日蘭辭典+

72 resultaten voor ‘enorm’
日蘭辭典 (trefwoord)
dōmoどうも
bw. zeer; hoe zeer; hoe. ¶ どうも困った wat is dat onaangenaam! ¶ どうも親切 hoe vriendelijk van u! ¶ どうも吹くね wat waait het hard!
kyodai巨大

zn. grootheid v. ¶ 巨大な reusachtig; enorm; kolossaal; monsterachtig.

SUPPLEMENT (trefwoord)
sugoi凄い
(すごい、スゴイ) bn. (1) afschrikwekkend; benauwend; gruwelijk; huiveringwekkend. ¶ すごいにらむ sugoi me de niramu met een ijselijke blik aanstaren; met een schrikaanjagende blik aankijken. (2) ongewoon; verbazend; opmerkelijk; bewonderenswaardig; geweldig; excellent; fameus; fantastisch; ongelooflijk; ongehoord; verbluffend. ¶ すごい腕前 sugoi udemae opvallend bekwaam. ¶ はすごい知識を持ったです。すなわち、生き字引ですKare wa sugoi chishiki wo motta hito desu. Sunawachi, ikijibiki desu. Hij beschikt over ongelooflijke kennis. Hij is een levende encyclopedie. (TTC) ¶ 姉さんはすごい美人だ。 Kare no neesan wa sogoi bijin da. Zijn zus is een opmerkelijke schoonheid. (TTC) (tevens als uitroep van bewondering of emotie) ¶ へー、キーボード見ないで文字打てるんだ。スゴイわねー。♀ Hèè? kiiboodo minaide moji uterun da. Sugoi wa nèè. Hé, jij kunt tikken zonder te kijken naar het toetsenbord. Cool zeg! (TTC) (3) (zowel in negatieve als positieve zin) in ongewone mate; excessief; extreem; vreselijk; bovenmatig; ontstellend; ontzettend; uiterst; verdomd; zeer; erg; groot (aantal). 半時間ほどすごい土砂降りだった。Hanjikan hodo sugoi doshaburi datta. Een half uur lang hadden we een vreselijke stortregen; Het was een ontzettende stortbui van een half uur. (TTC) bw. ¶ 今日はすごく暑いKyō wa sugoku atsui. Het is vandaag vreselijk warm. (TTC) ¶ が光に対してすごく敏感なのですMe ga hikari ni taishite sugoku binkan na no desu. Mijn ogen zijn enorm gevoelig voor licht. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <enorm>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
いとも itomo heel; erg; zeer; enorm; uiterst; uitermate
いみじ imiji (1) enorm; erg; buitengewoon; extreem; opvallend; uitbundig; (2) prima; top; uitstekend; geweldig; (3) wreed; vreselijk; verschrikkelijk; gruwelijk
いやに iyani (1) onaangenaam; afschuwelijk; weerzinwekkend; walgelijk; ergerlijk; tergend; verfoeilijk; hatelijk; afstotelijk; afgrijselijk; (2) ontzettend; verschrikkelijk; heel erg; enorm; vreselijk; geweldig; hartstikke; ontzaglijk; donders; ~ dat het een aard had
えらく eraku verschrikkelijk; vreselijk; enorm; heel erg
こよない koyonai (1) onovertroffen; weergaloos; zonder weerga; ongeëvenaard; niet te evenaren; uitnemend; uitmuntend; voortreffelijk; opperst; perfect; best; eersterangs; prima; fantastisch; superbe; (2) buitengewoon; uitzonderlijk; bijzonder; apart; ongewoon; exclusief; (3) enorm; geweldig; extreem; buitengewoon; formidabel; verschrikkelijk; vreselijk; afschuwelijk; erg
でか deka (1) [Barg.;volkst.] agent (in burger); stille; speurder; rechercheur; smeris; flik; klabak; rus; juut; tuut; kip; (2) iets groots; groot ding; grote zaak; (3) groterd; reus; (4) groot; omvangrijk; (5) groots; erg; enorm; immens; heel; (6) verwaand; opgeblazen; hoogmoedig; trots
でかい dekai enorm; immens; gigantisch; reusachtig; kolossaal; geweldig
でっかい dekkai ontzettend groot; enorm; gigantisch; reusachtig; kolossaal; geweldig; ontzaglijk
とっても tottemo (1) heel; erg; zeer; zwaar; sterk; uiterst; aller-; dood-; oer-; bloed-; in-; hartstikke; vreselijk; uitermate; ontzettend; enorm; verschrikkelijk; afschuwelijk; ijzig; bar; stom-; criant; gruwelijk; bitter; crimineel; gruwzaam; fantastisch; geweldig; ontiegelijk; gemeen; drommels; verdomd; machtig; duivels; verbazend; ijselijk; verduiveld; mirakels; allemachtig; formidabel; ellendig; moorddadig; reusachtig; reuze-; ontzaglijk; vervaarlijk; kolossaal; onwijs; schreeuwend; stinkend; danig; volslagen; faliekant; [inform.;veroud.] verhipt; (2) [~ない] geenszins; volstrekt niet; hoegenaamd niet; bepaald niet; helemaal niet; lang niet; absoluut niet; ten enenmale niet; om de drommel niet; in het geheel niet; niet in het minst; in geen geval; in geen enkel opzicht; in genen dele; op geen stukken na; bijlange (na) niet
とんだ tonda (1) onverwacht; onvoorzien; (2) absurd; ongelofelijk; ongehoord; grotesk; grof; flagrant; (3) geweldig; enorm; buitengewoon; bijzonder; fantastisch; onvoorstelbaar; ontzettend; ontzaglijk; verschrikkelijk; gruwelijk; (4) geweldig; enorm; buitengewoon; bijzonder; fantastisch; onvoorstelbaar; erg; zeer; uiterst; ontzettend; ontzaglijk; verschrikkelijk; gruwelijk
ど偉い doerai buitengewoon groot; bijzonder; ontzettend veel; enorm; immens; extreem; waanzinnig; kolossaal; gigantisch; reusachtig; indrukwekkend; formidabel; ontzaglijk; geweldig; verbazingwekkend; ongelooflijk; fantastisch; fabelachtig; ongehoord; schandalig
ジャンボ janbo (1) [foto.] uitvergroting; vergroting; blow-up; (2) jumbojet; jumbo; (3) zeer; geweldig groot; reusachtig; kolossaal; enorm; gigantisch
ジャンボな janbona zeer; geweldig groot; reusachtig; kolossaal; enorm; gigantisch
世にも yonimo (1) enorm; bijzonder; buitengewoon; uitermate; (2) [~…ない] zeker; beslist
何とも;何共 nantomo (1) [ter beklemtoning] echt; werkelijk; waarlijk; (2) [~ない] geenszins; in het geheel niet; niet de minste …; niet in het minst; maakt niet uit; niets aan de hand met; geen probleem met; geen punt; [mij enz.] om het even; (3) enorm; verschrikkelijk; erg; ontzettend; wat een …!; hoe verschrikkelijk …!
偉大 idai (1) grootheid; grootsheid; grandeur; luister; (2) groot; groots; machtig; majesteitelijk; imposant; enorm
偉大な idaina groot; groots; machtig; majesteitelijk; imposant; enorm
ken (a) gezond; kloek; (b) hevig; enorm
凄い sugoi (1) vreselijk; verschrikkelijk; afschuwelijk; ontzettend; gruwelijk; afgrijselijk; angstaanjagend; schrikwekkend; beangstigend; akelig; ijzingwekkend; ijselijk; huiveringwekkend; [form.] horribel; (2) enorm; geweldig; verbijsterend; verbluffend; verbazend; ongelofelijk; overweldigend; verpletterend; fantastisch; schitterend; indrukwekkend; buitengewoon; fabelachtig; formidabel; fenomenaal; [fig.] moorddadig; grandioos; immens; ontzaglijk; verbazingwekkend; ontzagwekkend; heftig; niet te zui­nig!; wow!; wauw!; mieters!
凄まじい susamajii (1) ontzaglijk; verschrikkelijk; vreselijk; ontzagwekkend; ontzettend; afschuwelijk; afgrijselijk; gruwelijk; (2) geweldig; enorm; heel erg; buitengewoon; hevig; formidabel; (3) verbluffend; ongelofelijk; verbazingwekkend; verbazend
geki (1) toneelkunst; kunst van de opvoering van toneelstukken; acteerkunst; kunst van het toneelspelen; (2) drama; toneel; toneelspel; toneelstuk; theaterstuk; theater; (3) hevig; enorm; fel; (a) hevig; druk; sterk; (b) spel; drama; (c) schouwburg
呆れた akireta (1) [~馬鹿] ongelofelijk; enorm; [~やつ] vreselijk; akelig; walgelijk; [~値段] overdreven; exorbitant; buitensporig; (2) onzin!; het idee alleen al!; krijg nou wat!; wel heb je ooit!; wel allemachtig!; asjemenou!
夥しい obitadashii (1) een grote hoeveelheid; een groot aantal; veel; vele; talrijk; (2) enorm; overweldigend; geweldig
大々的 daidaiteki geweldig groot; enorm; omvangrijk; uitgebreid; reusachtig; immens; kolossaal; gigantisch; groots opgezet; grandioos
大い ooi (1) groot; (2) geweldig; enorm; buitengewoon; ontzaglijk; fantastisch; prima; (3) [~…] hoofd-; top-; hoogste in rang; eerstaanwezend …; (4) [~…] senior; oudere; met hogere anciënniteit
大いなる ooinaru (1) groot; (2) geweldig; enorm; buitengewoon; ontzaglijk; fantastisch; prima
大いに ooini zeer; enorm; in hoge mate; ten zeerste
大きい ookii groot; omvangrijk; machtig; indrukwekkend; imposant; groots; schitterend; gigantisch; immens; kolossaal; enorm; reusachtig; [m.b.t. stem] luid; hard klinkend
大きな ookina groot; omvangrijk; beduidend; machtig; indrukwekkend; imposant; groots; schitterend; gigantisch; immens; kolossaal; enorm; reusachtig; [m.b.t. stem] luid; hard klinkend
大した taishita (1) enorm; gigantisch; geweldig (groot); wat (een); immens; machtig; kolossaal; formidabel; buitengewoon; buitengemeen; ontzaglijk; verbazend veel; indrukwekkend; imposant; reusachtig; fantastisch; ontzettend; fameus; fabelachtig; fabuleus; grandioos; groots; wonder-; van je welste; belang; (2) niet zo'n ~; niet bepaald een ~; niets bijzonders; niet iets om over naar huis te schrijven [gevolgd door een negatie]
大の daino (1) groot; (2) volwassen; volgroeid; (3) enorm; geweldig; buitengewoon
大変 taihen (1) crisis; zaak van betekenis; beproeving; (2) verschrikkelijk; erg; zeer; heel; ontzettend; vreselijk; enorm; hoogst; uiterst; bijzonder; uitzonderlijk; buitengewoon; geweldig; immens; hartstikke; ontzaglijk; afschuwelijk; akelig; zwaar; uitermate; danig; ernstig; (3) niet simpel; moeilijk; problematisch; zwaar; hard; lastig; niet voor de poes; geen sinecure; geen kinderspel; geen lachertje; een flinke job; een zware klus; (4) o God!; mijn God!; och God!; och gut!; God nog (aan) toe!; hè nee!; lieve deugd!; och gunst!; lieve; goeie hemel!; grote goedheid!; nee maar!; mijn hemel!; menslief!; goeie genade!; goeie grutten!; allemachtig!
大変な taihenna (1) verschrikkelijk; erg; ontzettend; vreselijk; enorm; bijzonder; uitzonderlijk; buitengewoon; geweldig; immens; ontzaglijk; afschuwelijk; akelig; zwaar; danig; ernstig; (2) niet simpel; moeilijk; problematisch; zwaar; hard; lastig; flink
大層;大相;大造 taisou (1) enorm; geweldig; ontzaglijk; immens; machtig; gigantisch; formidabel; ontzettend; indrukwekkend; grandioos; groots; (2) voortreffelijk; voornaam; hoog; indrukwekkend; (3) overdreven; overtrokken; opgeklopt; sterk; kras; ongelooflijk; geëxalteerd; (4) heel; (heel) erg; zeer; buitengewoon; enorm; geweldig; ontzettend; vreselijk; buitengemeen; uitermate; uiterst; hoogst; ongemeen; zo; hooglijk; verschrikkelijk; ontzaglijk; buitenmate; bovenmate; [inform.] hartstikke
大当たり ooatari (1) voltreffer; schot in de roos; prachtschot; het winnen van de pot; jackpot; enorme winst; (2) groot; geweldig; waanzinnig; enorm; daverend succes; succès fou; kassucces; klapper; blockbuster; (3) recordoogst; topoogst; topjaar; [econ.] bonanza
tai (a) groot; uitgebreid; ruim; (b) eminent; uitstekend; (c) hooggeplaatst; (d) belangrijk; verantwoordelijk; moeilijk; (e) buitengewoon; bijzonder; enorm; (f) globaal; (g) fundamenteel
如何にも ikanimo (1) in elk opzicht; enorm; extreem; uiterst; verschrikkelijk; zeer; erg; hoogst; absoluut; totaal; (2) werkelijk; waarlijk; voorwaar; voorzeker; echt; helemaal; door en door; precies; inderdaad; exact; zegt u dat wel; zoals u zegt; dat ben ik helemaal met u eens; volkomen gelijk; nou en of; reken maar; klopt; heel juist; (3) hoe dan ook; op welke wijze ook; hoe het ook zij; vast en zeker; welzeker; ongetwijfeld; beslist; stellig; (4) net alsof; als het ware; onmiskenbaar; duidelijk; niet mis te verstaan; (5) liefst; bij voorkeur
iya (1) steeds meer; hoe langer hoe meer; (2) enorm; zeer; in zeer hoge mate; (3) meest; uiterst
抜群 batsugun (1) uitstekend; uitmuntend; voortreffelijk; uitblinkend; uitzonderlijk; eminent; weergaloos; ongeëvenaard; (2) enorm; buitengewoon; extreem; (3) enorm; verschrikkelijk; erg; buitengewoon; heel; uitzonderlijk
散々 sanzan (1) enorm; erg; hevig; uiterst; geweldig; ontzettend; ontzaglijk; ontstellend; (2) vreselijk; verschrikkelijk; afschuwelijk; gruwelijk; afgrijselijk; wreed; ellendig; bitter; meedogenloos; ongenadig; niets ontziend; (3) vergruisd; verbrijzeld; in kleine stukjes uiteengevallen; totaal verwoest; (4) enorm; vreselijk; geweldig; erg; zeer; ontzettend; diepgaand; ernstig; grondig; door en door
数多 amata (1) heel; erg; zeer; enorm; ontzettend; (2) [~の] veel; menig; tal van; heel wat; (3) vele; velen
いと ito (1) erg; heel; zeer; ontzettend; verschrikkelijk; enorm; uiterst; uitermate; buitengewoon; (2) werkelijk; echt; waarlijk; absoluut; inderdaad; zonder meer; regelrecht; hoe …!; (3) [~…ず] niet erg; niet zo; niet al te; niet bijster; weinig
極まり無い kiwamarinai extreem; uiterst; buitengewoon; enorm; verschrikkelijk; grenseloos; onbeperkt
極端に kyokutanni tot het uiterste; bovenmatig; bovenmate; buitenmatig; buitenmate; buitensporig; buitengewoon; uitermate; uiterst; overdadig; overmatig; overtollig; te ver; overdreven; enorm; extreem; excessief; onmatig; dol-; aarts-
浅ましい asamashii (1) gemeen; laag; vuig; min; verachtelijk; laag-bij-de-gronds; laaghartig; eerloos; onwaardig; schaamteloos; schandelijk; veil; waardeloos; (2) ellendig; wreed; naar; miserabel; erbarmelijk; jammerlijk; betreurenswaardig; beklagenswaardig; (3) schamel; pover; onaanzienlijk; armzalig; (4) onverwacht; onvoorzien; verrassend; (5) teleurstellend; ontluisterend; spijtig; sneu; (6) erg; enorm; ontzettend; (7) [~なる] aan zijn eind komen; sterven
滅法 meppou (1) [boeddh.] dharma-vināśa [= ongeconditioneerde dharma;soeverein bestaan]; (2) [boeddh.] nirwana; (3) absurd; onredelijk; (4) enorm; extreem; buitengewoon; (5) enorm; extreem; uitermate; uiterst; buitengewoon; erg; zeer; verschrikkelijk; ontzettend
爆発的 bakuhatsuteki explosief; enorm; geweldig
物凄い monosugoi (1) vreselijk; verschrikkelijk; eng; afschuwelijk; afgrijselijk; afgrijslijk; gruwelijk; akelig; beangstigend; angstaanjagend; affreus; schrikwekkend; vreeswekkend; afschuwwekkend; huiveringwekkend; ijselijk; ijzingwekkend; griezelig; luguber; naar; macaber; (2) onthutsend; ontstellend; ontzaglijk; ontzagwekkend; ontzettend; erg; verpletterend; enorm; overweldigend; ellendig; geducht; formidabel; reusachtig; hels; razend; [fig.] moorddadig; (3) geweldig; fantastisch; prachtig; knap; buitengewoon [goed]
kyou (1) [geneesk.] -manie; (2) -gekte; -zucht; -drift; -woede; -rage; -itis; (3) -fanaat; -maniak; -enthousiasteling; -enthousiast; -liefhebber; -fan; -gek; -freak; (a) krankzinnig worden; (b) buitengewoon; uitzinnig; enorm; (c) enthousiasme; manie; (d) kolder; scherts; gekheid
甚く itaku (1) zeer; erg; fel; hevig; intens; enorm; geweldig; bijzonder; buitengewoon; ongemeen; (2) [~…ず] niet erg; niet zo; niet al te; niet bijster
甚だしい hanahadashii zwaar; enorm; geweldig; van je welste; grof [bv. vergissing]; schromelijk; flagrant; intens; fel; bar; vehement; hevig; hard; streng [bv. koude]; ernstig; kapitaal; extreem; razend
甚大 jindai geweldig groot; enorm; immens; reusachtig; kolossaal; gigantisch; giga
kuso (1) poep; kak; drek; stront; schijt; uitwerpselen; (2) vuil; (3) shit!; kut!; [〜ったれ] kut!; kut met peren!; verdomme!; godver!; verdorie!; verdraaid!; verdikkeme!; (4) klote-; kut- [= beledigend voorvoegsel]; (5) reuze-; buitengewoon; enorm; uitzonderlijk; (6) [= intensief suffix met minachtende connotatie]
結構 kekkou (1) structuur; constructie; bouwsel; bouw; geraamte; kader; (2) steun; stut; spant; (3) opbouw (van een verhaal); plot; verwikkeling (van een verhaal); (4) goed; fijn; mooi; (5) prachtig; magnifiek; schitterend; (6) lekker; heerlijk; (7) ten zeerste; zeer; erg; geweldig; in hoge mate; ruimschoots; rijkelijk; overvloedig; buitengewoon; buitengemeen; enorm; geweldig; (8) aardig; nogal; tamelijk; vrij; vrij wat; redelijk; in redelijk hoge mate; behoorlijk; best
zetsu (a) onderbreken; onderbreking; (b) verafgelegen zijn; (c) weigeren; (d) buitengewoon; uitmuntend zijn; (e) extreem; enorm; (f) [Chin.letterk.] juéjù 絶句; kwatrijn
絶大 zetsudai enorm; geweldig groot; immens; reusachtig
絶大な zetsudaina enorm; geweldig groot; immens; reusachtig
膨大;厖大 boudai (1) opzwelling; uitzetting; zwelling; opzetting; (2) enorm; immens; reusachtig; geweldig groot; massaal; gigantisch; kolossaal; volumineus; omvangrijk; kapitaal; duizelingwekkend; fabelachtig; zeer uitgestrekt; onmetelijk; [lit.t.] ongemeten
至極 shigoku zeer; erg; uiterst; uitermate; enorm; buitengewoon; ongemeen; bijzonder; extreem; volkomen; helemaal; absoluut; op-en-top
莫大 bakudai enorm; immens; geweldig (groot); fabelachtig; gigantisch; reusachtig; kolossaal; van je welste; [fig.;m.b.t. schulden;leed] afgrondelijk
era (1) voortreffelijk; uitmuntend; uitstekend; superieur; excellent; outstanding; preëminent; (2) erg; zeer; heel; ontzettend; geweldig; hartstikke; vreselijk; enorm; (3) buitengewoon ~; extra ~; super ~; in-
近頃;近ごろ;近比 chikagoro (1) onlangs; kort geleden; recentelijk; laatstelijk; de laatste tijd; dezer dagen; (2) tegenwoordig; vandaag de dag; heden ten dage; thans; nu; (3) verschrikkelijk; erg; enorm
返す返す kaesugaesu (1) echt; werkelijk; enorm; uiterst; uitermate; buitengewoon; bijzonder; (2) keer op keer; telkens opnieuw; steeds weer; herhaaldelijk; bij herhaling; (3) beleefd; oprecht; gewetensvol
迚も totemo (1) heel; erg; zeer; zwaar; sterk [overdreven enz.]; uiterst; aller-; dood-; oer-; bloed-; in-; hartstikke; vreselijk; uitermate; ontzettend; verschrikkelijk [slecht enz.]; afschuwelijk [vervelend enz.]; ijzig [kalm enz.]; bar [vervelend enz.]; stom [vervelend enz.]; criant [vervelend enz.]; gruwelijk [vervelend enz.]; bitter [arm enz.]; crimineel [koud enz.]; gruwzaam [kil enz.]; fantastisch [goedkoop enz.]; geweldig [goed enz.]; ontiegelijk [rijk enz.]; gemeen [koud enz.]; drommels [goed enz.]; verdomd [handig enz.]; machtig [mooi enz.]; duivels [ingewikkeld enz.]; verbazend [veel enz.]; ijselijk [lelijk enz.]; verduiveld [aardig enz.]; mirakels [gelukkig enz.]; allemachtig [interessant enz.]; formidabel [goed enz.]; ellendig [heet enz.]; moorddadig [goed enz.]; reusachtig [aardig enz.]; reuze [veel enz.]; ontzaglijk [veel enz.]; vervaarlijk [groot enz.]; kolossaal [groot enz.]; onwijs [hard enz.]; enorm; schreeuwend [duur enz.]; stinkend [jaloers enz.]; danig; volslagen; faliekant; [inform.;veroud.] verhipt [warm enz.]; [~少ない] bedroevend; (2) geenszins; volstrekt niet; hoegenaamd niet; bepaald niet; helemaal niet; lang niet; absoluut niet; ten enenmale niet; om de drommel niet; in het geheel niet; niet in het minst; in geen geval; in geen enkel opzicht; in genen dele; op geen stukken na; bijlange (na) niet [i.c.m. negatie]
途轍もない totetsumonai absurd; onredelijk; ongerijmd; exorbitant; buitensporig; extravagant; buitengewoon; enorm; kolossaal; reusachtig; ongelofelijk; ongelooflijk
酷い hidoi (1) wreed; hard; verschrikkelijk; gruwelijk; enorm; ontzettend; vreselijk; onmenselijk; slecht; gemeen; duivels; donders; heidens; verduiveld; verduveld; verdomd; deksels; drommels; [気分が] bedonderd; beroerd; belabberd; (2) erg; guur; [~寒さ] bitter; bar; zwaar; flink; hevig; geweldig; [~発言] straf; van je welste; [~批評] scherp
長大 choudai (1) lengte; grootte; gestalte; postuur; statuur; (2) groei; rijping; rijpwording; maturatie; (3) lang en groot; fors; massief; kloek; enorm; omvangrijk; groots opgezet
非常 hijou (1) nood; noodgeval; emergency; uitzonderlijkheid; (2) buitengewoon; bijzonder; ongewoon; ongemeen; buitengemeen; extreem; immens; enorm; grandioos; verschrikkelijk; onbegrijpelijk; (3) [~に] (heel) erg; heel; zeer; buitengewoon; buitengemeen; hevig; enorm; ongemeen; ongewoon; geweldig; ontzaglijk; intens; vehement; extreem; bijzonder; uitzonderlijk; mateloos; danig; hoogst; zeerst; uiterst; in hoge mate; ontzettend; razend; verschrikkelijk; vreselijk; bot; bar; … tot-en-met; reuze …; machtig; uitermate; bovenmate; buitenmate; hooglijk; deerlijk; grotelijks; schromelijk; angstig [klein enz.]; [inform.] ontiegelijk; [inform.] hartstikke; [inform.] onwijs; [inform.] stierlijk; dol-; [inform.] oer-; over-; steen-; [inform.] kei-
非常に hijouni (heel) erg; heel; zeer; buitengewoon; buitengemeen; hevig; enorm; ongemeen; ongewoon; geweldig; ontzaglijk; intens; vehement; extreem; bijzonder; uitzonderlijk; mateloos; danig; hoogst; zeerst; uiterst; in hoge mate; ontzettend; razend; verschrikkelijk; vreselijk; bot; bar; ~ tot-en-met; reuze ~; machtig; uitermate; bovenmate; buitenmate; hooglijk; deerlijk; grotelijks; schromelijk; [scherts.] angstig [klein enz.]; [inform.] ontiegelijk; [inform.] hartstikke; [inform.] onwijs; [inform.] stierlijk; dol-; [inform.] oer-; over-; steen-; [inform.] kei-
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 2.02 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 69 treffers (zoekopdracht: 'enorm'). 
2005-2026