日蘭辭典+

23 resultaten voor ‘gij’
日蘭辭典 (trefwoord)
anata貴方
(あなた) vnw. gij; u. ¶ 貴方uw; u.
kimi
zn. (1) [君主] vorst m.; regeerder m.; keizer m.; koning. (2) [主人] heer m. meester m. vnw. (3) [貴君] gij; u.
temae手前
vmw. (1) [自分] ik. (2) [汝] gij; jij. zn. (3) [此方] deze kant m.; bw. hier. ¶ 手前叔父で御座います hij is mijn oom. ¶ 手前の知ったことぢやない het gaat je niets aan. ¶ 手前 aan deze kant van de rivier.
sochi其方
(そち) bw. ginds; daar; vnw. gij.
saisei再生
zn. herleving v.; herrijzenis v.; opstanding v. ¶ 再生する uit den dood opstaan; herboren worden. ¶ には再生のあり ik dank u mijn leven; gij hebt mij het leven gered.
kikō貴公
vnw. gij; uwe jongen m.; oude heer m.
zonzuru存ずる

t.w. (1) [知る] weten; i.w. zich bewust zijn. (2) [思ふ] denken; vinden; van oordeel zijn; gevoelen. ¶ 光榮と存ずる het als een eer beschouwen; zich vereerd achten. ¶ 御存じの通り zooals u bekend is. ¶ 御愉快の事と存じ候 ik kan mij voorstellen, hoe gij u verheugt.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gij>
noshi jij; je; gij; ge
君達;公達;君たち;公たち kimitachi jullie; [veroud.] gij; ge; gijlieden; gijluiden; ulieden; [arch.] jelui
kimi (1) heerser; keizer; monarch; meester; (2) jij; je; [veroud.] gij; ge
onore (1) zichzelf; zich; (2) ik; ikzelf; zelf [bescheiden tegenhanger van ware 我]; (3) [min.] jij; [min.;veroud.] gij; (4) zelf; in z'n eentje; in eigen persoon; vanzelf; uit zichzelf; (5) hela [heftige toeroep]; (6) komaan [kreet waarmee men zichzelf aanspoort]
ono (1) zelf; zich; zichzelf; (2) ik; (3) [min.] jij; gij; je; ge
彼方;貴方 anata u; jij; [gew.] gij; [gew.] ge
御前;お前 omae [spreekt.;inf.] jij; je; [gew.] gij; [gew.] ge
御宅 otaku (1) uw huis; uw thuis; uw woning; uw adres; (2) uw gezin; (3) uw echtgenoot; uw man; de heer des huizes; (4) u; jij; je; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
御自分 gojibun (1) zelf; in hoogsteigen persoon; hoogstpersoonlijk; (2) [veroud.] u; gij; jij
我;吾 ware (1) ik; (2) je; jij; [veroud.] ge; gij; (3) zelf; zichzelf
手前;点前 temae (1) aan deze zijde; aan deze kant; vóór; (2) bekwaamheid; vaardigheid; vakkundigheid; deskundigheid; (3) (点前) [m.b.t. theeceremonie] etiquette; protocol; ceremonieel; ceremoniële handelingen; procedure; (4) [ter] wille [van]; -halve; [in het] belang [van]; [uit] consideratie [voor]; [uit] eerbied [voor]; [uit] achting [voor]; [uit] piëteit [jegens]; (5) ik; (6) jij; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
手前 temē (1) ik; (2) jij; je; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
nare [veroud.] gij; jij
汝;爾 nanji [veroud.] gij; jij
貴方 anta [inform.] u; jij; [gew.] gij; [gew.] ge
貴様 kisama [inform.;min.] jij; je; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.21 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'gij'). 
2005-2026