日蘭辭典+

29 resultaten voor ‘keizer’
日蘭辭典 (trefwoord)
heika陛下
zn. Majesteit v. ¶ 天皇陛下 Zijne Majesteit de Keizer. ¶ 皇后陛下 Hare Majesteit de Koningin.
tennō天皇
zn. de keizer m. ¶ 天皇陛下 Zijne Majesteit de Keizer. ¶ 天皇 keizerlijke standaard. ¶ 天皇は神聖にして侵すべからず de keizer is heilig en onschendbaar.
mikado御門
zn. de keizer m.
kimi
zn. (1) [君主] vorst m.; regeerder m.; keizer m.; koning. (2) [主人] heer m. meester m. vnw. (3) [貴君] gij; u.
kami
zn. (1) [部] bovenste o.; top m.; hoofd o. (2) [流] bovenloop m. (3) [政府] de regeering v. (4) [長] meerdere m.mv. (5) [天子] keizer m. ¶ の御沙汰 hoog bevel.
kōzoku皇族
zn. keizerlijke familie v.
haietsu拜謁
(拝謁) zn. audientie v. ¶ 拜謁する op audientie gaan bij den keizer; in gehoor ontvangen worden.
ekken謁見
(謁見) zn. audientie (bij den keizer) v.
kōtaison皇太孫

zn. oudste kleinzoon des keizers.

kōtei皇帝

zn. keizer m.; koning (王) m.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kimi
zn. (1) jij; je; (informeel) gozer; kerel; vriend; vent. ¶ 君の kimi no jouw. ¶ 君たち kimitachi jullie; mensen; makkers; lui. ¶ 田島くん・・・。君はもう少し品のいい話はできないのか? Tajima... Kimi wa mō shukoshi hin no ii hanashi wa dekinai no ka. Tajima... Kun je het niet een beetje beleefd [fatsoenlijk] houden? (TTC) ¶ 君たちは学生なんだ、こんなことをやれるのは今だけだ。 Kimitachi wa gakusei nan da, konna koto wo yareru no wa ima dake da. Jullie zijn studenten! Alleen nu kunnen jullie zoiets flikken! (TTC) (2) (archaïsch) monarch; vorst; heerser; meester.

NB Het gebruik van 君 kimi in bet. (1) is net als あなた anata aan regels gebonden. 君 kimi is meestal informeel en wordt vooral gebruikt door mannen voor een vriend, of iemand die lager in status is. Maar het wordt ook gebruikt door mannen om vrouwen aan te spreken, bijvoorbeeld door een superieur, of door een man voor zijn vrouw of vriendin. (Miura:109)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <keizer>
お上 okami (1) [hon.] keizer; majesteit; shogun; (2) [hon.] regering; shogunaat; rijksoverheid; overheid; gevestigde macht; [meton.] de kroon; (3) [hon.] edele heer; vrouwe; hoogheid; (4) [hon.] heer; vrouw des huizes; meester; meesteres; baas; bazin; (5) [hon.] uw; zijn vrouw; echtgenote; mevrouw; (6) waardin; kasteleinse
カイザー kaizā (1) Duits keizer; [i.h.b.] Wilhelm II; (2) Kaiser; (3) Keizer; (4) [nat.] kayser
一人 ichijin keizer
上一人 kamīchijin keizer; vorst; soeverein
上奏文 jōsōbun adres aan de Kroon; Keizer; Koning
ue (1) bovenste gedeelte; bovenkant; bovendeel; (2) gebied boven iets; (3) top van een berg; bovenverdieping van een huis; (4) superioriteit; summum; het beter zijn in iets; het meer getalenteerd zijn in iets; het meer begaafd zijn in iets; het kundiger zijn in iets; autoriteit; (5) superieure positie; hoge(re) rang; betere stand; betere maatschappelijke positie; (6) keizer; vorst; soeverein; (7) hoger; (8) in leeftijd ouder; (9) superieur; hoger in rang; hoger qua maatschappelijke positie; (10) goed; beter; kundig(er); begaafd(er); (meer) getalenteerd; bekwaam; bedreven; capabel; (11) bovenop; als klap op de vuurpijl; op de koop toe; behalve; (12) na; achter; als resultaat van; ten gevolge van; als uitkomst van; (13) wat betreft; (14) nu dat; nadat; (15) aangezien
公家 kuge (1) hofedele; hoveling; hofadel; (2) keizerlijk hof; [meton.] keizer
uchi (1) binnenkant; [の~に] binnen; in; (2) [の~に] tijdens; terwijl; gedurende; [その~に] onderwijl; (3) [の~] onder; te midden van; (4) [~に] inwendig; vanbinnen; in het hart; in het gemoed; innerlijk; intern; (5) keizerlijk paleis; hof; (6) keizer; tenno; mikado; (7) echtgenote; echtgenoot; wederhelft; (8) [boeddh.] ons geloof; het boeddhisme; (9) ik; wij; [~の] mijn; ons
kimi (1) heerser; keizer; monarch; meester; (2) jij; je; [veroud.] gij; ge
大君 taikun (1) soeverein; keizer; majesteit; (2) [Jap.gesch.] taikoen; (3) [Chin.gesch.] taikoen
天子 tenshi (1) [Chin.gesch.] Zoon des hemels; keizer; (2) [Jap.gesch.] keizer; tennō; (3) [boeddh.] devatā; (4) [boeddh.] deva-putra
天王 tennō (1) [boeddh.] devarāja [= hemelkoning]; (2) [boeddh.] devêndra [= leider der goden]; (3) [boeddh.] Gośīrṣa Devarāja; (4) [Chin.gesch.] keizer
帝王 teiō keizer; monarch; vorst; soeverein; koning
帝王学 teiōgaku vorstelijke regeerkunst; kunst van het regeren als vorst; keizer; koningskunst
御所 gosho (1) keizerlijk paleis; keizerlijke residentie; [meton.] keizer; (2) paleis; residentie van een lid van de keizerlijke familie; [meton.] bewoner van voornoemd paleis; hofaristocratie; hofadel; (3) verblijf; paleis van een shogun of minister; [meton.] shogun; minister; (4) [Edo-periode] klooster; convent waar een keizerlijke prinses ingetreden is; (5) gosho-kleuring; (6) gosho-kapsel
皇帝 kōtei keizer; [ローマの] imperator; [ロシアの] tsaar; [ペルシアの] sjah; [トルコの] sultan
sei (1) wijze; heilige; (2) klare; verfijnde sake; (3) heilig; gewijd; geheiligd; sacraal; sacramenteel; (4) [r.-k.] heilig; sint; [afk.] H.; [afk.] St.; (a) wijze; heilige; (b) keizer; keizerlijk; (c) grootmeester; virtuoos; (d) heilig; gewijd; zuiver
hijiri (1) wijze; heilige; (2) meester; virtuoos; (3) [boeddh.] eminent geestelijke; [i.h.a.] geestelijke; (4) [boeddh.] asceet; (5) [boeddh.] bedelmonnik; pelgrim; (6) keizer; (7) klare sake; verfijnde sake
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.23 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'keizer'). 
2005-2026