日蘭辭典+

68 resultaten voor ‘erg’
日蘭辭典 (trefwoord)
amari餘り
(余り) vz. & bw. (1) [より以上] meer dan; over; boven. (2) [過度に] te; al te; tezeer; erg; over. (3) [差程] zeer; bijzonder; zoozeer......, dat; zoo......dat. ¶ 餘り……ない niet erg; niet zeer; niet bijzonder; zelden. ¶ 餘り高くて手が屆かぬ zoo hoog, dat men er niet bij kan. ¶ そりゃあんまりだ dat is een beetje te erg.
atsuiあつい
(厚い) bn. (1) [厚い] dik. (2) [手篤い] hartelijk; warm. (3) [危篤] kritiek; erg. ¶ 面の皮の厚い onbeschaamd; brutaal.
subarashii素晴らしい
dōmoどうも
bw. zeer; hoe zeer; hoe. ¶ どうも困った wat is dat onaangenaam! ¶ どうも親切 hoe vriendelijk van u! ¶ どうも吹くね wat waait het hard!
taisō大層
(大層) bw. zeer; bijzonder; heel; erg. ¶ 大層な veel; groot.
yawaragu和ぐ
waruku惡く

(悪く) bw. slecht; verkeerd. ¶ 惡く言ふ kwaad spreken van. ¶ 惡く取る kwalijk nemen; euvel duiden. ¶ 惡くなる bederven; erger worden. ¶ 惡くする bederven. ¶ 惡く甘い te zoet; erg zoet. ¶ 病氣が益々惡くなる de ziekte wordt hoe langer hoe erger.

SUPPLEMENT (trefwoord)
sugoi凄い
(すごい、スゴイ) bn. (1) afschrikwekkend; benauwend; gruwelijk; huiveringwekkend. ¶ すごいにらむ sugoi me de niramu met een ijselijke blik aanstaren; met een schrikaanjagende blik aankijken. (2) ongewoon; verbazend; opmerkelijk; bewonderenswaardig; geweldig; excellent; fameus; fantastisch; ongelooflijk; ongehoord; verbluffend. ¶ すごい腕前 sugoi udemae opvallend bekwaam. ¶ はすごい知識を持ったです。すなわち、生き字引ですKare wa sugoi chishiki wo motta hito desu. Sunawachi, ikijibiki desu. Hij beschikt over ongelooflijke kennis. Hij is een levende encyclopedie. (TTC) ¶ 姉さんはすごい美人だ。 Kare no neesan wa sogoi bijin da. Zijn zus is een opmerkelijke schoonheid. (TTC) (tevens als uitroep van bewondering of emotie) ¶ へー、キーボード見ないで文字打てるんだ。スゴイわねー。♀ Hèè? kiiboodo minaide moji uterun da. Sugoi wa nèè. Hé, jij kunt tikken zonder te kijken naar het toetsenbord. Cool zeg! (TTC) (3) (zowel in negatieve als positieve zin) in ongewone mate; excessief; extreem; vreselijk; bovenmatig; ontstellend; ontzettend; uiterst; verdomd; zeer; erg; groot (aantal). 半時間ほどすごい土砂降りだった。Hanjikan hodo sugoi doshaburi datta. Een half uur lang hadden we een vreselijke stortregen; Het was een ontzettende stortbui van een half uur. (TTC) bw. ¶ 今日はすごく暑いKyō wa sugoku atsui. Het is vandaag vreselijk warm. (TTC) ¶ が光に対してすごく敏感なのですMe ga hikari ni taishite sugoku binkan na no desu. Mijn ogen zijn enorm gevoelig voor licht. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <erg>
いとも itomo heel; erg; zeer; enorm; uiterst; uitermate
いみじ imiji (1) enorm; erg; buitengewoon; extreem; opvallend; uitbundig; (2) prima; top; uitstekend; geweldig; (3) wreed; vreselijk; verschrikkelijk; gruwelijk
こよない koyonai (1) onovertroffen; weergaloos; zonder weerga; ongeëvenaard; niet te evenaren; uitnemend; uitmuntend; voortreffelijk; opperst; perfect; best; eersterangs; prima; fantastisch; superbe; (2) buitengewoon; uitzonderlijk; bijzonder; apart; ongewoon; exclusief; (3) enorm; geweldig; extreem; buitengewoon; formidabel; verschrikkelijk; vreselijk; afschuwelijk; erg
てんで tende (1) [in combinatie met een negatie] helemaal niet; allesbehalve; allerminst; (2) heel; erg; zeer; uitermate; buitengewoon; hartstikke
でか deka (1) [Barg.;volkst.] agent (in burger); stille; speurder; rechercheur; smeris; flik; klabak; rus; juut; tuut; kip; (2) iets groots; groot ding; grote zaak; (3) groterd; reus; (4) groot; omvangrijk; (5) groots; erg; enorm; immens; heel; (6) verwaand; opgeblazen; hoogmoedig; trots
とっても tottemo (1) heel; erg; zeer; zwaar; sterk; uiterst; aller-; dood-; oer-; bloed-; in-; hartstikke; vreselijk; uitermate; ontzettend; enorm; verschrikkelijk; afschuwelijk; ijzig; bar; stom-; criant; gruwelijk; bitter; crimineel; gruwzaam; fantastisch; geweldig; ontiegelijk; gemeen; drommels; verdomd; machtig; duivels; verbazend; ijselijk; verduiveld; mirakels; allemachtig; formidabel; ellendig; moorddadig; reusachtig; reuze-; ontzaglijk; vervaarlijk; kolossaal; onwijs; schreeuwend; stinkend; danig; volslagen; faliekant; [inform.;veroud.] verhipt; (2) [~ない] geenszins; volstrekt niet; hoegenaamd niet; bepaald niet; helemaal niet; lang niet; absoluut niet; ten enenmale niet; om de drommel niet; in het geheel niet; niet in het minst; in geen geval; in geen enkel opzicht; in genen dele; op geen stukken na; bijlange (na) niet
とんだ tonda (1) onverwacht; onvoorzien; (2) absurd; ongelofelijk; ongehoord; grotesk; grof; flagrant; (3) geweldig; enorm; buitengewoon; bijzonder; fantastisch; onvoorstelbaar; ontzettend; ontzaglijk; verschrikkelijk; gruwelijk; (4) geweldig; enorm; buitengewoon; bijzonder; fantastisch; onvoorstelbaar; erg; zeer; uiterst; ontzettend; ontzaglijk; verschrikkelijk; gruwelijk
めっきり mekkiri opvallend; behoorlijk; opmerkelijk; beduidend; aanzienlijk; (heel) erg ~
めっちゃ metcha [slang] erg; heel; zeer
やけに yakeni erg; ontzettend; vreselijk; verschrikkelijk
やたらに yatarani (1) lukraak; in het wilde weg; willekeurig; zonder onderscheid; zonder aanzien des persoons; aselect; ongeselecteerd; op goed geluk (af); er maar op los; roekeloos; ondoordacht; onbehoedzaam; zomaar wat; onsystematisch; onmethodisch; (2) zeer; uitermate; bovenmate; buitenmate; buitensporig; overmatig; buitengewoon; uiterst; erg; ontzettend
ヘヴィ hevi (1) inspanning; krachtinspanning; effort; [sportt.] sprintje; (2) zwaar; veel wegend; (3) zwaar; hevig; erg; aanzienlijk; lastig; moeilijk; (4) intens; inspannend
何とも;何共 nantomo (1) [ter beklemtoning] echt; werkelijk; waarlijk; (2) [~ない] geenszins; in het geheel niet; niet de minste …; niet in het minst; maakt niet uit; niets aan de hand met; geen probleem met; geen punt; [mij enz.] om het even; (3) enorm; verschrikkelijk; erg; ontzettend; wat een …!; hoe verschrikkelijk …!
余程 yohodo behoorlijk; heel wat; zeer; erg; nogal; best wel; danig; vrij; voor een groot deel; ver; aanzienlijk; aanmerkelijk; flink; veel; [Belg.N.;niet alg.] een pak
全然 zenzen (1) helemaal niet; in het geheel niet; niet in het minst; geringste; absoluut niet; volstrekt niet; hoegenaamd niet; in genen dele [i.c.m. negatie]; (2) heel; erg; zeer; verschrikkelijk [in informeel taalgebruik]; (3) compleet; volstrekt; totaal; geheel; helemaal; geheel en al; volkomen; volslagen; volledig; op-en-top; in alle opzichten; door en door [affirmatief en nadrukkelijk]
大変 taihen (1) crisis; zaak van betekenis; beproeving; (2) verschrikkelijk; erg; zeer; heel; ontzettend; vreselijk; enorm; hoogst; uiterst; bijzonder; uitzonderlijk; buitengewoon; geweldig; immens; hartstikke; ontzaglijk; afschuwelijk; akelig; zwaar; uitermate; danig; ernstig; (3) niet simpel; moeilijk; problematisch; zwaar; hard; lastig; niet voor de poes; geen sinecure; geen kinderspel; geen lachertje; een flinke job; een zware klus; (4) o God!; mijn God!; och God!; och gut!; God nog (aan) toe!; hè nee!; lieve deugd!; och gunst!; lieve; goeie hemel!; grote goedheid!; nee maar!; mijn hemel!; menslief!; goeie genade!; goeie grutten!; allemachtig!
大変な taihenna (1) verschrikkelijk; erg; ontzettend; vreselijk; enorm; bijzonder; uitzonderlijk; buitengewoon; geweldig; immens; ontzaglijk; afschuwelijk; akelig; zwaar; danig; ernstig; (2) niet simpel; moeilijk; problematisch; zwaar; hard; lastig; flink
大層;大相;大造 taisō (1) enorm; geweldig; ontzaglijk; immens; machtig; gigantisch; formidabel; ontzettend; indrukwekkend; grandioos; groots; (2) voortreffelijk; voornaam; hoog; indrukwekkend; (3) overdreven; overtrokken; opgeklopt; sterk; kras; ongelooflijk; geëxalteerd; (4) heel; (heel) erg; zeer; buitengewoon; enorm; geweldig; ontzettend; vreselijk; buitengemeen; uitermate; uiterst; hoogst; ongemeen; zo; hooglijk; verschrikkelijk; ontzaglijk; buitenmate; bovenmate; [inform.] hartstikke
dai (1) groot; [m.b.t. kledingmaten] large; omvangrijk; belangrijk; vooraanstaand; [fig.] zwaar; ernstig; erg; [m.b.t. vriendschap] dik; (2) [m.b.t. zonnekalender] ~ met 31 dagen; (3) zo groot als; ter grootte van ~; -groot; (4) senior; de oudere; major; (5) universiteit [verkorting van daigaku 大学]
如何にも ikanimo (1) in elk opzicht; enorm; extreem; uiterst; verschrikkelijk; zeer; erg; hoogst; absoluut; totaal; (2) werkelijk; waarlijk; voorwaar; voorzeker; echt; helemaal; door en door; precies; inderdaad; exact; zegt u dat wel; zoals u zegt; dat ben ik helemaal met u eens; volkomen gelijk; nou en of; reken maar; klopt; heel juist; (3) hoe dan ook; op welke wijze ook; hoe het ook zij; vast en zeker; welzeker; ongetwijfeld; beslist; stellig; (4) net alsof; als het ware; onmiskenbaar; duidelijk; niet mis te verstaan; (5) liefst; bij voorkeur
少なからず sukunakarazu (1) geen klein beetje; niet zo'n beetje; niet weinig; niet gering; erg; veel; (2) niet zelden; vaak; dikwijls
心憂し kokorōshi (1) wreed; erg; pijnlijk; hard; (2) onaangenaam; onprettig; vervelend; hatelijk
恐ろしい osoroshii (1) vreselijk; verschrikkelijk; angstwekkend; afgrijselijk; afgrijslijk; affreus; gruwelijk; ontzettend; beestachtig; beestig; (2) hevig; geweldig; woest; wild; (3) erg; geweldig; ontzaglijk; ontzagwekkend
悔しがる kuyashigaru het spijtig; erg; jammer vinden; betreuren; teleurgesteld zijn; zich opvreten van spijt; verdriet; zich ergeren
悪心 akushin boos opzet; kwade bedoelingen; slecht voornemen; kwaadwilligheid; erg
悪意 akui (1) slechte wil; onwil; kwaadwilligheid; kwaadgezindheid; venijnigheid; animositeit; kwaadaardigheid; boosaardigheid; venijn; kwaad hart; erg; kwade bedoeling; boos opzet; kwade trouw; (2) verkeerde; foute betekenis; kwade duiding
抜群 batsugun (1) uitstekend; uitmuntend; voortreffelijk; uitblinkend; uitzonderlijk; eminent; weergaloos; ongeëvenaard; (2) enorm; buitengewoon; extreem; (3) enorm; verschrikkelijk; erg; buitengewoon; heel; uitzonderlijk
散々 sanzan (1) enorm; erg; hevig; uiterst; geweldig; ontzettend; ontzaglijk; ontstellend; (2) vreselijk; verschrikkelijk; afschuwelijk; gruwelijk; afgrijselijk; wreed; ellendig; bitter; meedogenloos; ongenadig; niets ontziend; (3) vergruisd; verbrijzeld; in kleine stukjes uiteengevallen; totaal verwoest; (4) enorm; vreselijk; geweldig; erg; zeer; ontzettend; diepgaand; ernstig; grondig; door en door
数多 amata (1) heel; erg; zeer; enorm; ontzettend; (2) [~の] veel; menig; tal van; heel wat; (3) vele; velen
暴飲する bōinsuru stevig; zwaar; erg; overmatig; overdadig drinken; zuipen; duchtig de fles aanspreken; zich aan drank te buiten gaan
いと ito (1) erg; heel; zeer; ontzettend; verschrikkelijk; enorm; uiterst; uitermate; buitengewoon; (2) werkelijk; echt; waarlijk; absoluut; inderdaad; zonder meer; regelrecht; hoe …!; (3) [~…ず] niet erg; niet zo; niet al te; niet bijster; weinig
極めて kiwamete heel; erg; zeer; uiterst; uitermate; buitengewoon; ongemeen; bijzonder; allemachtig; extreem; in hoge mate; in niet geringe mate; [muz.] molto; [muz.] assai; aller-; aarts-
浅ましい asamashii (1) gemeen; laag; vuig; min; verachtelijk; laag-bij-de-gronds; laaghartig; eerloos; onwaardig; schaamteloos; schandelijk; veil; waardeloos; (2) ellendig; wreed; naar; miserabel; erbarmelijk; jammerlijk; betreurenswaardig; beklagenswaardig; (3) schamel; pover; onaanzienlijk; armzalig; (4) onverwacht; onvoorzien; verrassend; (5) teleurstellend; ontluisterend; spijtig; sneu; (6) erg; enorm; ontzettend; (7) [~なる] aan zijn eind komen; sterven
深く fukaku (1) diep; grondig; heftig; intens; erg; zeer; hartgrondig; (2) oprecht; van harte
滅法 meppō (1) [boeddh.] dharma-vināśa [= ongeconditioneerde dharma;soeverein bestaan]; (2) [boeddh.] nirwana; (3) absurd; onredelijk; (4) enorm; extreem; buitengewoon; (5) enorm; extreem; uitermate; uiterst; buitengewoon; erg; zeer; verschrikkelijk; ontzettend
激しく hageshiku hard; intensief; sterk; stevig; zwaar; flink; fiks; krachtig; hevig; heftig; fel; vurig; vinnig; woest; onstuimig; stormachtig; verwoed; razend; fanatiek; hartstochtelijk; wild; intens; verhit; geducht; duchtig; vehement; geweldig; hels; erg; verschrikkelijk; vreselijk; dat het een aard had; als een gek; van je welste
然程;左程 sahodo [niet] bijster; [niet] danig; [niet] zo; [niet] erg; [niet] al te; [niet] bepaald
物凄い monosugoi (1) vreselijk; verschrikkelijk; eng; afschuwelijk; afgrijselijk; afgrijslijk; gruwelijk; akelig; beangstigend; angstaanjagend; affreus; schrikwekkend; vreeswekkend; afschuwwekkend; huiveringwekkend; ijselijk; ijzingwekkend; griezelig; luguber; naar; macaber; (2) onthutsend; ontstellend; ontzaglijk; ontzagwekkend; ontzettend; erg; verpletterend; enorm; overweldigend; ellendig; geducht; formidabel; reusachtig; hels; razend; [fig.] moorddadig; (3) geweldig; fantastisch; prachtig; knap; buitengewoon [goed]
猛烈に mōretsuni (1) hevig; heftig; verwoed; intens; uiterst; geweldig; keihard; hard; zwaar; krachtig; fel; vinnig; vurig; energiek; zeer fanatiek; furieus; onwijs; buitengewoon; als een bezetene; dat het een aard heeft; als geen ander; als de bliksem; als een gek; dolle; uit alle macht; (2) vreselijk; verschrikkelijk; ontzettend; afschuwelijk; geweldig; erg; ontstellend
甚く itaku (1) zeer; erg; fel; hevig; intens; enorm; geweldig; bijzonder; buitengewoon; ongemeen; (2) [~…ず] niet erg; niet zo; niet al te; niet bijster
甚だ hanahada heel; erg; zeer; uiterst; buitengewoon
由々しい yuyushii (1) extreem; erg; ernstig; serieus; bedenkelijk; (2) ontzaglijk; ontzagwekkend; [veroud.] ontzagbaar; (3) onheilspellend; ongunstig; omineus; onzalig; sinister; noodlottig; gedoemd; (4) vervelend; onaangenaam; ergerlijk; naar; (5) prachtig; schitterend; prima; magnifiek; grandioos
篤い atsui (1) [病が~] ernstig; erg; zwaar ziek; doodziek; kritiek; (2) [信仰の~] diepgelovig; zeer gelovig; ingelovig; innig; vurig gelovend
結構 kekkō (1) structuur; constructie; bouwsel; bouw; geraamte; kader; (2) steun; stut; spant; (3) opbouw (van een verhaal); plot; verwikkeling (van een verhaal); (4) goed; fijn; mooi; (5) prachtig; magnifiek; schitterend; (6) lekker; heerlijk; (7) ten zeerste; zeer; erg; geweldig; in hoge mate; ruimschoots; rijkelijk; overvloedig; buitengewoon; buitengemeen; enorm; geweldig; (8) aardig; nogal; tamelijk; vrij; vrij wat; redelijk; in redelijk hoge mate; behoorlijk; best
至って itatte heel; erg; zeer; uiterst; ontzettend; buitengewoon; uitermate; buitenmate; bovenmate; in hoge mate; buitengemeen; super; niet zo’n (klein) beetje
至極 shigoku zeer; erg; uiterst; uitermate; enorm; buitengewoon; ongemeen; bijzonder; extreem; volkomen; helemaal; absoluut; op-en-top
良く;好く;善く;能く yoku (1) goed; voldoende; aandachtig; nauwkeurig; zorgvuldig; (2) vlot; kundig; vaardig; behendig; (3) erg; heel; zeer; (4) vaak; dikwijls; (5) hoe ~!; wat ~! [uiting van bewondering;lof;vreugde;afgunst]; (6) hoe ~!; wat ~! [pejoratieve betekenis]
era (1) voortreffelijk; uitmuntend; uitstekend; superieur; excellent; outstanding; preëminent; (2) erg; zeer; heel; ontzettend; geweldig; hartstikke; vreselijk; enorm; (3) buitengewoon ~; extra ~; super ~; in-
utata (1) hoe langer hoe meer; steeds meer; in toenemende mate; (2) [~あり] vreselijk; erg
辛い karai (1) heet; pikant; (2) zout; (3) bitter; hard; (4) erg; verschrikkelijk; (5) streng
近頃;近ごろ;近比 chikagoro (1) onlangs; kort geleden; recentelijk; laatstelijk; de laatste tijd; dezer dagen; (2) tegenwoordig; vandaag de dag; heden ten dage; thans; nu; (3) verschrikkelijk; erg; enorm
迚も totemo (1) heel; erg; zeer; zwaar; sterk [overdreven enz.]; uiterst; aller-; dood-; oer-; bloed-; in-; hartstikke; vreselijk; uitermate; ontzettend; verschrikkelijk [slecht enz.]; afschuwelijk [vervelend enz.]; ijzig [kalm enz.]; bar [vervelend enz.]; stom [vervelend enz.]; criant [vervelend enz.]; gruwelijk [vervelend enz.]; bitter [arm enz.]; crimineel [koud enz.]; gruwzaam [kil enz.]; fantastisch [goedkoop enz.]; geweldig [goed enz.]; ontiegelijk [rijk enz.]; gemeen [koud enz.]; drommels [goed enz.]; verdomd [handig enz.]; machtig [mooi enz.]; duivels [ingewikkeld enz.]; verbazend [veel enz.]; ijselijk [lelijk enz.]; verduiveld [aardig enz.]; mirakels [gelukkig enz.]; allemachtig [interessant enz.]; formidabel [goed enz.]; ellendig [heet enz.]; moorddadig [goed enz.]; reusachtig [aardig enz.]; reuze [veel enz.]; ontzaglijk [veel enz.]; vervaarlijk [groot enz.]; kolossaal [groot enz.]; onwijs [hard enz.]; enorm; schreeuwend [duur enz.]; stinkend [jaloers enz.]; danig; volslagen; faliekant; [inform.;veroud.] verhipt [warm enz.]; [~少ない] bedroevend; (2) geenszins; volstrekt niet; hoegenaamd niet; bepaald niet; helemaal niet; lang niet; absoluut niet; ten enenmale niet; om de drommel niet; in het geheel niet; niet in het minst; in geen geval; in geen enkel opzicht; in genen dele; op geen stukken na; bijlange (na) niet [i.c.m. negatie]
koku (1) hard; cru; wreed; zwaar; streng; scherp; fel; vinnig; (a) streng; wreed; erg; (b) hevig; fel
酷い hidoi (1) wreed; hard; verschrikkelijk; gruwelijk; enorm; ontzettend; vreselijk; onmenselijk; slecht; gemeen; duivels; donders; heidens; verduiveld; verduveld; verdomd; deksels; drommels; [気分が] bedonderd; beroerd; belabberd; (2) erg; guur; [~寒さ] bitter; bar; zwaar; flink; hevig; geweldig; [~発言] straf; van je welste; [~批評] scherp
酷く hidoku erg; zeer; buitengewoon; hard; ontzettend; vreselijk; verschrikkelijk; geweldig; beestachtig; beestig
重大 jūdai zwaar; ernstig; belangrijk; serieus; groot; zwaarwegend; gewichtig; van levensbelang; kritiek; cruciaal; aanzienlijk; aanmerkelijk; erg
随分 zuibun (1) kras; sterk; wat (een ~); [iron.] fraai; (2) zeer; erg; heel; uiterst; uitermate; buitengewoon; hoogst; verschrikkelijk; vreselijk; (3) behoorlijk; aanzienlijk; aanmerkelijk; beduidend; fors; flink; knap; merkelijk; een stuk; heel; nogal; aardig wat; considerabel
非常 hijō (1) nood; noodgeval; emergency; uitzonderlijkheid; (2) buitengewoon; bijzonder; ongewoon; ongemeen; buitengemeen; extreem; immens; enorm; grandioos; verschrikkelijk; onbegrijpelijk; (3) [~に] (heel) erg; heel; zeer; buitengewoon; buitengemeen; hevig; enorm; ongemeen; ongewoon; geweldig; ontzaglijk; intens; vehement; extreem; bijzonder; uitzonderlijk; mateloos; danig; hoogst; zeerst; uiterst; in hoge mate; ontzettend; razend; verschrikkelijk; vreselijk; bot; bar; … tot-en-met; reuze …; machtig; uitermate; bovenmate; buitenmate; hooglijk; deerlijk; grotelijks; schromelijk; angstig [klein enz.]; [inform.] ontiegelijk; [inform.] hartstikke; [inform.] onwijs; [inform.] stierlijk; dol-; [inform.] oer-; over-; steen-; [inform.] kei-
非常に hijōni (heel) erg; heel; zeer; buitengewoon; buitengemeen; hevig; enorm; ongemeen; ongewoon; geweldig; ontzaglijk; intens; vehement; extreem; bijzonder; uitzonderlijk; mateloos; danig; hoogst; zeerst; uiterst; in hoge mate; ontzettend; razend; verschrikkelijk; vreselijk; bot; bar; ~ tot-en-met; reuze ~; machtig; uitermate; bovenmate; buitenmate; hooglijk; deerlijk; grotelijks; schromelijk; [scherts.] angstig [klein enz.]; [inform.] ontiegelijk; [inform.] hartstikke; [inform.] onwijs; [inform.] stierlijk; dol-; [inform.] oer-; over-; steen-; [inform.] kei-
髣髴する;彷彿する hōfutsusuru (1) als twee druppels water lijken op; erg; sprekend gelijken op; een grote gelijkenis vertonen met; (2) klaar voor ogen staan; duidelijk voor de geest staan; levendig voorstaan
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.28 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 60 treffers (zoekopdracht: 'erg'). 
2005-2026