日蘭辭典+

42 resultaten voor ‘vriendelijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
ashirauあしらふ
(あしらう) t.w. (1) [待遇] ontvangen; behandelen; onthalen. ¶ 丁寧に扱ふ hartelijk ontvangen; vriendelijk behandelen. (2) [配置する] plaatsen. (3) [食物を] opdisschen met; garneeren met;
yasashii優しい
bn. (1) [柔和] zacht; zachtmoedig; zachtaardig. (2) [優雅] bevallig. (3) [深切] vriendelijk; lief.
dōmoどうも
bw. zeer; hoe zeer; hoe. ¶ どうも困った wat is dat onaangenaam! ¶ どうも親切 hoe vriendelijk van u! ¶ どうも吹くね wat waait het hard!
ongan溫顏
(温顔) zn. vriendelijk gezicht o.
ongen溫言
(温言) vriendelijke woorden o.mv.
kudasaru下さる

t.w. (1) [與へる] geven; schenken. (2) [依賴の意] zoo goed zijn om; zoo vriendelijk zijn; de welwillendheid hebben. (3) [敬意として] u verwaardigen; mij de eer aandoen; als het u belieft; geliefen. ¶ 何か下さい geef mij iets. ¶ 此金は私に下さるのですか is dit geld voor mij bestemd? ¶ 聞いて下さい luister eens. ¶ 今少しお待ち下さい wees zoo goed nog even te wachten.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vriendelijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お手柔かに oteyawarakani met zachte hand; zachtjes; soepel; mild; vriendelijk; inschikkelijk
優しい;恥しい yasashii (1) zacht; [m.b.t. stem] rustig; teder; mild; braaf; suave; zoet [als een lammetje]; (2) gracieus; bevallig; elegant; sierlijk; (3) vriendelijk; aardig; lief; liefdevol; minzaam; lieflijk; zachtaardig; goedaardig; goed; -vriendelijk [b.v. klantvriendelijk]; (4) attent; zorgzaam; begaan met; medelevend met; oplettend; bezorgd; voorkomend; gedienstig; (5) zich klein voelen; zich nietig voelen; zich schamen; zich generen; beschaamd zijn; zich opgelaten voelen; zich niet op zijn gemak voelen; in verlegenheid gebracht zijn [meestal 恥しい gespeld]; (6) nederig; teruggehouden; ootmoedig; modest; deemoedig; braaf [meestal 恥しい gespeld]
優しく yasashiku vriendelijk; aardig; zachtmoedig; zacht; zachtjes; teder; goedhartig
優遇される yuuguusareru hartelijk ontvangen worden; hartelijk; welwillend bejegend worden; warm; gastvrij onthaald worden; gastvrijheid genieten; hartelijk verwelkomd worden; goed; vriendelijk; correct behandeld worden; begunstigd worden; voorgetrokken worden; [i.h.b.] goed betaald worden
優遇する yuuguusuru hartelijk ontvangen; hartelijk; welwillend bejegenen; warm; gastvrij onthalen; hartelijk verwelkomen; goed; vriendelijk; correct behandelen; begunstigen; voortrekken; [i.h.b.] goed betalen
円満 enman rustig; vreedzaam; evenwichtig; vlot; harmonieus; aardig; vriendelijk; vriendschappelijk; amicaal; minzaam; welwillend; verzoenend; minnelijk; suave; bevredigend; probleemloos; aanvaardbaar
円満な enmanna rustig; vreedzaam; evenwichtig; vlot; harmonieus; aardig; vriendelijk; vriendschappelijk; amicaal; minzaam; welwillend; verzoenend; minnelijk; suave; bevredigend; probleemloos; aanvaardbaar
労りの itawarino vriendelijk; attent; troostend
厚い atsui (1) dik; lijvig; een pil van een ~; (2) innig; hartelijk; warm; vriendelijk
厚く atsuku hartelijk; cordiaal; warm; vriendelijk; innig
当たりがいい atarigaii vriendelijk; welwillend; open; toegankelijk; aanspreekbaar; prettig in de omgang
当たりのよい atarinoyoi vriendelijk; welwillend; open; toegankelijk; aanspreekbaar; prettig in de omgang
愛想がいい aisogaii vriendelijk; aardig; sympathiek; gemoedelijk; joviaal; prettig in de omgang; plezierig; [Belg.N.] plezant; hartelijk; gezellig; beste
愛想のいい aisonoii vriendelijk; aardig; sympathiek; gemoedelijk; joviaal; prettig in de omgang; plezierig; [Belg.N.] plezant; hartelijk; gul; gastvrij; gezellig; beste
愛敬のある;愛嬌のある aikyounoaru (1) charmant; aantrekkelijk; beminnelijk; bekoorlijk; lieflijk; innemend; sympathiek; charmerend; ontwapenend; vertederend; lieftallig; aanminnig; aanvallig; [w.g.] aimabel; [w.g.] aanminnelijk; (2) vriendelijk; aardig; lief; minzaam; gemoedelijk; affabel; suave
慇懃 ingin (1) beleefdheid; hoffelijkheid; wellevendheid; voorkomendheid; welgemanierdheid; courtoisie; galanterie; (2) vriendschap; vriendelijkheid; (3) intimiteit; intieme omgang; [i.h.b.] geslachtsgemeenschap; (4) beleefd; hoffelijk; wellevend; voorkomend; welgemanierd; galant; (5) vriendelijk; (6) intiem
kon (a) oprecht; hartelijk; vriendelijk; beleefd; (b) verzoek; bede
懇ろ nengoro (1) vertrouwelijke; intieme omgang; liefdesrelatie; (2) hartelijk; warm; oprecht; welgemeend; vriendelijk; sympathiek; aardig; beleefd; hoffelijk; beminnelijk; attent; lief; warmhartig; (3) vertrouwelijk; intiem; close; familiair; innig; (4) intens; fel; heftig
懇意 koni (1) vriendelijkheid; vriendelijke aard; gunstige gezindheid; (2) vriendschap; amicaliteit; familiariteit; intimiteit; (3) vriendelijk; amicaal; familiair; intiem
手厚い teatsui zorgzaam; attent; hartelijk; warm; vriendelijk; gastvrij; liefdevol; respectvol; eerbiedig; [~看護] zorgvuldig
昵懇 jikkon (1) familiariteit; gemoedelijkheid; gemeenzaamheid; ongedwongenheid; vriendelijkheid; vertrouwelijkheid; intimiteit; innigheid; (2) familiair; familiaar; gemoedelijk; gemeenzaam; ongedwongen; vriendelijk; vertrouwelijk; intiem; innig; close
気さく kisaku (1) vrijmoedig; edelmoedig; gulhartig; openhartig; eerlijk; oprecht; (2) spontaan; ongekunsteld; pretentieloos; (3) hartelijk; goedmoedig; vriendelijk; aardig; welwillend; aimabel; vlot; joviaal
気安い kiyasui (1) ontspannen; relaxed; losjes; gemoedelijk; gezapig; knus; ongedwongen; vriendelijk; huiselijk; huislijk; familiair; (2) geruststellend; gerust; rassurant; rustgevend
渥い atsui innig; hartelijk; warm; vriendelijk
温厚 onkou zachtaardig; zachtmoedig; zachtzinnig; vriendelijk; zacht; warmhartig
温情ある onjouaru warmhartig; hartelijk; vriendelijk; goedig; lief; goedgunstig; welwillend; mild; zachtaardig
温情的 onjouteki warmhartig; hartelijk; vriendelijk; goedig; lief; goedgunstig; welwillend; mild; zachtaardig
温顔 ongan lief; vriendelijk; goedhartig gezicht
親しく shitashiku (1) vriendschappelijk; vriendelijk; gemoedelijk; (2) persoonlijk; hoogstpersoonlijk; in eigen persoon; in persona; zelf; (3) [~見る] met eigen ogen
親しみのある shitashiminoaru vriendelijk; lief; toegenegen; innig
親しみやすい shitashimiyasui gezellig; sociabel; toegankelijk; open; vriendelijk; benaderbaar; aanspreekbaar; accessibel; prettig in de omgang; joviaal
親切 shinsetsu (1) iets aardigs; vriendelijke daad; gunst; goedheid; welwillendheid; vriendelijkheid; voorkomendheid; (2) aardig; vriendelijk; goed; beminnelijk; attent; voorkomend; lief; gemoedelijk; humaan
親切に shinsetsuni vriendelijk; aardig; goedhartig; lief; welwillend; beminnelijk; attent; voorkomend; gemoedelijk; hartelijk; cordiaal; beleefd; goedig; goelijk; hups; gedienstig; dienstvaardig
親身に shinmini (1) vriendelijk; hartelijk; warm; (2) serieus; ernstig
親身の shinmino vriendelijk; lief; aardig; hartelijk
馴れ馴れしい narenareshii (1) al te familiair; familiaar; vrijpostig; gemeenzaam; informeel; (2) vriendelijk; ongedwongen; vertrouwd
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 2.35 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 36 treffers (zoekopdracht: 'vriendelijk'). 
2005-2026