日蘭辭典+

22 resultaten voor ‘schaamteloos’
日蘭辭典 (trefwoord)
abazure阿婆摺
(阿婆擦れ) bn. brutaal; onbeschaamd; schaamteloos.
zūzūshii圖々しい

(図々しい) bn. onbeschaamd; brutaal. ¶ 圖々しさ onbeschaamdheid; brutaliteit. ¶ 圖々しくも……する de onbeschaamdheid hebben om....... ¶ 圖々しい onbeschaamde vlegel.

haji
zn. schande v. ¶ 恥を雪ぐ schande uitwisschen. ¶ 恥を知らぬ geen schaamte kennen; schaamteloos. ¶ に恥をかかす iemand beschaamd maken. ¶ 此の恥かきめ foei!; schandelijk!. ¶ 恩惠を乞ふを恥とする ik schaam mij om een gunst te vragen. ¶ 恥をかく schaamte op zich laden. ¶ 恥ぢる zich schamen; beschaamd zijn.
tsura-no-kawa面の皮

zn. gezichtshuid v. ¶ 厚い schaamteloos; onbeschaamd; dikhuidig. ¶ を剝く beschaamd maken; een toontje lager laten zingen. ¶ いいだ wat een mooi figuur sla ik dan!

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <schaamteloos>
おめおめと omeometo schaamteloos; onbeschaamd; stoutweg; boudweg
ぬけぬけ nukenuke (1) schaamteloos; brutaalweg; zonder scrupules; zonder zich te schamen; ongegeneerd; sans gêne; (2) stom; dwaas; (3) een voor een met stille trom de gelederen verlatend
傍若無人 bōjakubujin brutaal; driest; vrijpostig; respectloos; impertinent; ongegeneerd; arrogant; aanmatigend; onbeschaamd; schaamteloos
厚かましい atsukamashii brutaal; onbeschaamd; vrijpostig; schaamteloos; onbeschoft; onbeleefd; onbescheiden; opdringerig; ongegeneerd; onbeschroomd; boud; frank; vermetel; impertinent; insolent; driest; onterecht; [inform.] astrant
厚顔 kōgan (1) schaamteloosheid; onbeschaamdheid; brutaliteit; impudentie; (2) schaamteloos; onbeschaamd; brutaal; impudiek
嘯く usobuku (1) gelaten zeggen; met het grootste gemak beweren dat; schaamteloos; arrogant stellen dat; (2) opscheppen; pochen; snoeven; bluffen; overdrijven; (3) zwaar uitblazen; [i.h.b.] fluiten; (4) declameren; voordragen; opzeggen; (5) [dierk.] huilen; janken
図々しい;図図しい zūzūshii schaamteloos; onbeschaamd; brutaal; vrijpostig; ongegeneerd; onbeschoft; [volkst.] astrant; [veroud.] assurant; insolent; impertinent; bijdehand
太い futoi (1) dik; zwaar; fors; vet; flink; (2) [van stem e.d.] diep; vol; zwaar; (3) driest; boud; vermetel; stoutmoedig; (4) brutaal; vrijpostig; schaamteloos; onbeschaamd
恥知らず hajishirazu (1) schaamteloos mens; (2) schaamteloos; onbeschaamd
横着 ōchaku (1) nalatigheid; verzuim; veronachtzaming; nonchalance; negligentie; (2) nalatig; nonchalant; slordig; lui; (3) brutaal; onbeschaamd; schaamteloos; onbeschoft; (4) sluw; listig; geslepen; doortrapt; gewiekst; oneerlijk
浅ましい asamashii (1) gemeen; laag; vuig; min; verachtelijk; laag-bij-de-gronds; laaghartig; eerloos; onwaardig; schaamteloos; schandelijk; veil; waardeloos; (2) ellendig; wreed; naar; miserabel; erbarmelijk; jammerlijk; betreurenswaardig; beklagenswaardig; (3) schamel; pover; onaanzienlijk; armzalig; (4) onverwacht; onvoorzien; verrassend; (5) teleurstellend; ontluisterend; spijtig; sneu; (6) erg; enorm; ontzettend; (7) [~なる] aan zijn eind komen; sterven
無遠慮な buenryona onbescheiden; ongegeneerd; ongereserveerd; onbeschroomd; onbevangen; brutaal; schaamteloos; onbeschaamd; impudiek; vrijpostig; onbeschoft; stout; driest; onscrupuleus; [Belg.N.] frank
無遠慮に buenryoni onbescheiden; ongegeneerd; ongereserveerd; zonder enige reserve; zonder plichtpleging(en); zonder scrupules; onbeschroomd; onbevangen; rechtuit; openlijk; frank; brutaal; onbeschaamd; impudiek; schaamteloos; vrijpostig; onbeschoft; stout; stoutweg; driest; onscrupuleus
生意気 namaiki (1) lef; brutaliteit; vrijpostigheid; onbeschaamdheid; insolentie; schaamteloosheid; impertinentie; (2) brutaal; vrijpostig; aanmatigend; onbeschaamd; onbeschoft; insolent; schaamteloos; impertinent; [volkst.] astrant
臆面もなく okumenmonaku brutaal; vrijpostig; schaamteloos; onbeschaamd; ongegeneerd; onbeschoft; brutaalweg; stoutweg; sans gêne; zonder zich te schamen; zonder blikken of blozen; voor het vaderland weg
臆面も無い okumenmonai brutaal; vrijpostig; schaamteloos; onbeschaamd; ongegeneerd; onbeschoft
阿漕 akogi (1) schaamteloos; onbeschaamd; brutaal; (2) begerig; gulzig; hebzuchtig; hebberig; (3) wreed; hard; hardvochtig; meedogenloos; ongevoelig; cru; gemeen; onbarmhartig; harteloos; (4) gemeen; venijnig; boosaardig; slecht
阿漕な akogina (1) schaamteloos; onbeschaamd; brutaal; (2) begerig; gulzig; hebzuchtig; hebberig; (3) wreed; hard; hardvochtig; meedogenloos; ongevoelig; cru; gemeen; onbarmhartig; harteloos; (4) gemeen; venijnig; boosaardig; slecht
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.02 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'schaamteloos'). 
2005-2026