
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
mikado・御門
zn. de keizer m.
kōzoku・皇族
zn. keizerlijke familie v.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kimi・君
zn. (1) jij; je; (informeel) gozer; kerel; vriend; vent. ¶ 君の kimi no jouw. ¶ 君たち kimitachi jullie; mensen; makkers; lui. ¶ 田島くん・・・。君はもう少し品のいい話はできないのか? Tajima... Kimi wa mō shukoshi hin no ii hanashi wa dekinai no ka. Tajima... Kun je het niet een beetje beleefd [fatsoenlijk] houden? (TTC) ¶ 君たちは学生なんだ、こんなことをやれるのは今だけだ。 Kimitachi wa gakusei nan da, konna koto wo yareru no wa ima dake da. Jullie zijn studenten! Alleen nu kunnen jullie zoiets flikken! (TTC) (2) (archaïsch) monarch; vorst; heerser; meester.
NB Het gebruik van 君 kimi in bet. (1) is net als あなた anata aan regels gebonden. 君 kimi is meestal informeel en wordt vooral gebruikt door mannen voor een vriend, of iemand die lager in status is. Maar het wordt ook gebruikt door mannen om vrouwen aan te spreken, bijvoorbeeld door een superieur, of door een man voor zijn vrouw of vriendin. (Miura:109)
NB Het gebruik van 君 kimi in bet. (1) is net als あなた anata aan regels gebonden. 君 kimi is meestal informeel en wordt vooral gebruikt door mannen voor een vriend, of iemand die lager in status is. Maar het wordt ook gebruikt door mannen om vrouwen aan te spreken, bijvoorbeeld door een superieur, of door een man voor zijn vrouw of vriendin. (Miura:109)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <keizer>
お上 okami (1) [hon.] keizer; majesteit; shogun; (2) [hon.] regering; shogunaat; rijksoverheid; overheid; gevestigde macht; [meton.] de kroon; (3) [hon.] edele heer; vrouwe; hoogheid; (4) [hon.] heer; vrouw des huizes; meester; meesteres; baas; bazin; (5) [hon.] uw; zijn vrouw; echtgenote; mevrouw; (6) waardin; kasteleinse
カイザー kaizā (1) Duits keizer; [i.h.b.] Wilhelm II; (2) Kaiser; (3) Keizer; (4) [nat.] kayser
一人 ichijin keizer
上一人 kamīchijin keizer; vorst; soeverein
上奏文 jōsōbun adres aan de Kroon; Keizer; Koning
上 ue (1) bovenste gedeelte; bovenkant; bovendeel; (2) gebied boven iets; (3) top van een berg; bovenverdieping van een huis; (4) superioriteit; summum; het beter zijn in iets; het meer getalenteerd zijn in iets; het meer begaafd zijn in iets; het kundiger zijn in iets; autoriteit; (5) superieure positie; hoge(re) rang; betere stand; betere maatschappelijke positie; (6) keizer; vorst; soeverein; (7) hoger; (8) in leeftijd ouder; (9) superieur; hoger in rang; hoger qua maatschappelijke positie; (10) goed; beter; kundig(er); begaafd(er); (meer) getalenteerd; bekwaam; bedreven; capabel; (11) bovenop; als klap op de vuurpijl; op de koop toe; behalve; (12) na; achter; als resultaat van; ten gevolge van; als uitkomst van; (13) wat betreft; (14) nu dat; nadat; (15) aangezien
公家 kuge (1) hofedele; hoveling; hofadel; (2) keizerlijk hof; [meton.] keizer
内 uchi (1) binnenkant; [の~に] binnen; in; (2) [の~に] tijdens; terwijl; gedurende; [その~に] onderwijl; (3) [の~] onder; te midden van; (4) [~に] inwendig; vanbinnen; in het hart; in het gemoed; innerlijk; intern; (5) keizerlijk paleis; hof; (6) keizer; tenno; mikado; (7) echtgenote; echtgenoot; wederhelft; (8) [boeddh.] ons geloof; het boeddhisme; (9) ik; wij; [~の] mijn; ons
君 kimi (1) heerser; keizer; monarch; meester; (2) jij; je; [veroud.] gij; ge
大君 taikun (1) soeverein; keizer; majesteit; (2) [Jap.gesch.] taikoen; (3) [Chin.gesch.] taikoen
天子 tenshi (1) [Chin.gesch.] Zoon des hemels; keizer; (2) [Jap.gesch.] keizer; tennō; (3) [boeddh.] devatā; (4) [boeddh.] deva-putra
天王 tennō (1) [boeddh.] devarāja [= hemelkoning]; (2) [boeddh.] devêndra [= leider der goden]; (3) [boeddh.] Gośīrṣa Devarāja; (4) [Chin.gesch.] keizer
帝王 teiō keizer; monarch; vorst; soeverein; koning
帝王学 teiōgaku vorstelijke regeerkunst; kunst van het regeren als vorst; keizer; koningskunst
御所 gosho (1) keizerlijk paleis; keizerlijke residentie; [meton.] keizer; (2) paleis; residentie van een lid van de keizerlijke familie; [meton.] bewoner van voornoemd paleis; hofaristocratie; hofadel; (3) verblijf; paleis van een shogun of minister; [meton.] shogun; minister; (4) [Edo-periode] klooster; convent waar een keizerlijke prinses ingetreden is; (5) gosho-kleuring; (6) gosho-kapsel
皇帝 kōtei keizer; [ローマの] imperator; [ロシアの] tsaar; [ペルシアの] sjah; [トルコの] sultan
聖 sei (1) wijze; heilige; (2) klare; verfijnde sake; (3) heilig; gewijd; geheiligd; sacraal; sacramenteel; (4) [r.-k.] heilig; sint; [afk.] H.; [afk.] St.; (a) wijze; heilige; (b) keizer; keizerlijk; (c) grootmeester; virtuoos; (d) heilig; gewijd; zuiver
聖 hijiri (1) wijze; heilige; (2) meester; virtuoos; (3) [boeddh.] eminent geestelijke; [i.h.a.] geestelijke; (4) [boeddh.] asceet; (5) [boeddh.] bedelmonnik; pelgrim; (6) keizer; (7) klare sake; verfijnde sake
Tijd: 1.23 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'keizer').
2005-2026
