. ¶ 傭庸人 employé; werknemer. ¶ 傭庸主 werkgever; broodheer.

zeimu稅務

zn. dienst der belastingen. ¶ 稅務官 belastingambtenaar.

zashiki座敷

zn. kamer v.; vertrek o.; zaal v. ¶ 座敷がたがい lang blijven. ¶ 座敷牢 huisarrest; kamerarrest. ¶ 座敷敷が掛かる door gasten geroepen zijn; dienst hebben.

yōhei傭聘

zn. dienst m. ¶ 傭聘する in dienst nemen.

(1) [用事] zaken v.mv. (2) [役] dienst m.; nut o. (3) [入費] kosten m.mv. ¶ 用を達する zaak afdoen. ¶ 何御用なのですか wat is er van uw dienst? ¶ お前は用がないのか heb je niets te doen? ¶ 用に立てる gebruik maken van. ¶ 用に立つ bruikbaar zijn; nuttig zijn. ¶ 家庭用 huishoudelijk gebruik. ¶ 用を足す zijn behoeften doen. ¶ 用なき (仕事の無い) niets te doen; vrij; (不用な) onnoodig; nutteloos.

yatou雇ふ

t.w. in dienst nemen; huren; engageeren; gebruiken.

yatowareru雇はれる

i.w. in dienst zijn; gehuurd zijn.

yakudatsu役立つ
yaku

zn. (1) [官職] ambt o.; post v.; betrekking v. (2) [職務] taak v.; ambtsplicht v.; functie v.; werkkring m. (3) [芝居の] rol v. (4) [效用] nut o. ¶ 役に立つ nuttig; bruikbaar; geschikt. ¶ 役に立てる nuttig gebruik maken van. ¶ 役に立たぬ onbruikbaar; nutteloos; het geeft niets. ¶ 役を勤める functie vervullen; rol spelen; dienst doen als; fungeeren als.

tsutome

(勤) zn. (1) [勤務] werk o.; zaken v.mv. (2) [本分] plicht v. (3) [勤行] dienst m.; kerkdienst m. ¶ 勤を怠る zijn plicht verzaken.

tsutomeru勤める

(勤める) i.w. (1) [就職] betrekking vervullen; ambt bekleeden. (2) [努力] trachten; streven. (3) [役を演ず] rol vervullen. ¶ 宣傳に力める zich wijden aan de propaganda; ijveren voor. ¶ 現役を勤めてゐる in actieven dienst zijn. ¶ 通譯を勤める als tolk optreden; fungeeren als tolk. ¶ 努めて ijverig.

tsumeban詰番

(詰め番) zn. beurt v.; wacht v.; dienst m.

tsumekiri詰切
tsukiyatoi月雇

zn. (1) [事] dienst op maandcontract. (2) [人] maandgelder m.

tsukau使ふ

(使う) t.w. (1) [使用] gebruiken; aanwenden. (2) [雇使] in dienst nemen. (3) [消費] verteren; verbruiken. ¶ 鋏を使ふ schaar gebruiken. ¶ 石運びに使ふ steenen laten sjouwen. ¶ 人を酷く使ふ menschen afbeulen. ¶ 金を……¶ に使ふ geld uitgeven voor; geld besteden aan. ¶ 蘭語を使ふ in ’t Hollandsch zeggen; Hollandsch praten.

tsukasa

zn. (1) [官廳] gouvernementsbureau o. (2) [官職] ambtsplicht v.; dienst m. (3) [長官] chef m.; hoofd o. ¶ 司人 ambtenaar. ¶ 司どる beheeren; belast zijn met; het beheer voeren; leiding hebben.

tsukaide使で

(使い出) zn. bruikbaarheid v.; duurzaamheid v. ¶ 使でがある lang gebruikt kunnen worden; langdurige diensten bewijzen. ¶ 田舍の百圓は使でがある op het platte land kan men met honderd yen lang toekomen.

tsukaidokoro使所

zn. gebruik o.; nut o.; dienst m. ¶ 使處がない nergens toe dienen; onbruikbaar zijn.

tsukaimichi使途

(使い道) zn. wijze van gebruik; nut o.; dienst m. ¶ 使途のある nuttig; bruikbaar. ¶ 使途が廣い voor velerlei doeleinden te gebruiken.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <dienst>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
アフター・サービス afutaasaabisu dienst-na-verkoop; reparatiedienst
サービス料 saabisuryou bedieningsgeld; bediening; servicekosten; service; dienst; couvertkosten; couvert
ビューロー byuuroo (1) bureau; dienst; agentschap; departement; (2) bureau; kantoor; (3) informatiebalie; informatiedesk; (4) ladekast; commode; (5) bureau-ministre; schrijftafel
便 bin (1) gelegenheid; opportuniteit; (2) post; brieven; [i.h.b.] postbestelling; (3) verbinding; dienst; lijn; [i.h.b.] vlucht; (4) [maatwoord voor verbindingen;lijnen]
兵役 heieki krijgsdienst; militaire dienst; dienst; [Belg.N.] legerdienst
労役 roueki dienst
勤め;勤 tsutome (1) Boeddhistische dienst; (2) werk; baan; dienst; betrekking; ambt; functie; werkzaamheden
勤労 kinrou werk; arbeid; dienst
勤務 kinmu dienst; werk; [i.h.b.] shift
奉仕 houshi dienst; dienstbetoon; bediening
奉公 houkou (1) dienstverlening; dienstbetoon; dienst; service; (2) huisdienst; inwonende bediening; [i.h.b.] inwonend leerlingschap; (3) [gesch.] herendienst; hand-en-spandiensten
tsukasa (1) overheidsdienst; dienst; (2) overheidsdienaar; ambtenaar; (3) ambt; betrekking; post; (4) hoofdzaak; het voornaamste; (5) hoofd; chef; directeur
chou overheidsinstelling; overheidsdienst; rijksdienst; rijksinstituut; bureau; instituut; agentschap; dienst
fu (1) stadsprefectuur; (2) centrum; zetel; (3) gouvernement; bestuur; dienst; departement; (a) regering; bestuur; gouvernement; (b) hoofdstad; centrum; (c) verzamelplaats; focus; (d) bergplaats; bewaarruimte; depot; (e) stadsprefectuur; (f) bestuursorgaan; ambtelijk orgaan
当直 touchoku dienst; wacht
役目 yakume plicht; taak; functie; rol; opdracht; dienst; verantwoordelijkheid; pakkie-an
eki (1) oorlog; (2) herendienst; corvee; (a) dienst; opdracht; (b) oorlog; (c) corvee
yaku (1) plicht; taak; functie; rol; opdracht; verantwoordelijkheid; pakkie-an; (2) (openbare) betrekking; (regerings)ambt; staatsbetrekking; post; positie [bij het Rijk]; officie; officium; [in zijn] hoedanigheid [van]; portefeuille; baan; job; dienst; (3) toneelrol; rol; (4) vroondienst; corvee; herendienst; hand- en spandienst; (5) cijns; schatting; tiend; belasting; recht; (6) [m.b.t. kaartspel;mahjong] roemer; roem in het kaartspel of bij mahjong; roemkaarten of -schijven; (7) menstruatie; maandbloeding; ongesteldheid; menses; maandstonden; (8) [maatwoord voor taken;functies;(toneel)rollen]
御世話;お世話 osewa (1) hulp; bijstand; steun; (2) dienst; bemiddeling; interventie; tussenkomst; (3) last; overlast; moeite; inspanning; zorg; beslommering; (4) het dagelijks leven; de dagelijkse beslommeringen in het leven
御業 miwaza (1) [boeddh.] eredienst; dienst; (2) roemvolle daden
御用 goyou (1) [hoff.] iemands zaken; zaak; het benodigde; bestelling; wat iemand nodig heeft; (2) officiële zaken; opdracht; overheidsopdracht; [Jap.gesch.] hofzaken; (3) [Edo-periode] arrestatie; arrest; [als uitroep] u staat onder arrest!; halt in de naam der wet!; (4) dienst; het ten dienste staan van het regime; de overheid; (5) [hand.] loopjongen (die bij klanten bestellingen opneemt); loopknecht; bezorger; commis-voyageur
業務 gyoumu zaken; werk; bezigheden; werkzaamheden; dienst
機関 kikan (1) motor; machine; (2) medium; orgaan; instrument; instituut; organisatie; agentschap; dienst; bedrijf; systeem; (3) [maatwoorden voor motors;machines]
法会 houe [boeddh.] dienst; mis; congregatie; dharmasaṃgīti
you (1) nut; bruikbaarheid; dienst; (2) gebruik; (3) taak; werk; boodschap; klus; karwei; (4) kosten; prijs; uitgaven; (5) (kleine en grote) boodschap; urine en poep; (a) voor; bestemd voor; bedoeld voor; ten gebruike van; ten behoeve van; ad; in usum
ban (1) volgorde; rangorde; orde; plaatsing (in een volgorde); plaats; (2) beurt; speelbeurt; (3) nummer; nr.; (4) wacht; het waken; het oppassen; bewaking; hoede; uitkijk; waak; [arch.] wake; (5) dienst; werkbeurt; (6) wacht; bewaker; hoeder; wachter; oppasser; (7) partij; spel; wedstrijd; rondje; potje
choku (1) recht; (2) rechtvaardig; (3) rechtuit; openhartig; gezellig; (4) rechtstreeks; onbelemmerd; (a) recht; (b) oprecht; echt; (c) rechtstreeks; direct; (d) meteen; onmiddellijk; dadelijk; (e) waarde; (f) dienst; dienstverlening
礼拝 raihai dienst; eredienst; godsdienst; godsdienstoefening
礼拝 reihai dienst; eredienst; godsdienst; godsdienstoefening
祭り;祭 matsuri (1) viering; celebratie; eredienst; dienst; (2) (religieus) feest; festival; festiviteit; festijn; [i.h.b.] feestdag; heiligedag
筵;蓆;席;莚 mushiro (1) mat van gevlochten biezen; bamboe; stro; lisdodde e.d.; biezenmat; bamboemat; stromat; (2) plaats bestemd voor deelnemers aan een culturele opvoering of een (boeddhistische) dienst; (3) slaapplaats; slaapstee; slaapstede; slaapmat
shoku (1) werk; baan; job; post; emplooi; (2) ambt; functie; dienst; betrekking; officie; positie; [form.] officium; [高い~] waardigheid; (3) vak; beroep; metier; ambacht; [niet alg.] stiel; [i.h.b.] vaardigheid; [i.h.b.] vakkundigheid
職務 shokumu plicht; functie; dienst
軍役 guneki [mil.] legerdienst; dienst
部局 bukyoku bureau; dienst; afdeling; departement; agentschap
間引き運転 mabikiunten uitgedunde dienstregeling; dienst; verkorte dienstregeling; dienst; beperkte dienstregeling; dienst
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.54 sec. jiten.nl: 33 treffers, warandict: 36 treffers (zoekopdracht: 'dienst'). 
2005-2026