
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
arasou・爭ふ
(争う ) t.w. (1) [競ふ] mededingen; concurreren; kampen. (2) [戰ふ] vechten; twisten; strijden. (3) [逆ふ] betwisten. (4) [爭訟する] procedeeren. (5) [口論する] disputeeren; kijven; kibbelen (子供に言ふ). ¶ 爭ふべき betwistbaar. ¶ 爭ふべからざる onbetwistbaar. ¶ 爭はれぬ onbetwistbaar; ongetwijfeld. ¶ 勝を爭ふ elkaar de overwinning betwisten.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kibbelen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
いちゃつく ichatsuku (1) stoeien; flirten; ravotten; sjansen; minnekozen; vrijen; (2) treuzelen; talmen; er lang over doen een besluit te vormen; (3) onenigheid hebben; kibbelen; twisten; ruziën
アーギュー aagyuu (1) argumenteren; pleiten; (2) redetwisten; debatteren; (3) ruziën; kibbelen; tegenspreken; twisten
アーギューする aagyuusuru (1) argumenteren; pleiten; (2) redetwisten; debatteren; (3) ruziën; kibbelen; tegenspreken; twisten
口論する kouronsuru ruziën; kibbelen; twisten; bekvechten; krakelen; kijven; [inform.] moelvechten; [gew.] herrebekken
啀み合う igamiau (1) grommen; brommen tegen elkaar; (2) snauwen tegen; bekvechten; ruziën; ruziemaken; kijven; kibbelen; krakelen; twisten; bakkeleien; overhoop liggen; onenigheid hebben; als kemphanen tegenover elkaar staan; op gespannen voet staan; met elkaar overhoop liggen; elkaar niet kunnen luchten
喧嘩する kenkasuru (1) ruzie maken; ruziën; twisten; onenigheid hebben; hakketakken; kibbelen; krakelen; harrewarren; bekvechten; (2) redetwisten; een dispuut hebben; onenigheid hebben; een woordentwist hebben; een woordenstrijd hebben; een woordenwisseling hebben; (3) een handgemeen hebben; een gevecht hebben; vechten; strijden; worstelen; kampen; de degens kruisen; gewelddadig tekeergaan (tegen)
腹立つ haradatsu (1) boos; kwaad worden; zich boos; kwaad maken; (2) ruzie maken; ruziën; bekvechten; kibbelen; (3) boos; kwaad worden; zich boos; kwaad maken
言い争う iiarasou ruziën; kibbelen; twisten; redetwisten; bekvechten; kijven; ruzie maken; woorden hebben; krakelen
言い合いする iiaisuru ruziemaken; ruziën; ruzie hebben; onenigheid; een meningsverschil hebben; twisten; kibbelen; kijven; bonje maken; trappen; krakelen; bakkeleien; bekvechten; harrewarren; kissebissen; steggelen; stechelen
言い合う iiau (1) met elkaar praten; samen spreken over; een gesprek voeren; woorden wisselen; (2) woorden hebben; geschil hebben; twisten; ruzie maken; kibbelen; ruziën
遣り取りする yaritorisuru (1) uitwisselen; geven en nemen; transigeren; (2) discussiëren; [i.h.b.] twisten; kibbelen; (3) drank uitwisselen
遣り合う yariau (1) met elkaar wedijveren; rivaliseren; kibbelen; onenigheid hebben; twisten; bekvechten; ruzie maken; ruziën; (2) samenwerken
Tijd: 1.37 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'kibbelen').
2005-2026
