日蘭辭典+

5 resultaten voor ‘haji’
日蘭辭典 (titelwoord)
haji
zn. schande v. ¶ 恥を雪ぐ schande uitwisschen. ¶ 恥を知らぬ geen schaamte kennen; schaamteloos. ¶ に恥をかかす iemand beschaamd maken. ¶ 此の恥かきめ foei!; schandelijk!. ¶ 恩惠を乞ふを恥とする ik schaam mij om een gunst te vragen. ¶ 恥をかく schaamte op zich laden. ¶ 恥ぢる zich schamen; beschaamd zijn.
haji
zn. rand m. kant m.
haji把持
zn. greep m. ¶ 把持する grijpen; vasthouden.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <haji>
恥;辱 haji schande; oneer; infamie; vernedering; blamage; beschaming; diskrediet; schandelijkheid; smadelijkheid
黄櫨;櫨 haji (1) [plantk.] wilde lakboom; Rhus trichocarpa; (2) [plantk.] wasboom; Rhus succedanea; (3) [m.b.t. kimono-drapering] haji-kleurschakering; (4) ± kakikleur
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.56 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 2 treffers (zoekopdracht: 'haji'). 
2005-2026